VS zien `Qatar' als test vrije wereld

De Amerikaanse delegatie wil helpen een succes te maken van de WTO-conferentie in Qatar. Want ook de wereldhandel is nu vooral een afgeleide van de `oorlog tegen het terrorisme'.

De Verenigde Staten zien zowel het doorgaan als het slagen van de wereldhandelsconferentie in Doha (Qatar) als een belangrijke test voor een vrije wereld. Daarom komt de Amerikaanse delegatie en wil zij het succes helpen verzekeren.

De kans van slagen van de conferentie van 140 landen is, twee jaar na de mislukte top van Seattle, niet erg groot. De poging een nieuwe wereldhandelsronde op te zetten mislukte toen nog in het bijna historische klimaat van de veldslagen tussen de antiglobaliseringsbeweging en de politie.

Na de aanslagen van 11 september heeft de protestbeweging de gedaante van een vredesbeweging aangenomen, die minder makkelijk tot grootschalige ordeverstoringen over lijkt te kunnen gaan. Qatar ligt ook minder op de route voor de meeste activisten. Greenpeace meert de Rainbow Warrior in de haven af, maar veel anderen zullen de reis niet maken.

Het klimaat in de wereld maakt dat de conferentie opnieuw speelbal kan worden van politieke sentimenten, die niet direct met wereldhandel te maken hebben. Zeker nu de conferentie gepland was, en doorgaat, in de thuisstad van Bin Ladens favoriete tv-zender, Al Jazeera, spelen Arabische gevoeligheden en de coalitienoden van de Amerikanen snel een onzuivere rol. Voor of tegen Amerika zijn, kan een pragmatische opstelling belemmeren.

En dat terwijl er al voldoende brandende kwesties waren die niet eenvoudig worden opgelost. Europa wil, zo is het Amerikaanse perspectief, nog steeds niet praten over zijn landbouwsubsidies. De Verenigde Staten betreuren dat, maar leggen zich er bij neer om de conferentie niet bij voorbaat te laten mislukken. Dat geeft de Amerikanen ook ruimte hun eigen beschermingspolitiek van onrendabele industrieën voort te zetten.

De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Robert Zoellick heeft vooral Japan vorige week in niet mis te verstane bewoordingen de mantel uitgeveegd over de binnenlandse `verlamming'. ,,Japan heeft tegen alles wat aan de orde is ongeveer `nee' gezegd'', aldus Zoellick. ,,Ik ben bijzonder teleurgesteld over het gebrek aan – ik verwacht niet eens leiderschap – fatsoenlijk volgelingschap.''

De Japanse regering heeft daarop teruggeslagen door te wijzen op de totale weigering van de Amerikanen ook maar te praten over het Amerikaanse antidumpingbeleid. Een voorbeeld daarvan is de bescherming van de Amerikaanse staalindustrie. Hoewel de Wereldhandelsorganisatie de Amerikanen op dat punt heeft bekritiseerd, voelt Washington zich vrij dat beleid na enige technische aanpassingen door te zetten.

Eurocommissaris Pascal Lamy zei gisteren dat Europa de Japanners probeert op z'n Japans te benaderen, terwijl ,,Zoellick soms met de Japanners op z'n Amerikaans tracht te werken''. Overigens is de Europese tegenhanger van Zoellick vrij optimistisch over de kans van slagen van de conferentie en de handelsronde die er op moet volgen. Volgens Lamy zijn zowel ontwikkelde als ontwikkelende landen meer bereid concessies te doen dan in Seattle.

Robert Zoellick zei vandaag in The Washington Post dat de mogelijkheid van een nieuwe mislukking te verschrikkelijk is om over na te denken. Hij waarschuwde dat de `fietstheorie van de handel' van toepassing is: als het proces van vrijmaking van de wereldhandel niet vooruitgaat, zal de fiets door de zwaartekracht en andere krachten onderuit worden gehaald.

Deskundigen van de Wereldbank wijzen er opnieuw op dat de rijke landen nog steeds hoge tariefmuren voor landbouw- en textielproducten uit ontwikkelingslanden hanteren, ondanks hun sympathieke pleidooi voor de kansen van die landen. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger heeft tegenover de Afrikaanse ontwikkelingslanden wel een gebaar van betekenis gemaakt: hij heeft hun tot 2016 gegeven om hun octrooirecht op orde te krijgen. Tot die tijd mogen deze armste landen wat hem betreft hun aids-epidemieën blijven bestrijden met generieke geneesmiddelen zonder zich te bekommeren om de intellectuele eigendomsrechten van de farmaceutische industrie (uit de westerse wereld). Bepaalde landen mét een dergelijk octrooirecht (semi-ontwikkelde landen) zouden bij nationale gezondheidscrises nog tot 2006 mogen afwijken.

Het is een meer dan symbolisch gebaar, en het illustreert het spanningsveld tussen de zegeningen van de vrije handel en de noden van het minst ontwikkelde deel van de wereld. De welvarende wereld laat haar recht op winst niet zo makkelijk varen. De theorie is dat zowel ontwikkelde, als ontwikkelingslanden alleen maar hebben te winnen bij vrijmaking.

De bijeenkomst in Doha kan vooruitgang boeken als Zoellicks voorspelling uitkomt dat een vrijere wereldhandel het ,,afzichtelijke streven naar vernietiging door het terrorisme'' kan overwinnen. Ook nu hoopt Amerika dat, net als tijdens de Koude Oorlog, veiligheid en welvaart hand in hand gaan. Ook de wereldhandel wordt zo een afgeleide van de `oorlog tegen het terrorisme'.

Dit is het zevende deel in een serie voorafgaand aan de WTO-top in Qatar die vrijdag begint. Eerdere delen verschenen op 24 en 26 oktober, 1, 5 en 6 november.

    • Marc Chavannes