Universiteit verjaagt jong talent

Het gaat goed met de Nederlandse wetenschap. Althans als we de ranglijsten van een paar jaar geleden mogen geloven. Inmiddels is Nederland langzaam maar gestaag terrein aan het verliezen. We staan nu op de tiende plaats in de wereld – voor een land dat zich afficheert als `kennismaatschappij' toch wat mager. Deels komt dat door ontbrekende financiering en voor een ander deel door het falende personeelsbeleid van de universiteiten.

Jonge wetenschappers worden op dit moment en masse binnengehaald om als assistent in opleiding (aio) in vier jaar een proefschrift te schrijven en ondertussen zoveel mogelijk `wetenschappelijke output' te produceren. Zo heten in universiteitstermen artikelen in wetenschappelijke tijdschriften die in het financieringssysteem vaak veel geld waard zijn. Bovendien zijn aio's ook nog eens goedkoop, dus veel waar voor je geld.

Na afloop van hun tijdelijke contract zou 57 procent graag door willen gaan in de wetenschap. Maar helaas – er is geen plaats. Een deel mag blijven op nieuwe tijdelijke projecten. Maar na het derde tijdelijke contract zonder enig uitzicht op zekerheid verlaten veel aanstormende wetenschappers gedemotiveerd en gedesillusioneerd de universiteit.

De vaste banen op de universiteiten worden bezet gehouden door verzuurde vijftigers, murw gebeukt door bezuinigingen en beleidswisselingen. De sfeer is daardoor vaak ingeslapen en weinig inspirerend. Dat heeft ook zijn weerslag in enquêtes over de populariteit van werken bij de universiteit. De score is wat dat betreft bijzonder matig.

Toch blijven jonge mensen voor wetenschap kiezen. Jonge wetenschappers vinden het leuk wat ze doen. Ze doen het vaak uit idealisme. Velen beschouwen het als een soort hobby. Ze willen iets betekenen voor de maatschappij, of zijn intens gefascineerd door de kleinste details van de atoomfysica.

Maar is dat een reden hen te straffen? Mag je hen daarom afschepen met een fooi en – hoe goed ze ook mogen zijn – wegsturen als ze niet meer bereid zijn om zich te laten misbruiken in tijdelijke contracten? De universiteit denkt het zich blijkbaar nog steeds te kunnen permitteren goede mensen weg te sturen, terwijl bedrijven veel moeite doen om hoogopgeleiden binnen te houden.

Iedereen die echt de wetenschap in wil, is vooral krampachtig bezig met het bemachtigen van een vaste baan. En als die eenmaal binnen is laten ze hem ook nooit meer los. Je weet het niet, het zou wel eens je laatste kans kunnen zijn.

Door die vaste banen iets toegankelijker te maken en iedereen die goed is ook het vertrouwen te geven dat er plaats zal zijn, is het makkelijker voor wetenschappers ook eens buiten de ivoren toren te kijken. Een tijdje een buitenlandse universiteit of onderzoeksinstituut of buiten de wetenschap, en daarna weer met nieuwe ideeën en inspiratie terug naar de universiteit. Want wetenschap drijft nu eenmaal op inspiratie. Misschien is het voor onderzoekers die in het bedrijfsleven werkzaam zijn ook wel inspirerend om een tijdlang de grotere academische vrijheid van de universiteit te proeven.

Natuurlijk wil ik niet voorschrijven dat iedereen een tijdje weg moet van de universiteit. Wetenschap drijft ook op deskundigheid, kennis en hard werken. Maar zonder inspiratie kan zelfs de grootste deskundige niet tot vernieuwende ontdekkingen komen. En niet iedereen kan zijn hele werkzame leven in dezelfde omgeving even geïnspireerd blijven.

Ook universiteiten beseffen langzamerhand dat hun positie op de arbeidsmarkt niet al te best is. Maar de oplossingen zijn tot nu toe incidenteel. Zo biedt de universiteit Groningen vrouwelijke wetenschappers 50.000 gulden om bij haar te komen werken. En de `vernieuwingsimpuls' geeft jonge wetenschappers de mogelijkheid een lange periode redelijk vrij te besteden aan eigen onderzoek. Maar dat zijn druppels op een gloeiende plaat. De werkelijke oplossing moet fundamenteler zijn.

De komende jaren vertrekt de `grijze golf' van de universiteiten. Dat zijn al die mensen die eind jaren zestig zijn aangesteld, toen het hoger onderwijs een enorme groei doormaakte. Daardoor komt er eindelijk ruimte. Om het personeelsbestand op peil te houden en de wetenschappelijke kwaliteit te garanderen moeten substantieel meer mensen instromen.

Laat de universiteiten dan nu niet dezelfde fout maken die ze toen gemaakt hebben, door weer een grote groep mensen in een zelfde leeftijdscategorie een `baan voor het leven' te geven. Laat ze afstappen van het rigoureuze formatiesysteem, dat eigenlijk niets anders zegt dan `vol is vol'. Door bewust te kiezen voor talent, kwaliteit en doorstroming kan Nederland misschien eindelijk weer eens stijgen op de wetenschappelijke ranglijsten.

Simone Löhner is voorzitter van het Landelijk AIO/OIO Overleg (LAIOO).