Twijfel aan succes van Delta Force

De commandoacties die Amerikaanse speciale troepen in het weekeinde van 20 oktober uitvoerden in Afghanistan, werden door minister van Defensie Rumsfeld ,,een groot succes'' genoemd. De troepen, onder wie honderd Ranger-stoottroepen en de elite-eenheid Delta Force, hadden inlichtingen ingewonnen en een wapenvoorraad zou zijn vernietigd.

Maar al snel werd gemeld dat de Rangers uit Kandahar zouden zijn weggejaagd door aanhangers van de Talibaan, en deze week schrijft het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker dat ook de elitesoldaten van Delta Force niet ongeschonden uit Kandahar zijn gekomen. Twaalf soldaten zouden gewond zijn geraakt bij hun actie, van wie drie zwaargewond.

Volgens het artikel vielen troepen van de Delta Force-eenheid op 20 oktober een van de huizen van de religieuze leider van de Talibaan, Mullah Mohammad Omar, in Kandahar binnen om hem te vinden. Wanneer Omar er niet zou zijn, moesten de commando's documenten meenemen. De zoekactie duurde echter te lang. Toen de commando's naar buiten kwamen, hadden aanhangers van Omar zich gegroepeerd rondom het huis.

,,Het was een hinderlaag'', vertelde een van de commando's The New Yorker. ,,De Talibaan vuurden met lichte geweren en gebruikten òf mortiergranaten òf handgranaten. Het was een doordacht vuurgevecht en de Talibaan hadden het overwicht.''

Het Pentagon ontkent het bericht uit The New Yorker. Volgens de opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten, generaal Myers, zijn er bij de acties van 20 oktober slechts enkele lichtgewonden gevallen door ongelukken met parachutes. ,,Er was geen weerstand. De Talibaan waren in complete verwarring'', aldus Myers.