Indiërs verkopen cd-roms als groenten in een marktkraam

Computers associeert men gewoonlijk met welverlichte, redelijk stofvrije, koele ruimten. Niet met vlekkerige wanden vol gaten, loszittende bakstenen, morsigheid en vuil en geschreeuw en gekrijs en de geur van Indiase kruiden. Maar Nehru Place in New Delhi, de grootste computermarkt van India, biedt precies dit aanzicht: onstuitbaar en algemeen verval, zoals je dat overal in India tegenkomt.

Verval is misschien niet het goede woord. Van verval spreekt men als iets dat ooit af was, door de tand des tijds en door gebrek aan regelmatige zorg langzaam wegkwijnt en verbrokkelt. Maar in India maakt het nieuwste gebouw al een vervallen indruk. Omdat de staat van af-zijn haast nooit wordt bereikt.

De meeste bouwsels worden al betrokken als ze nog in wording zijn. Als de bouwers al van plan waren het geheel compleet verzorgd en afgewerkt op te leveren, met de muren goed in de verf, de traptreden afgemetseld en de elektriciteitskabels verborgen, als de bouwers het idee afwerking al in het hoofd hadden, is het vroegtijdig opgegeven.

Het heeft ook geen zin versierde vloertegels aan te brengen op het plein, als daar al vijftien in vodden geklede jongens zitten met schoensmeer en stukjes leer, om schoenen te poetsen of te repareren. Het heeft geen zin het fonteintje op de waterpomp aan te sluiten, als op de plaats waar het water naar boven moest spuiten een grote wok en een brander staan, om vettige hapjes aan de man te brengen. Een reling langs de trap en de open ruimte op de eerste verdieping zou handig en veilig zijn, maar je komt er niet doorheen, dankzij de mensen die er hun waren uitstallen.

En in het geval van Nehru Place bestaan die waren niet uit groenten en fruit en zonnebrillen, riemen, importsigaretten of zakdoeken, maar computers. Eigenlijk zijn het de lege kasten van computers, want de onderdelen zijn weer op andere plekken te koop. Moederborden, harde schrijven, processors, cd-roms, beeldschermen, printers en duizend andere accessoires; ze worden op de grond of in piepkleine stalletjes aangeboden, inderdaad, alsof het om groenten en fruit ging.

Stel, je wilt een ergonomische muis. Je gaat naar zo'n stalletje, waar je meteen een stoel krijgt aangeboden en thee in een klein glas. In het stalletje staan veel raadselachtige snoeren en onderdelen, maar geen ergonomische muizen. Toch kun je niet weg, want de wens zal worden ingewilligd, is de belofte. Terwijl je uitlegt waar je naar op zoek bent, schiet een jongen het stalletje uit. En tegen de tijd dat je bent uitgepraat, en eventuele stiltes zijn opgevuld met nog meer glazen thee of koud water, is de jongen terug. De man achter het half vergane bureau toont je de muis, als was het een kostbaar juweeltje. Er is inderdaad niets mis met de muis, maar ergonomisch oogt die niet.

Als je, voordat je de tent wilt verlaten, uit beleefdheid herhaalt wat je precies wilt, komt er nog een muis op tafel. De jongen die heen en weer sprint naar andere winkels staat er bij te hijgen. Ja, deze muis komt in de buurt. Past goed in de handpalm, vingers hoeven niet gestrekt te zijn, alleen: de aansluiting is een andere dan die welke je computer vereist.

Wil meneer nog wat thee, iets kouds, het product komt eraan, en je hoeft je niet om te keren om te weten dat die jongen weer door de drukte rent, mensen omver duwt en van verre schreeuwt wat hij nou weer nodig heeft: redelijk technische termen, hij kan ze uitroepen, maar niet lezen of schrijven.

Zo zijn alle stalletjes met elkaar verstrengeld. Een klant is goud waard en je gaat niet weg zonder het gevraagde, hoeveel tussenhandelaren en commissie-eisers er ook tussen zijn gekomen. En zo heeft India de computertechnologie probleemloos geïntegreerd in zijn chaotische wereld van groenten en fruit.

    • Anil Ramdas