Conservatieve overlever in Australische politiek

Hij heeft eigenlijk geen van de karaktertrekken waarmee Australiërs zichzelf zo graag associëren: sterk, joviaal, genereus, ondeugend, charismatisch, en vooral wars van conventies. De bebrilde, conservatieve minister-president John Howard (62) is klein van stuk, heeft een schrille stem, traditioneel, bepaald niet gevat en hij stuurt Aziatische bootvluchtelingen door naar straatarme eilanden in de Grote Oceaan. Niettemin heeft `little Johnny Howard', zoals hij met affectie wordt genoemd, een goede kans om zaterdag een derde ambtstermijn als regeringsleider uit de verkiezingen te slepen.

Howard, van oorsprong advocaat, is een stugge overlever. In 1989 werd hij gedumpt als leider van zijn Liberale Partij omdat hij electoraal geen vuist kon maken tegen Labors Bob Hawke, die juist wel aan de klassieke Australische persoonskenmerken voldeed. `Mr Ten Percent' werd Howard toen schertsend genoemd. Dat percentage leek het maximum van zijn populariteit bij veel opiniepeilingen.

In 1995 kwam hij terug als leider van zijn partij, omdat ook andere conservatieve collega's het jarenlange sterke Labor niet konden verslaan. Howard kon in elk geval op het economische vlak indruk maken, wisten de Liberalen. Toen Labor onder Hawke's opvolger Paul Keating te arrogant werd, greep Howard zijn kans. Hij won de verkiezingen van 1996, prolongeerde het succes in 1998 en kan zaterdag dus zijn derde zege behalen.

Daar zag het een paar maanden geleden beslist niet naar uit. Howards nieuwe Goods and Services-belasting (vergelijkbaar met BTW) bleek zeer impopulair, net als zijn strenge maatregelen tegen wapenbezit, de liberalisering van de arbeidsmarkt en het terugdraaien van sociale uitkeringen. Na vijf jaar conservatief beleid leek het economisch florerende Australië bovendien wel weer trek te krijgen in een wat meer bevlogen Labor-bewind. Op staatsniveau was de ene na de andere conservatieve regering al gesneuveld. Zes maanden geleden had Kim Beazley's Laborpartij bij opiniepeilingen een duidelijke voorsprong.

Daarop kreeg Howard zijn eerste troefkaart: de crisis met het Noorse schip Tampa, dat zo'n vierhonderd Aziatische vluchtelingen in Australië wilde afzetten. De premier wilde er niet van weten. Ondanks internationale protesten en afkeuring van de VN stuurde hij de vluchtelingen door naar het eilandstaatje Nauru. Ook andere, door de Australische marine opgepikte vluchtelingen werden doorgestuurd naar naburige eilandstaten, die zich daarvoor door Australië ruimschoots lieten betalen. ,,Australië is geen soft touch'', herhaalde Howard keer op keer. ,,Onze regering heeft het recht te bepalen wie hier komt en hoe.'' Hij zei ook dat de vluchtelingen die hun kinderen nabij een Australisch marineschip in zee gooiden, nooit legaal Australië zouden binnenkomen zolang hij premier was.

Howards retoriek beviel veel Australiërs. Ze hoefden voor hun politieke steunbetuigingen nu niet meer naar de uiterst rechtse One Nation-partij van Pauline Hanson uit te wijken. In het lege Australië zijn er altijd veel latent aanwezige angstgevoelens door een vloedgolf van Aziaten te worden overspoeld. Howard speelt daar nu enigszins schaamteloos op in, maar hij staat niet alleen. Ook de Labor-oppositie zegt op ferme toon de bootvluchtelingen buiten de deur te willen houden.

In september kreeg Howard weer een troef in handen. Hij stelde zich vierkant achter de Verenigde Staten op in de oorlog tegen het terrorisme. Onder zijn leiding heeft Australië 1.500 militairen beschikbaar gesteld voor gevechtstaken in Afghanistan. Howard heeft daarbij zichzelf een staatsmanachtige rol toebedeeld als sterke nationale leider. Zijn boodschap is duidelijk: in deze bange tijden, waarin de Talibaan een `heilige oorlog tegen Australië' hebben uitgeroepen, kan het land zijn ervaren leider maar beter niet vervangen.

Met zijn snelle militaire steun aan de VS isoleert Howard zich overigens wel van zijn noorderbuur. De relaties raakten twee jaar terug al ernstig bekoeld door de leidende Australische militaire rol in de vredesoperaties in Oost-Timor. Daarvoor had Australië als een van de weinige westerse landen de annexatie van Oost-Timor door Indonesië erkend. Waarnemers zeggen dat Howard geen weet heeft van de diplomatieke gebruiken in de relaties met Jakarta. Hij valt daarom zeer slecht in Indonesië. Bij de recente APEC-top in Shanghai bleek het voor hem onmogelijk een persoonlijke ontmoeting te regelen met president Megawati Soekarnoputri. Eerder dit jaar, toen hij na haar aantreden naar Jakarta reisde om haar te feliciteren, kreeg hij haar in Jakarta niet eens aan de telefoon.

Howards klungelachtige buitenlandse optreden deert hem binnenlands een stuk minder. Veel Australiërs zien hem als een mogelijk wat saaie, maar betrouwbare politicus, die wars is van het innemen van politiek correcte posities die vooral het buitenland behagen. Het geen blad voor de mond nemen is daarbij ook een gewaardeerde Australische karaktertrek, die Howard thuis respect oplevert. Nu bovendien het wereldwijde economische klimaat ook nog dreigt om te slaan, is er voor veel Australiërs nog een reden zaterdag geen nieuwe kapitein te benoemen: onder Howards leiding presteerde de Australische economie immers uitstekend.