Veiligheid van bedrijven vereist geheime camera's

Morgen bespreekt de Tweede Kamer het voorstel van minister Korthals van Justitie om het gebruik van heimelijk cameratoezicht strafbaar te stellen. Dit belemmert bedrijven om voor hun eigen veiligheid te zorgen, vindt Willem van Hassel.

Doordat de publieke veiligheidszorg en de opsporing van misdrijven door politie en justitie tekortschieten, wordt het steeds moeilijker om het hoofd te bieden aan de stijgende criminaliteit en onveiligheid in onze samenleving. Dit heeft al geleid tot verkleining van het werkterrein van de politie, die zich genoodzaakt ziet zich te concentreren op de grote criminaliteit. Zo komt de politie vrijwel niet meer toe aan surveilleren in bedrijvenparken en moeten bedrijven bij een later sluitingsuur zelf voor hun beveiliging zorgen.

In het overheidsbeleid wordt dan ook meer nadruk gelegd op de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijfsleven. Als gevolg hiervan wordt de ondersteunende rol van de particuliere veiligheidszorg steeds belangrijker in de veiligheidsketen. Het wetsvoorstel tot uitbreiding van de strafbaarstelling van heimelijk cameratoezicht dreigt echter de eigen verantwoordelijkheid in de publieke en private sector op het terrein van criminaliteitsbestrijding en veiligheidszorg te beperken.

In veel bedrijven en daarbuiten is heimelijk cameratoezicht onmisbaar voor het voorkomen van verder onheil, voor het vaststellen van de strafbare feiten en voor het traceren van de dader(s). Enkele voorbeelden ter illustratie. In een levensmiddelenfabriek werd geconstateerd dat bij wijze van sabotage opzettelijke glas in smeerkaas werd verwerkt. Door het gebruik van cameratoezicht kon de dader worden ontmaskerd en kwam een eind aan de levensgevaarlijke sabotage. Een apotheek had te maken met diefstal van `verdovende' middelen door een medewerker. Ook hieraan kon met behulp van een camera een einde worden gemaakt.

Deze voorbeelden vormen slechts een beperkte illustratie van de negatieve gevolgen die aanvaarding van het wetsvoorstel onherroepelijk zal hebben. In al deze gevallen is er een te respecteren belang dat de daders worden ontmaskerd en verder onheil wordt voorkomen. Maar het wetsvoorstel verbiedt in al dit soort gevallen het gebruik van heimelijk cameratoezicht.

Hierbij is het verschil in bevoegdheden en taken tussen de politie en particuliere instanties van belang. De politie speelt pas een rol wanneer een strafbaar feit, meestal in de publieke ruimte, is gepleegd. In zo'n geval gebruikt justitie een verborgen camera om bewijs tegen een verdachte te vergaren. Dit in tegenstelling tot het toezicht van particuliere beveiligingsbureaus binnen bedrijven, non-profit- en overheidsinstellingen. Hierbij kan men denken aan warenhuizen, fabrieken, ziekenhuizen, universiteiten en departementen. De nadruk ligt dan op het registreren van bijvoorbeeld sabotage, vernielingen, diefstal en fraude. Heimelijk cameratoezicht wordt gebruikt om de (herhaalde) misdragingen die een inbreuk maken op de belangen van derden vast te leggen, zodat juridische stappen in privaatrechtelijke en eventueel strafrechtelijke context genomen kunnen worden. Naar schatting 90 à 95 procent van het private onderzoek heeft primair betrekking op kwesties in de privaatrechtelijke sfeer. Zwaardere gevallen zijn numeriek weliswaar in de minderheid, maar in zwaarte minstens zo belangrijk.

Door het wetsvoorstel zal het gebruik van heimelijk cameratoezicht ter vaststelling van dit soort onregelmatigheden niet meer zijn toegestaan. Werkgevers zijn dan niet meer in staat onoorbare gedragingen van hun werknemers of anderen in hun bedrijf of instelling met behulp van videomateriaal vast te leggen. Maar leiden bijvoorbeeld de beelden van verborgen videocamera's bij pinautomaten niet vaak via het tv-programma Opsporing Verzocht tot de aanhouding van de dader? Bovendien, indien onregelmatigheden zoals fraude, diefstal of uitkeringsfraude worden vermoed en geen andere middelen beschikbaar zijn, is de inzet van de verborgen camera onmisbaar om die misdragingen aan te tonen en te doen beëindigen.

Werkgevers wordt door het wetsvoorstel het recht ontnomen om het eigen huis op orde te houden. Bovendien zullen zij bij aanvaarding van het wetsvoorstel in ernstige mate worden beperkt bij het invulling geven aan hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun werknemers, hun klanten en anderen. Me dunkt een ongewenste zaak. Niet alleen voor de betrokken bedrijven, maar voor de samenleving als geheel. En ook voor politie en justitie die zich kunnen (blijven) concentreren op de grote criminaliteit en de veiligheid op straat en in het publieke domein.

Natuurlijk moet met het gebruik van (heimelijk) cameratoezicht voorzichtig worden omgegaan. Rechterlijke toetsing en goede afspraken, met onder meer de ondernemingsraden, zijn hierbij belangrijke waarborgen. Maar het a priori strafbaar stellen, zoals thans in wetswijziging wordt voorgesteld, gaat te ver. Er zijn geen overtuigende argumenten of misstanden gebleken die aanleiding zijn voor de voorgestelde uitbreiding van de strafbaarstelling. De bestrijding van criminaliteit en het tegengaan van onveiligheid binnen de `muren' van werkorganisaties zijn gebaat bij beveiligingsorganisaties die, met respect voor de privacy en omgeven door verschillende controlemechanismen, gebruik kunnen maken van diverse middelen, ook van heimelijk cameratoezicht.

Mr. W.G. van Hassel is voorzitter van de Vereniging van Particuliere Beveiligingsbedrijven

    • Willem van Hassel