Utrechtse verkrachter weer actief

Een 16-jarig meisje dat op 24 oktober is verkracht in Bilthoven is vrijwel zeker het slachtoffer geworden van de zogenoemde `Utrechtse serieverkrachter' die in 1995 en 1996 zeker achttien keer toesloeg.

Het DNA-profiel dat is vastgesteld uit sporen die zijn aantroffen bij het meisje, komt overeen met het DNA van deze man. Zijn DNA werd in 1996 bepaald na sporenonderzoek bij eerdere slachtoffers.

De politie heeft een rechercheteam van 75 mensen geformeerd. Dit heeft P. Zorko, districtschef van de regio Binnensticht en coördinator van het nieuwe rechercheteam, vanochtend bevestigd. Gisteren maakten de politie in de regio Utrecht en het openbaar ministerie bekend dat de Utrechtse serieverkrachter na vijf jaar opnieuw actief is geweest.

De man verkrachtte tussen augustus 1995 en december 1996 zes vrouwen en deed twaalf pogingen. Hij opereerde consequent in Utrecht en omgeving. Daartoe behoren onder andere de dorpen De Bilt, Zeist en Bunnik. De man heeft twee dagen voor de verkrachting op 24 oktober ook een vrouw in Utrecht aangevallen. Zijn intentie zou ook hier verkrachting zijn geweest, maar dit mislukte. De vrouw werd wel beroofd. Dat het ook hier dezelfde serieverkrachter betreft, concludeert de politie na vergelijking van de dadersignalementen van beide slachtoffers. De man, die altijd per fiets opereerde, reed nu op een scooter.

Een uitgebreid politieteam heeft tussen 1995 en mei van dit jaar getracht de serieverkrachter op te sporen. Een half jaar geleden maakte persofficier van justitie B. Steensma bekend het onderzoek te staken. De kans dat de dader nog gepakt zou worden was volgens de politie uiterst klein geworden. In totaal onderzocht het team het alibi van 1.750 mannen en werd, op vrijwillige basis, DNA-materiaal afgenomen bij 119 mannen. Het betrof mannen ,,die bijvoorbeeld veel fietsten of jogden door het gebied waar de serieverkrachter actief was'', aldus de politie.

De woordvoerder zegt niet te weten of tijdens het onderzoek consequent DNA-materiaal is onderzocht van andere zedendelinquenten, ter vergelijking met het DNA-profiel van de Utrechtse serieverkrachter. Bij zware zedendelicten wordt doorgaans wel DNA-onderzoek verricht.

Mocht de politie besluiten meer DNA-onderzoek te verrichten, dan bestaan hiervoor sinds vorige week uitgebreidere mogelijkheden. Een nieuwe wet staat DNA-onderzoek toe voor misdrijven waar vier jaar of meer gevangenisstraf voor staat. Voorheen kon dit alleen bij verdenking van misdrijven waar acht jaar of meer gevangenisstraf voor staat.

Ook de technische mogelijkheden zijn ,,aanzienlijk verbeterd'', aldus de woordvoerder van justitie. Een DNA-profiel kan nu ook worden vastgesteld uit cellen uit het wangslijmvlies en er is minder materiaal nodig. Oude sporen, die in het verleden geen DNA-profiel opleverden, doen dat nu mogelijk wel.

De politie Utrecht onderzoekt onder meer de mogelijkheid dat de Utrechtse serieverkrachter de afgelopen vijf jaar niet actief was omdat hij in een penitentiaire inrichting verbleef.