Toen was er nog maar één

Sinds gisteren zijn de concurrenten de Gelderlander en de Arnhemse Courant samengevoegd. Daarmee is het grootste regionale dagblad van Nederland ontstaan. `Inhoudelijk was er al haast geen verschil meer.'

Op de redactie van de Gelderlander aan het Gele Rijdersplein in Arnhem staan de verhuisdozen nog onuitgepakt tussen de bureaus. Ze behoren toe aan redacteuren van de Arnhemse Courant, die tot voor kort spottend spraken over de concurrentie van het `Lege Schrijversplein'. Sinds drie weken delen ze één kantoor. Tot gisteren, toen er voor het eerst één krant verscheen, maakten ze samen twee kranten: de Gelderlander voor de ochtend, en de Arnhemse Courant in de middag.

Gisteren is er een streep gezet onder een jarenlange concurrentiestrijd tussen beide kranten. De `roomse' Gelderlander (1848) en `liberale' Arnhemse Courant (1814) gaan verder onder de naam de Gelderlander – behalve in de provinciehoofdstad, waar op uitdrukkelijk verzoek van de redactie de naam Arnhemse Courant behouden blijft als neventitel. Het is een fusie die vroeger ondenkbaar was, maar door de huidige persconcentratie als onvermijdelijk wordt bestempeld. Het besef dat in steden als Arnhem, Doetinchem en Ede vroeg of laat een einde zou komen aan een voor Nederland bijna unieke situatie – twee regionale kranten die elkaar beconcurreren – was op de redactie al geruime tijd aanwezig. Redacteur Harry van der Ploeg, al twintig jaar schrijvend voor de Arnhemse Courant: ,,Het was hier eigenlijk een soort reservaat.''

De Gelderlander, opgericht als `Staatkundig-, Nieuws- en Advertentieblad' voor onderdrukte katholieken, kritiseerde ruim honderd jaar geleden de liberale politiek. Oprichter en drukker Simon Langendam moest zijn politieke stellingnames zelfs bekopen met een gevangenisstraf.

De Arnhemse Courant is in de negentiende eeuw een `rebelse krant', spreekbuis van liberale voormannen als Thorbecke, maar in de eerste helft van de twintigste eeuw vooral trouw aan het liberale gezag. In 1918, als de socialist Troelstra een opstand tegen het koningshuis predikt, is het de Arnhemse Courant die haar lezers oproept het gezag te steunen. Na de Tweede Wereldoorlog krijgt de krant een tijdelijk verschijningsverbod omdat ze als propagandamiddel voor de Duitse bezetter had gediend.

Het katholieke karakter van de Gelderlander, tijdens de oorlog door de Duitsers het zwijgen opgelegd, wordt in de naoorlogse jaren stevig bewaakt door de streng gelovige, katholieke hoofdredacteur Louis Frequin, ook wel `kardinaal' genoemd. In 1971 krijgt de Gelderlander een `rooie' impuls door het samengaan van het Arnhems Dagblad, een kopblad van de Gelderlander, met de Arnhemse editie van Het Vrije Volk. Het is de eerste stap in de ontzuiling die zich vanaf dat moment in alle hevigheid voltrekt.

De Gelderlander en Arnhemse Courant zijn al lang niet meer te betrappen op roomse of liberale standpunten. Hoofdredacteur Ulco Jonker van De Gelderlander wijst erop dat in veel kranten inmiddels letterlijk dezelfde verhalen staan. Om de 35.000 abonnees van de Arnhemse Courant, en haar kopblad het Gelders Dagblad, hier op te wijzen, kregen zij de laatste anderhalve week ook de Gelderlander bezorgd. ,,Ze kunnen zo met eigen ogen zien dat er inhoudelijk niet zoveel verschil tussen de kranten zit'', zegt Jonker. Als oud-redacteur van Het Financieele Dagblad kent hij de discussie over de pluriformiteit van de pers en de angst voor monopolies. Maar met de verkoop van de Gelderlander door VNU aan Wegener is in zijn ogen de concurrentie tussen de regionale kranten verworden tot een prestigestrijd tussen journalisten over wie welk nieuwtje het eerste heeft. Journalistiek een lovenswaardig streven, maar bedrijfseconomisch niet gewenst. ,,Je ziet twee redacties in hetzelfde gebied met dezelfde dingen bezig zijn. Verspilling wil ik het niet noemen, maar het beperkt wel je mogelijkheden.''

Aan het Gele Rijdersplein in Arnhem, het voormalige redactielokaal van de Arnhemse uitgave van Het Vrije Volk, delen ze de mening van hun hoofdredacteur. ,,Natuurlijk doet het heel erg pijn dat je eigen krantje verdwijnt'', zegt chef stadsredactie Eric Louwes – afkomstig van de Arnhemse Courant. ,,Maar voor het maken van een goede krant kwamen we altijd twee, drie man tekort.'' In de nieuwe opzet heeft Louwes de beschikking over twaalf redacteuren, die meer tijd en ruimte krijgen om zaken uit te spitten.

