Richard Dreyfuss

In een reeks profielen van gezichtsbepalende sterren deze week Richard Dreyfuss die nu te zien is als het titelpersonage in `The Old Man Who Read Love Stories', maar wiens carrière beter wordt omschreven door de titel `Down and Out in Beverly Hills'.

Zijn favoriete grapje over het verloop van zijn carrière is dat hij altijd van plan was om eerst acteur te worden, dan filmster, dan politicus en dan leraar. Zelfvertrouwen kan Richard Stephan Dreyfuss (Brooklyn, New York, 29 oktober 1947) niet worden ontzegd, zelfs niet na bijna tien jaar Down and Out in Beverly Hills (1986) te zijn geweest, zoals de titel van de film van Paul Mazursky's film luidt waarmee Dreyfuss na een drugs- en alcoholverslaving terugkwam. Díe in de pers breed uitgemeten jaren doet hij doorgaans laconiek af als een bedrijfsongeval, een `auto-ongeluk' en als hij in een zwaarmoedige bui is, wil hij nog wel eens doen alsof het allemaal kwam omdat hij al op zijn 29ste een Oscar kreeg (voor de romantische hoofdrol in The Goodbye Girl, Herbert Ross, 1977). Want ,,dát kan van Tom Cruise en Brad Pitt niet gezegd worden.''

Politicus en leraar spéélde hij inmiddels, de eerste in Moon over Parador (1988) van Mazursky, die zijn comeback na Down and Out nog wat verder op de rails hielp. Dreyfuss is de mislukte acteur die letterlijk de kans krijgt de rol van zijn leven te spelen: door de plaats in te nemen van de zojuist vermoorde dictator van een bananenrepubliek. Later deed hij dat nog eens dunnetjes over als rechtlijnige Republikeinse senator in The American President (Rob Reiner, 1995). Een tweede Oscarnominatie ontving hij voor Mr. Holland's Opus (Stephen Herek, 1995), een sentimentele tearjerker over een goedwillende muziekleraar.

Maar zijn tijdperk was toch de jaren zeventig, toen zijn veelgeroemde `boyish charm' nog `boyish' was en niet alleen maar `charm'. Hij speelde zijn eerste grote rol toepasselijk als Baby Face Nelson in Dillinger (John Milius, 1973) en viel daarna op in de nostalgische `coming-of-age'-film American Graffiti (George Lucas, 1973), `de film die duizend carrières lanceerde'. Daarna werd hij het gezicht van Lucas' kompaan Steven Spielberg in Jaws (1975) en Close Encounters of the Third Kind (1977), een enthousiaste jongen die het opneemt tegen reuzenhaaien en ruimteschepen en waarvan zelfs wel wordt gezegd dat hij Spielbergs alter ego vertolkte. Ook belichaamt hij de energie waarmee Hollywoods `Golden Age' van de jaren zeventig opkwam en aan zijn eigen enthousiasme en oude hippie-idealen ten onder ging, evenals het doorzettingsvermogen waarmee de meeste regisseurs en acteurs uit die tijd er weer bovenop gekrabbeld zijn.