Soepele Europese knokfilm

De enige Europese actiefilms die enigszins de concurrentie met Amerikaanse voorbeelden aan zouden kunnen gaan worden de laatste jaren geproduceerd door de Fransman Luc Besson: The Fifth Element, Taxi, Yamakasi en nu weer het Engelstalige Kiss of the Dragon onderscheiden zich door hun simpele doeltreffendheid en transparantie, het geïnvesteerde vakmanschap en een knipoog naar de politieke actualiteit.

Geregisseerd door de voormalige commercialmaker Chris Nahon en, voor de gevechtsscènes, de Hongkong-specialist Corey Yuen, combineert Kiss of the Dragon het stramien van Franse films als Le professionnel (dappere eenling bestrijdt corrupte Franse politici en politie) met de gratie van een martial arts-productie, waarbij het belangrijkste voorbeeld Fist of Legend (1994) was. De Chinese ster van die film, Jet Li, is sinds Lethal Weapon IV en Romeo Must Die ook in Amerika bekend en maakt dit keer indruk met zijn vuisten en met de acupunctuurnaald. Pikant is dat hij in dit geval een uit de Volksrepubliek afkomstige inspecteur speelt, die bij zijn eerste bezoek aan Parijs met hulp van een Amerikaanse prostituée én de staf van zijn eigen ambassade Franse staatsschurken, onder aanvoering van Tchéky Karyo, op hun nummer zet. Psychologisch is de film verre van subtiel, maar het is wel een goed gemaakte, soepel lopende knokfilm, die veel goeds belooft voor de industriële ambitie van Besson om met zijn studio `Europa' vier tot acht van dit soort films per jaar te maken.

Kiss of the Dragon. Regie: Chris Nahon. Met: Jet Li, Bridget Fonda. In: 65 bioscopen.