Markt voor idealen

Hoe komt het dat ik me schaam als ik een traantje laat voor de televisie, zelf als niemand het ziet? Tranen trekken is de bedoeling van tv-makers en dus voel ik me gebruikt. In zijn synopsis heeft de regisseur geschreven ,,hier huilen'' en als door een knop bewogen moeten de kijkers in de huiskamers de ruitenwissers aanzetten omdat ze kampen met mist voor de ogen. Daar wil ik dan niet aan meedoen maar soms kan ik het toch niet helpen, ook al zie ik het vooral in Amerikaanse series ver van tevoren aankomen. Iedereen is onderhevig aan de emotionele weersinvloeden.

Amerikaanse tv-series, die meestal lang lopen, halen er ook de seizoensfeesten bij om de saamhorigheidsgevoelens te versterken. En omdat de uitzending in Nederland niet synchroon loopt, kan het voorkomen dat je op de heetste dag van augustus in je favoriete comedy naar een Amerikaans kerstfeest met sneeuw zit te kijken. Dat zet ik dan meteen uit, want als het buiten nog licht en warm is, heb ik geen zin in het uitpakken van cadeautjes bij de boom.

Gisteren sloot de middelbare-schoolserie Boston Public (Net5) af met de afscheidsceremonie van de zesdeklassers. Een groots evenement. De vertrekkende leerlingen zijn dan gekleed in toga's en van die vierkante mutsen, alsof ze hoogleraar zijn geworden. Overdreven maar effectief om tranen te trekken van de leerlingen en van de ouders en leraren die hen hebben opgevoed.

Boston Public had van die vaarwelceremonie de afsluiting van een veelbewogen televisieserie gemaakt. Alle verhaallijnen kwamen er in samen en alle figuren waren nog eens te zien. Het was de allersentimenteelste aflevering, zeker niet de beste. Alles kwam in orde. Ook de spanningen tussen zwart en blank, in Amerika groter dan in Nederland en in Boston Public ook uitgediept, werden verzoend.

De slottoespraak werd gegeven door een zwarte leerling die goed kon debatteren, maar de hele serie had gekampt met onzekerheid, soms zelfmoordneigingen. Als hij ergens voor werd uitverkozen, dacht hij dat het niet om zijn kwaliteiten was, maar omdat hij positief werd gediscrimineerd. Psychologische dilemma's waar de op dit terrein nog onervaren Nederlandse televisiemakers liever van afblijven.

Als in Boston Public die getourmenteerde zwarte leerling een briljante toespraak bij de afscheidsceremonie geeft, krijgt de kijker de optimistische boodschap dat iedereen uiteindelijk zijn plaats vindt in de samenleving. Dat is kinderlijk en sentimenteel. Maar de andere kant, cynisme, vind ik erger. Zo nu en dan moet je een vergezicht laten zien.

Vandaar mijn ontroering bij die toespraak. Die ging over de vrees van 17-jarigen om volwassen te worden omdat volwassenen altijd in zo'n afmattende sleur raken en dat is niet benijdenswaardig. Leerlingen willen ook vrijwel nooit leraar worden. Ze kunnen de nadelen van dichtbij zien. ,,De dagen zijn te lang, de lonen zijn te laag en iedere dag is een beetje doodser. Dat zien we en daarom zijn we elke dag een beetje banger'', sprak hij.

Zijn generatie had ook geen helden meer, geen presidenten, geen Martin Luther King. ,,Maar'', zo ging hij voort, er waren toch leraren, ouders en leerlingen bij die helden voor hem waren geworden. ,,Niet met glamour, niet op tijdschriftomslagen'', maar anoniem. En je zag de gezichten van de geprezenen. En daar kwam dus mijn traantje.

Boston Public heeft veel nare maar ook mooie kanten laten zien van het leraarschap. Sentimenteel, zeker, maar er spreken hogere idealen uit die ik zelden zie op Nederlandse jongerentelevisie – op enkele uitzonderingen na, zoals het debatprogramma Het Jongeren Lagerhuis en misschien een enkele soapaflevering. De volwassen televisiemakers van jongerenomroep BNN of SBS zijn geen helden, maar raken in een sleur: geef de jongeren drank, seks en plagerijen, want dat willen ze. Vooral geen illusies. Het Nederlandse marktdenken is een slechte karikatuur van het Amerikaanse en dat uit zich in verachting voor de publieke moraal.

Boston Public laat met haar behandeling van alledaagse problemen op een school zien dat er wel degelijk een markt is voor idealen.

    • Maarten Huygen