Militaire steun aan alliantie tegen terrorisme

De lijst van militaire bijdragen van Europese landen aan de alliantie tegen terrorisme wordt met de dag langer. Maar is het ook allemaal relevant voor acties in Afghanistan?

Het was een goede dag voor de door de Verenigde Staten aangevoerde coalitie tegen de terreur. De Duitse bondskanselier Gerhard Schröder stelde gisteren in een ,,historische beslissing'' bijna vierduizend man militair personeel ter beschikking. Op dezelfde dag meldde de Franse premier Lionel Jospin het Franse parlement: ,,Wij zijn bereid om onze steun te intensiveren.'' De Franse president Jacques Chirac voegde daar bij een bezoek aan de Amerikaanse president George Bush aan toe dat ook Franse commando-eenheden ,,in principe'' kunnen worden ingezet. En vandaag zei de Italiaanse minister van Defensie, Antonio Martino, dat duizenden manschappen van verschillende krijgsmachtonderdelen klaar staan om te helpen bij de militaire operaties in Afghanistan.

De beloofde steun lijkt Frankrijk, Duitsland en Italië althans numeriek op hetzelfde niveau te brengen als de substantiële Britse bijdrage van duizenden mariniers en commando's. Maar bij nadere beschouwing lijken het vooral stevige gebaren van solidariteit. Grootschalige, multinationale operaties in Afghanistan lijken nog ver weg.

De lijst van toezeggingen van Europese landen groeit met de dag. Duitsland stelt 800 soldaten ter beschikking die zijn opgeleid en uitgerust om de fallout van het gebruik van nucleaire, chemische of biologische wapens te ontdekken. Ook is 1.800 man marinepersoneel ter beschikking gesteld dat de scheepvaart beveiligt. Daarnaast zijn 250 man medische troepen en 500 manschappen voor logistieke ondersteuning aangeboden. Ook zijn honderd man van de elite-eenheid Kommando Spezialkräfte (KSK) toegewezen.

De Franse steun bestaat tot op heden uit 2.000 man. Het gaat met name om marinepersoneel aan boord van twee fregatten en een bevoorradingsschip. Ook zijn vliegtuigen voor de elektronische oorlogvoering en twee Mirage-fotoverkenners actief boven Afghanistan. Daaraan zouden nu dus Franse speciale eenheden kunnen worden toegevoegd.

Italië heeft tankervliegtuigen, een half dozijn Tornado-verkenners, een vliegdekschip, logistieke ondersteuning en een paar honderd man parachutisten aangeboden. Negentig Turkse instructeurs gaan strijders van de Afghaanse oppositie opleiden.

Wie deze steun tegen het licht houdt, moet zich afvragen welk nut dit soort eenheden hebben voor operaties tegen de Talibaan-strijders en diep ingegraven terroristen. Wat moeten Duitse eenheden die zijn uitgerust met Fuchs-pantservoertuigen waarmee radioactieve of chemische besmette bodemmonsters zijn te analyseren terwijl Afghanistan die wapens niet bezit? Hetzelfde kan worden gezegd van vlooteenheden bij operaties tegen een land met een kustlijn van precies nul kilometer.

De indruk dat de militaire steun vooral symbolisch is, wordt nog versterkt door de slag om de arm die met name de Fransen en Duitsers nadrukkelijk houden. Kanselier Schröder liet al bij voorbaat weten dat het parlement zich niet te veel zorgen hoefde te maken dat Duitse militairen bloed aan hun handen zullen krijgen. De VS hadden Duitsland namelijk niet verzocht om aan gevechten deel te nemen. De Franse premier Jospin liet zich in gelijke termen uit. Hij wees ook op de ,,mondiale dimensie'' van de Franse bijdrage. Overal ter wereld dus, en niet noodzakelijkerwijs in Afghanistan.

    • Menno Steketee