Eerste Kamer toch tevreden over zichzelf

De Eerste Kamer, volgens velen overbodig, debatteerde gisteren weer eens over haar eigen positie. De senatoren bleken volkomen tevreden.

Als het aan de meerderheid van de Eerste Kamer ligt, verandert er ook de komende eeuw niets wezenlijks aan de eigen rol of aan de verhouding tussen senaat en Tweede Kamer. Die conclusie schemerde gisteren door nadat de senatoren een middag hadden vergaderd over het thema `de positie van de Eerste Kamer'. Namens de VVD liet senator Van den Broek-Laman Trip weten dat haar fractie volkomen tevreden is met de staatkundige status quo. Haar collega Bemelmans-Videc van de CDA-fractie was dat roerend met haar eens. En aangezien beide fracties in de 75 leden tellende Eerste Kamer met 39 zetels een riante meerderheid hebben, lijkt het debat al in de eerste ronde beslist.

De periodiek terugkerende discussie over de positie van de Eerste Kamer heeft in de woorden van senator Platvoet (GroenLinks) ,,het karakter van een mug'': ,,Telkens wordt zij weggemept en telkens keert zij ook terug.'' Aanleiding voor het debat deze keer was een afspraak tussen de paarse partijen gemaakt in het regeerakkoord om eens te ,,reflecteren'' op de positie van de senaat in het staatsbestel. Dat had toenmalig minister Peper (Binnenlandse Zaken) dan ook gedaan in een notitie, die later weer werd bijgesteld door zijn opvolger De Vries. De wens om het `politieke primaat' van de Tweede Kamer met haar rechtstreeks gekozen leden en dus grotere legitimiteit wellicht te formaliseren was ook al sterker geworden na de zogeheten `nacht van Wiegel', van 18 op 19 mei 1999, toen bleek dat één senator het kabinet kan laten vallen.

De directe aanleiding om gisteren tot een debat te komen was ook een artikel over de Eerste Kamer in de bijlage M van deze krant in juni van het afgelopen jaar. Tweede-Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven liet daarin weten voor opheffing van de senaat te zijn. Ook werd de senaat hierin, volgens Platvoet, ,,door toedoen van citaten van haar eigen leden op tamelijk onthutsende wijze ontluisterd''. Platvoet betoonde zich daar overigens niet rouwig om, want hij is, met de SP-fractie in de senaat, voorstander van opheffing van dit instituut. Beide fracties vinden, kort samengevat, de Eerste Kamer met zijn getrapte verkiezing (de leden worden gekozen door Provinciale Staten) een democratische anomalie, die het werk van de Tweede Kamer doubleert en die alleen maar vertraging in de hand werkt in het wetgevingsproces.

Platvoet en sommige andere senatoren herinnerden de minister overigens met enig leedvermaak aan een door hem als toenmalig lid van de Tweede Kamer mede-ondertekende motie uit het jaar 1974, waarin gepleit wordt voor opheffing van de senaat. De Vries voegde er destijds zelfs aan toe dat ,,het een weldaad zou zijn als ministers en ambtenaren de tijd, thans aan de Eerste Kamer besteed, aan nuttiger arbeid konden wijden''.

Minister De Vries wil nu slechts sleutelen aan de senaat. Tijdens het debat gisteren bleek dat hij een hekel heeft aan het verschijnsel van de novelle; zo worden wetsvoorstellen genoemd die het kabinet na consultatie van de Eerste Kamer haastig amendeert om alsnog te kunnen worden aangenomen. Dit ,,verkapte recht van amendement'' is De Vries een doorn in het oog. Hij geeft er de voorkeur aan de Eerste Kamer eventueel in voorkomende gevallen ,,een terugzendrecht'' te geven. Maar in dat geval spreekt de Tweede Kamer het laatste woord over een wetsvoorstel. ,,We moeten geen verhouding ondermeester versus bovenmeester krijgen'', aldus de minister.

De Eerste Kamer rondde gisteren de eerste termijn van het debat af, maar niet geheel duidelijk is nu het vervolg. Volgens de agenda van de senaat is er nu tijd voor de leden om te overleggen met geestverwanten aan ,,de overzijde'', zoals de Tweede Kamer wordt genoemd. Maar een georganiseerd overleg, zoals PvdA-woordvoerder Peter Rehwinkel vorige week heeft voorgesteld, gaat de senaat te ver. Het debat wordt waarschijnlijk voortgezet in februari volgend jaar.