`In Nederland straks nog drie loterijen'

De staatssecretarissen Bos en Kalsbeek willen de markt voor loterijen verder openbreken. Onnodig, vinden de loterijen zelf. `Voer maar in dit voorstel, er verandert niets.'

Geen marktwerking? Onzin, er is al jaren sprake van concurrentie op de markt voor loterijen in Nederland. Althans, dat zegt Gerard van Egerschot, algemeen directeur van de Nederlandse Staatsloterij. In ruim tien jaar tijd zijn de loterijen geprofessionaliseerd en verdrievoudigde de omzet van de gezamenlijke loterijen tot 2,7 miljard gulden vorig jaar. Marktwerking genoeg, zegt ook Boudewijn Poelmann, directeur van Novamedia, de exploitant van de Nationale Postcode Loterij en de Sponsorloterij. Ieder jaar komen er nieuwe goede doelen bij, dus van closed shops (het afhouden van nieuwe goede doelen ten gunste van de huidige begunstigden) is geen sprake.

Heldere taal van de twee grootste spelers op de Nederlandse loterijmarkt. Aan de vooravond van het Kamerdebat over de herziening van het kansspelbeleid laten zij hun licht schijnen over de plannen van de staatssecretarisen Bos (Financiën) en Kalsbeek (Justitie). Die willen namelijk de markt voor loterijen openbreken. Kern van het voorstel: alle loterijen zullen over drie jaar eenzelfde percentage aan de overheid moeten afstaan en worden gebonden aan een minimum-percentage voor de afdracht aan goede doelen, bij elkaar zo'n 25 procent van de omzet. Nu moeten de zogenoemde artikel 3-vergunninghouders (waaronder de Postcodeloterij) minimaal 60 procent van hun omzet besteden aan goede doelen, de Staatsloterij moet minimaal 60 procent afdragen als prijzengeld. Over drie jaar wil het kabinet bovendien drie nieuwe vergunningen uitgeven, om de onderlinge concurrentie te vergroten.

Volgens Bos en Kalsbeek gebeurt er namelijk te weinig op de kansspelmarkt, moet de bijzondere positie van de Staatsloterij worden afgebroken en is er geen ruimte voor nieuwe goede doelen omdat de huidige loterijen vasthouden aan hun `vaste club' benificianten, ofwel de goede doelen.

De eensgezindheid van de twee grote loterijaanbieders over de huidige markt verdwijnt op het moment dat de nieuwe plannen ter sprake komen. Poelmann, van de Postcodeloterij, is vooral erg te spreken over het feit dat de ,,bijzondere positie van de Staatsloterij eindelijk op de helling gaat''. Van Egerschot vindt het op zijn beurt belachelijk dat ,,de andere partijen'' zo'n ophef maken over ,,de vermeende bevoorrechte positie'' van zijn loterij. ,,Andere loterijen mogen veel meer trekkingen houden dan wij.''

Poelmann is ontevreden over het voorstel van de bewindslieden. ,,Er wordt nog teveel geredeneerd vanuit een nationaal gedachtengoed'', zegt hij. Door internet en de komst van de euro zal de loterijmarkt meer en meer een internationale markt worden, verwacht Poelmann, en daarover staat niets in de stukken. Novamedia kocht onlangs zelf een Zweedse concurrent op en verdubbelde daarmee haar omzet. ,,Er zal in Nederland op termijn hooguit plaats zijn voor twee, misschien drie grote aanbieders'', verwacht hij. ,,Wij zullen natuurlijk proberen een van die vergunningen te pakken te krijgen, zo ook onze benificianten. Maar het is een illusie om te denken dat er kleinere spelers op de markt verschijnen. Het runnen van een loterij kost je minimaal 100 miljoen gulden.''

Daarnaast vrezen de goede doelen-loterijen dat zij in een vrije markt de op achterstand zullen komen te staan omdat ze vaak langjarige contracten hebben afgesloten met hun benificianten. Ze zitten zodoende nog enkele jaren vast aan het afdrachtspercentage van 60 procent aan goede doelen, terwijl ze dat van het kabinet niet meer hoeven. Formeel zegt Poelmann ,,helemaal niet van plan te zijn minder aan goede doelen'' te gaan doen''. ,,Mensen komen binnen op de hoge prijzen, maar je houdt ze vast door te laten zien dat je voor meer staat dan alleen de materiële zaken. Wij zijn een organisatie met een ziel.''

Van Egerschot maakt zich wat dat betreft geen enkele zorgen. ,,Voer maar in dit voorstel, er verandert niets aan de markt'', zegt hij zelfverzekerd. ,,Iedere loterij heeft zijn unieke verkooppositie: wij hebben de prijzen, de goede-doelen-loterijen hebben hun benificianten. Dat blijft zo.''

Van Egerschot is blij dat het kabinet de komende drie jaar wil gebruiken om de markt voor loterijen wat beter in kaart te krijgen. ,,Geen overhaaste beslissingen, rustig aan veranderingen doorvoeren en kijken hoe het uitpakt'', zegt hij. Over de geplande toetreding van drie nieuwe spelers op de markt is hij helder: ,,We zitten er met de neus bovenop, en we willen de markt niet gesloten houden. Het is zaak innovatief te blijven, zoals dat hoort in een goed werkende markt.'' Een ding weet Van Egerschot zeker: ,,Ik wil geen goede doelen loterij worden''. Wat ,,maatschappelijk engagement'' is prima, maar ,,de Staatsloterij zal altijd een prijzenloterij blijven.''

De plannen van Bos en Kalsbeek doen op het eerste gezicht dus weinig stof opwaaien, zo lijkt het. Alles blijft bij het oude, zo verzekeren de twee grootste spelers op de markt. De vraag is of de Kamer dan wel zoveel voelt voor de wijzigingsvoorstellen. Kansspelen (en afval) zijn de enige twee sectoren die niet deel hoeven te nemen aan één Europese markt. Voor de zittende partijen is er ook in het nieuwe stelsel geen enkele prikkel om meer te gaan concurreren, vrijblijvende percentages en nieuwe toetreders ten spijt.