Dokter Greenspan nadert bodem medicijnkastje

Na de nieuwe renteverlaging van gisteren nadert het Amerikaanse rentebeleid het stadium waarin het monetaire beleid geen verdere stimulans meer kan geven aan de economie.

Nog acht pillen, en het medicijn is op. De Amerikaanse Federal Reserve Board, het stelsel van centrale banken, verlaagde gisteren opnieuw, voor de tiende maal dit jaar, de rente. Ditmaal van 2,5 procent naar 2 procent. Bovendien liet de `Fed' er geen misverstanden over bestaan dat hij bereid is verdere stappen naar beneden te doen. Mogelijk gebeurt dat al op de eerstvolgende bijeenkomst van het beleidsbepalende comité op 11 december.

Aan daadkracht heeft de centrale bankier Alan Greenspan geen gebrek. De forse renteverlaging, die groter is dan de 0,25 procentpunt waar veel partijen op de financiële markten op hadden gerekend, komt na een nieuwe serie van buitengewoon slechte cijfers over de Amerikaanse economie. Doorslaggevend moeten de werkgelegenheidscijfers van afgelopen vrijdag zijn geweest, die toonden dat over oktober de werkloosheid scherp is gestegen van 4,9 procent naar 5,4 procent. In het derde kwartaal vertoonde de Amerikaanse economie al een geringe krimp van 0,1 procent van kwartaal op kwartaal (0,4 procent als dit wordt geëxtrapoleerd op een jaar). In het vierde kwartaal is een verdere krimp nu al zo goed als zeker, waarmee een `officiële' recessie in de VS een feit zou zijn.

De nieuwe renteverlaging drukt de rente op de geldmarkt ruim onder de Amerikaanse inflatie, die voor oktober wordt verwacht rond de 2,5 procent te zijn geweest. Met deze laagste `negatieve reële rente' sinds 1993 en de laagste absolute rente sinds 1961, kan de impuls die de centrale bank aan de economie probeert te geven nauwelijks worden onderschat.

Toch kan Greenspan niet al te gerust zijn: de marktreacties op de onverwacht grote renteverlaging en de impliciete belofte van méér, waren aan de lauwe kant. De beurskoersen stegen in de VS met 1,6 procent. Op de obligatiemarkt kon de effectieve rente op langer lopende leningen wel flink naar beneden. Maar het is de vraag waar dat aan lag. Gehoopt moet zijn geweest op het technische effect van de renteverlaging: de lagere kortlopende financieringskosten (de zogenoemde `cost of carry') die financiële partijen hebben voor hun investeringen in hoger renderende langer lopende obligaties. Maar het effect kan ook gelegen hebben aan het uiterst sombere beeld dat de `Fed' schetste van de economie, dat in de regel de koersen van obligatie omhoog, en hun effectieve rente omlaag drukt.

Mocht dat laatste het geval zijn, dan groeit op de financiële markten het idee dat het huidige conjuncturele dal nog lang niet over is. En rijst er twijfel of renteverlagingen daar nog wel tegen helpen. Als de rente dit jaar al is gezakt van bijna 7 procent naar 2 procent, wat doet een verdere verlaging er dan nog toe?

Daarmee krijgt Greenspan een voorvertoning van de nachtmerrie van elke centrale bankier: de economie kan in een staat komen te verkeren, waarin consumenten en bedrijven niet meer willen investeren en lenen. Hoe laag de rente ook wordt.

Japan heeft daar in de jaren negentig, na het uiteenspatten van zijn `zeepbeleconomie' praktijkervaring mee opgedaan. De Japanse geldmarktrente is verlaagd tot iets meer dan nul: geld is `gratis'. De tienjaarsrente op de obligatiemarkt bedraagt een ongekend lage 1,3 procent. Maar helpen doet het al een jaar of vier niet meer. Wie, zoals de grafiek toont, het Japanse rentebeleid acht jaar terug in de tijd schuift, krijgt een griezelige gelijkenis met het Amerikaanse monetaire beleid van nu. Acht renteverlagingen van 0,25 procentpunt scheiden Greenspan nog maar van de nullijn. Nog maar acht pillen, en de patiënt toont nog geen herstel.

    • Maarten Schinkel