Bewegingsvrijheid voor het hert

Wilde herten, paarden en runderen kunnen straks via een corridor van de Oostvaardersplassen naar de Veluwe lopen. Almere krijgt zo meer natuur.

Het is een oude klacht: de natuur is versnipperd. Tachtig procent van alle natuurgebieden in Nederland is kleiner dan tien hectare. Het land zou een stuk leefbaarder worden als al die natuurgebieden met elkaar verbonden zouden worden, menen ecologen. Anderhalf jaar geleden kondigde het kabinet om die reden met enig publicitair vertoon aan dat er zeven robuuste verbindingen zullen worden aangelegd tussen deze natuurgebieden met een oppervlakte van in totaal 27.000 hectare. Daarmee krijgen `mobiele' diersoorten, zoals roerdomp, otter, edelhert en boommarter, een groter leefgebied en kunnen zij een genetische uitwisseling aangaan met soortgenoten elders.

Sindsdien heeft iedere gemeente of landschapsarchitect grootse plannen met ecologische verbindingszones. Tussen nieuwbouwwijk en industrieterrein, tussen winkelcentrum en rijksweg, tussen kantoortuin en kassencomplex. Maar in de praktijk komt er van die corridors weinig terecht. Als er al één wordt ingericht, is die bij wijze van spreken net breed genoeg om een boswachter door te laten of bestaat uit niet meer dan een sloot. De Wageningse hoogleraar Paul Obdam verklaarde eerder al dat de meeste verbindingen bovendien op de verkeerde plek liggen. Staatsbosbeheer komt nu met een plan om serieus werk van de verbindingszones te maken. De nieuwe directeur, Kees Vriesman, presenteerde gisteren een plan om een strook natuur aan te leggen van twaalf kilometer lang en anderhalve kilometer breed vanaf de Oostvaardersplassen tussen Almere en Lelystad naar het Horsterwold bij Zeewolde. Die zone moet migratie mogelijk maken van edelherten, wilde paarden en runderen tussen de Oostvaardersplassen en, uiteindelijk, de Veluwe. Bovendien moet het extra groen bijdragen aan het woongenot in Almere.

Het plan van Staatsbosbeheer kost 300 miljoen gulden, rekende KPMG uit. Dat bedrag moet onder meer worden verkregen door publiek-private samenwerking. Staatsbosbeheer wil voorkomen dat de natuur als sluitpost aan bod komt nadat alle nieuwbouwplannen van Almere zijn gerealiseerd, zoals de klacht is bij bijvoorbeeld de Vinex-locatie Leidsche Rijn. Het gebied rondom Almere dient als geheel te worden ontwikkeld. Projectontwikkelaars die niet aan de natuur willen meebetalen, krijgen eenvoudigweg geen vergunning om te bouwen, aldus het plan van Staatsbosbeheer. De zandwinning voor de huizen kan leiden tot natte natuur in de omgeving of tot noodzakelijke waterberging; de winsten op de uitgifte van grond voor bedrijventerreinen en moderne landgoederen moet gestoken worden in het uitkopen van boeren.

Adri de Gelder, regiohoofd van Staatsbosbeheer in Overijssel en Flevoland: ,,Er zal minder ruimte voor landbouw zijn. We spelen in op de ontwikkeling dat vooral grootschalige akkerbouw naar landen in Oost-Europa verhuist. Dat zal niet tot grote weerstanden leiden. In deze omgeving zitten veel boeren die al eerder van elders hierheen waren gekomen. Ze zijn niet erg aan hun grond gebonden. Voor een grote stad is deze grond belangrijker. Bij een grote stad hoort grootse natuur.''

Een tocht door de bijna 6.000 hectare grote Oostvaardersplassen leert hoe waardevol een grootschalig natuurgebied is. Het effect op flora en fauna is veel groter dan de som van een aantal versnipperde locaties, legt ecoloog Frans Vera uit, een van de founding fathers van de Oostvaardersplassen. Vera: ,,De kwaliteit van de natuur hangt samen met de schaal. Een gebied als dit heeft een mate van natuurlijkheid die je bijna nergens in Europa nog vindt. Er worden hier veel auto's met buitenlandse kentekenplaten gesignaleerd.''

Bij de Oostvaardersplassen zwerven 800 edelherten, 600 konikpaarden en 600 heckrunderen. Zij vertonen volgens Staatsbosbeheer gedrag dat bij landbouwvee is verdwenen, zoals het gevecht om merries bij wilde paarden en het groepsgedrag van stieren in de heckrundpopulatie. De grootschaligheid heeft verrassende effecten. Zo zijn de wilde paarden soms getooid met paarse strepen, afkomstig van de poep van spreeuwen die vlierbessen hebben gegeten en op hun rug insecten pikken.

    • Arjen Schreuder