Zó haalt Bin Laden de kerst

De VS hebben bij hun aanval een ,,foute taxatie'' gemaakt van de Talibaan, zegt een hoge Amerikaanse diplomaat. De onbestemde fase van een oorlog op dag 32.

Haalt Bin Laden de kerst? Als alles zo blijft wel. Op dag 32 verkeert de Amerikaanse aanval op Afghanistan in de schemerzone tussen woord en daad: steeds heviger bombardementen, steeds meer gericht op Talibaan-frontlinies en steeds meer op aangeven van grondtroepen, tijdelijk minder missers en afzwaaiers, duizelingwekkend diplomatiek verkeer, gemor van kleine Europese landen over onderonsjes van de Grote Drie, voorzichtige internationale stappen voor een post-Talibaan-bewind en een dreigende humanitaire ramp door de naderende winter, maar nog geen massaal Amerikaans offensief, laat staan een knieval van de Talibaan, Bin Laden en diens Al-Qaeda-netwerk. De schimmigheid wordt vergroot door oncontroleerbare dondertijdingen en goed-nieuwsshows van weerskanten, mogelijke geheime operaties van de CIA of commando's even daargelaten. Gisteren zong president Bush een octaaf hoger door de nucleaire ambities van Bin Laden een bedreiging voor de ,,beschaving zelf'' te noemen.

Wie dit lijstje langsloopt, vraagt zich al snel af of en wanneer deze oorlog een succes wordt. Of is dit geen maatgevende tussenbalans? De NAVO-campagne in Kosovo denderde ook 78 dagen door en bombardeerde ondanks vele dieptepunten uiteindelijk het draagvlak onder het heersende regime weg, zonder dat dit de vooropgezette bedoeling was.

Perfect gecoördineerde oorlogen die zich voltrekken volgens een volledig van tevoren uitgestippeld plan bestaan niet. ,,Geen enkel aanvalsplan overleeft het eerste contact met de vijand'', zei de Duitse strateeg en veldmaarschalk Moltke (1800-1891). Net als de NAVO in Kosovo zijn de Verenigde Staten ook de oorlog in Afghanistan binnengestruikeld: overdonderd door de aanslagen van 11 september, met een daverende achterstand aan informatie over de tegenstanders en zonder van begin tot eind doordacht masterplan improviseren zij van dag tot dag, in de hoop onderweg een sluitende strategie te bedenken.

Volgens een hoge Amerikaanse diplomaat heeft zijn regering bij het begin van de aanval ,,een foute taxatie'' gemaakt. ,,Deze campagne doet erg aan Kosovo denken. Wij dachten dat de Talibaan snel zouden toegeven door Bin Laden te overhandigen. Door druk op hen te zetten met luchtaanvallen en door Pakistan aan onze kant te krijgen'', zegt de Amerikaanse diplomaat. ,,De Talibaan blijken taaier dan we dachten. Het lukt ons nog niet om ze snel op de knieën te krijgen. Het gaat nog niet goed, maar we doen het de laatste dagen beter. We bombarderen nu voortdurend de frontstellingen van de Talibaan.''

Doorslaggevend is deze versnelling nog niet. De verwachte dreun van 's werelds enige supermacht blijft uit. De spaarzame inzet van Amerikaanse grondtroepen en gereserveerde steun aan de oppositietroepen van de als niet representatief beschouwde Noordelijke Alliantie getuigt zelfs van een terughoudendheid, die amper rijmt met de robuuste taal van de eerste dagen. ,,We willen het voor een koopje doen, en dat gaat niet'', zegt de Amerikaanse diplomaat. ,,We zullen veel meer grondtroepen moeten sturen, geen 20.000 man maar wel een paar duizend. Anders dan in Kosovo zullen we het nu niet zonder grondtroepen redden.''

Anders dan in Kosovo is van enig onderhandelingskanaal met de Talibaan geen sprake, waardoor geweld de enige optie blijft. Door hun onderschatting van de Talibaan moeten de VS zich nu al meer dan hun lief is bezighouden met de toekomst van Afghanistan zelf. Maar de militaire afbraak van het Talibaan-bewind spoort nog niet met de politieke opbouw van een nieuwe Afghaanse regering. De westerse vrees voor een bloedig vacuüm als de Talibaan ten val komen vóórdat een nieuwe regering klaarstaat, heerst onverminderd.

,,Deze situatie hadden we niet voorzien. We kunnen het militaire scenario en het politieke scenario niet volledig op elkaar afstemmen, omdat we niet alles van A tot Z kunnen regisseren'', zegt de Amerikaanse diplomaat. ,,Het is nooit ons doel geweest om Afghanistan over te nemen of te gaan besturen, en dat zal ook niet gebeuren.''

Dat de VS pas afgelopen maandag een speciale gezant voor de Afghaanse oppositie hebben benoemd, de gelouterde ex-Kosovo-gezant James Dobbins, lijkt een voorbeeld van zo'n onderweg ontdekte lacune. De Amerikaanse regering haastte zich te zeggen dat Dobbins niet zal concurreren maar juist samenwerken met de Afghanistan-gezant van de Verenigde Naties, de Algerijn Lakhdar Brahimi. Maar de benoeming geeft aan dat de VS het politieke handwerk niet alleen willen overlaten aan Brahimi en vaart willen maken met de vorming van een nieuwe, brede regering in Afghanistan. ,,Wij dachten dat het politieke proces sneller zou gaan. Dat is anders gelopen'', beaamt de Amerikaanse diplomaat. Naar verluidt maken meer regeringen zich zorgen over het tempo van Brahimi's werk en vrezen zij dat de militaire acties de VN-missie zullen domineren.

De Amerikanen lijken vooralsnog te wachten met beslissende tikken totdat een politieke oplossing is gevonden. VN-chef Kofi Annan en Brahimi hebben deze week gezegd dat Afghanistan geen VN-protectoraat zal worden zoals Kosovo of Oost-Timor. De VN zullen wel een sleutelrol vervullen bij de vorming van een voorlopige, breed samengestelde regering, waarin op papier ook plaats zou kunnen zijn voor de Talibaan. Die regering, geleid door de voormalige koning Zahir Shah, zou volgens Brahimi kunnen worden ondersteund door een Afghaanse vredesmacht, al dan niet in combinatie met VN-vredessoldaten of een `coalition of the willing' met een VN-mandaat. Na gesprekken van meer dan een week in het meer pro-Talibaan-gezinde Pakistan en Iran, fel anti-Talibaan en anti-koning, zal Brahimi volgende week proberen steun voor zijn plan te krijgen van de VN-Veiligheidsraad.

`Afghanistan' is vanaf zaterdag een week lang een hoofdthema tijdens de Algemene Vergadering van de VN in New York, de jaarmarkt voor wereldleiders, waar president Bush zal debuteren. Intussen reizen leiders nog af en aan naar Washington. Gisteren de Franse president Chirac, vandaag de Britse premier Blair. Zo gaat het gesprek voort over een oorlog, waarvan niemand precies weet welk bedrijf nu gaande is.

    • Robert van de Roer