Vredesproces zwalkt als toneelpaard

Met kunst-en-vliegwerk is de Noord-Ierse ex-premier David Trimble weer in het zadel geholpen. Maar zijn positie blijft verzwakt. Een nieuwe crisis kan hem makkelijk fataal worden.

De prijs voor de leukste vergelijking gaat deze week naar David Ford, leider van de Noord-Ierse Alliance Party. Hij maakte maandag de terugkeer van David Trimble als premier in het zelfbestuur mogelijk, die eerst te weinig steun van zijn eigen partij kreeg, de Ulster Unionist Party (UUP). In de nieuwe stemming gaven twee Alliance-leden hun neutraliteit op, riepen zichzelf tijdelijk uit tot Unionisten en stemden vóór, zodat Trimble de vereiste meerderheid alsnog kreeg. Wij zijn ,,liever de achterste helft van een toneelpaard'' dan dat we het vredesproces laten instorten, aldus Ford met Ierse zelfspot.

Het zelfbestuur is daarmee voor de zoveelste keer gered. Schorsing en/of nieuwe verkiezingen met een riskante uitslag zijn daarmee (even) van de baan. De indruk van een bizarre klucht blijft voorlopig hangen.

Onder druk van de haviken in zijn partij trad Trimble in juli af uit protest tegen de weigering van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) om te ontwapenen. Toen de republikeinen daar alsnog mee begonnen, eind oktober, leek de weg vrij voor zijn terugkeer. Zijn partijraad gaf hem inderdaad het groene licht. Maar bij de stemming in het Noord-Ierse parlement, stemden twee leden van de UUP-fractie alsnog mee met de protestantse fundamentalisten van de Democratic Ulster Party (DUP), geleid door dominee Ian Paisley, die de stap van de IRA ,,te laat en te weinig'' vinden. Zij willen nog steeds niets weten van de machtsdeling van protestanten en katholieken die het Goede Vrijdag-akkoord van 1998 voorschrijft.

In 1995 was Trimble (1944) nog een protestantse havik die bij de Oranjemannen van Drumcree hand-in-hand met Paisley verscheen. Zijn bekering tot protestant-van-het-midden en het historische akoord met nationalisten en republikeinen dat daaruit voortkwam, bezorgden hem in 1998 de Nobelprijs voor de vrede, die hij deelde met een andere compromissenmaker, de katholieke leider John Hume.

Die unieke positie heeft Trimble (1944) gehouden, zeker nu Hume de politiek heeft verlaten. Als premier lijkt nog steeds niemand anders denkbaar. Toch dachten velen in juli dat hij zijn uiterste verkoopdatum had bereikt. Bij de Britse parlementsverkiezingen in juni bezorgde het republikeinse Sinn Féin de unionisten een gevoelige nederlaag. Tegelijkertijd liepen UUP'ers massaal over naar dominee Paisley, omdat ze vonden dat Trimble uitverkoop hield aan de katholieken.

De man die in juli zei een krachtige gebaar te willen maken door af te treden, was politiek sterk verzwakt. Nu hij met kunst-en-vliegwerk weer in het zadel is geholpen, lijkt aan die zwakke positie voorlopig weinig verbeterd. En een nieuwe crisis kan hem gemakkelijk fataal worden.

Want een stijgend aantal protestanten ziet de uitverkoop doorgaan. Deze week werden op alle bureaus van `hun' politie, de Royal Ulster Constibulary (RUC), de nieuwe naamplaten met de neutrale nieuwe naam – Police Service of Northern Ireland – opgehangen. Ze zien Britse soldaten vetrekken. En in de aanhoudende confrontatie bij een katholieke meisjesschool in Noord-Belfast zien ze een stunt van Sinn Féin, de politieke `dekmantel' van de IRA.

,,Ik heb geprobeerd unionisten te vertellen dat ze de dingen een kans moeten geven te groeien'', zei Trimble toen hij de Nobelprijs aannam. ,,Daar zijn we mee begonnen en daar gaan we mee door. Soms zullen we struikelen en misschien zelfs een stap terug doen, maar dat hoeft niet erg te zijn.'' Optimisten geloven het.

Want zo gaat een vredesproces: een stap terug, anderhalve stap vooruit, zwalkend, schommelend, half op de tast. Als een toneelpaard. En het alternatief is helemaal niet leuk.

    • Hans Steketee