Redactiechef Eugène Leenders van de Gelderlander, noemt als voorbeeld het vrijmaken van twee verslaggevers voor de berichtgeving over het verspreiden van poederbrieven. ,,Daar droomde je vroeger van.'' En ook een langslepende zaak als de financiële situatie van het Gelredome kan volgens Leenders nu beter onderzocht worden. Dat de extra mankracht ten koste gaat van de concurrentie, moet volgens de redacteuren niet worden overdreven. ,,Het vijandbeeld is er wel, maar dan alleen bij journalisten'', relativeert Leenders. Het elkaar voortdurend vliegen afvangen had volgens redacteur Van der Ploeg ook een keerzijde. ,,We publiceerden soms onvolledig, het leidde zelfs tot blunders in de krant.''

Raadslid A. Went (VVD), de nestor in de Arnhemse gemeenteraad, heeft niet gemerkt dat de concurrentie ten koste ging van de kwaliteit. Hij noemt het `doodzonde' dat de concurrentie verdwijnt. ,,Gezonde rivaliteit is altijd goed.'' Het enige nadeel was het plannen van tijdstippen van persconferenties. Altijd voelde één krant zich wel benadeeld. Went, van oorsprong lezer van de Arnhemse Courant, leest sinds tien jaar de Gelderlander. ,,Die zitten voor wat betreft de politiek toch meer als een bok op de haverkist.'' Ook voorzitter M. Bouwman van de Arnhemse ondernemersvereniging betreurt het samengaan. ,,Er ontstaat nu toch een monopolist. Een bedrijf dat in de krant wil adverteren, heeft nog maar één keuze.'' Bouwman was geabonneerd op de Arnhemse Courant, een krant die volgens hem `alerter' berichtte over het plaatselijk bedrijfsleven dan de Gelderlander.

Het hoofkantoor van de gefuseerde kranten staat aan de Waal in Nijmegen, niet ver van de plek waar anderhalve eeuw geleden de eerste exemplaren gedrukt werden. Hoofredacteur Jonker somt in zijn werkkamer de voordelen van de fusie op. Meer diepgang, meer research, meer service. De Gelderlander was volgens hem al `heer en meester' bij het regionale nieuws, maar moet als nieuwe de Gelderlander dichter bij de lezers staan. ,,Dat betekent scherper en dieper ingaan op het nieuws.'' Redactioneel wordt er meer ruimte gegeven aan researchjournalistiek, terwijl ook het servicegehalte van de nieuwe krant verhoogd wordt. Zo wordt de wekelijkse rubriek met ingezonden brieven vervangen door een dagelijkse discussiepagina, is er dagelijks een halve pagina agendaberichten en wekelijks een bijlage over financiële zaken.

Tot tevredenheid van veel abonnees keren de kerkberichten in de Gelderlander terug. ,,Veel abonnees hebben daar behoefte aan, wie zijn wij dan om aan die wens niet tegemoet te komen.'' De interactie met abonnees wordt verder vergroot door meer te investeren in internet.

De abonnees zelf blijken tot dusver weinig moeite te hebben met de samenvoeging van beide kranten. Lezers bellen wel, maar dan vooral met klachten over de bezorging of de opmaak. Als er al op de inhoud gereageerd wordt, zijn het ouderen, die zich `lid' noemen van de krant. Zij hebben de periode nog meegemaakt dat de Gelderlander als roomse krant haar abonnees adviseerde om op KVP-lijsttrekker Romme te stemmen. Het samengaan met de liberalere Arnhemse Courant ligt gevoelig. De jongere generatie maakt zich eerder druk over het verdwijnen van de strip Suske en Wiske.

Na de fusie telt de Gelderlander 200.000 abonnees. Het is hiermee de grootste regionale krant van Nederland en zal als zodanig ook onder de belangstelling worden gebracht van adverteerders die niet in regionale kranten willen adverteren. ,,We hopen dat ze niet meer om de grootste van de regio heen kunnen'', zegt Jonker. De samenvoeging moet jaarlijks leiden tot een financieel voordeel van tien miljoen gulden. Er wordt bespaard op de kosten van huisvesting, distributie en personeel, terwijl de extra ruimte op de persen tot meer inkomsten zal leiden. In totaal zijn er, door natuurlijk verloop en het niet vervullen van vacatures, zo'n vijftig arbeidsplaatsen verdwenen, waaronder een dertigtal journalistieke functies. De nieuwe Gelderlander telt zo'n 230 redacteuren, waarvan er 150 over de 14 regionale edities verspreid zijn.

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) vecht de fusie nog aan. Met de verkoop van de Gelderlander door VNU aan Wegener stemde de NMa in, op voorwaarde dat de Arnhemse Courant en een aantal edities van het Gelders Dagblad door Wegener verkocht zouden worden. Op die manier zou de concurrentie in de regio gewaarborgd blijven. Wegener ging bij de rechter met succes tegen deze voorwaarde in beroep. Bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven loopt nog een beroepsprocedure. Jonker: ,,De NMa focust het op de regio. Maar wij concurreren met landelijke kranten, concurreren met audiovisuele media in de regio en hebben te maken met ontlezing.''

De laatste drie jaar heeft de Gelderlander per saldo duizend abonnees per jaar verloren. De samenvoeging met de Arnhemse Courant moet de daling een halt toeroepen en op termijn leiden tot een stijging van het aantal abonnees. ,,Dat is tegen de trend in, dat besef ik, maar het geloof is er'', zegt Jonker.

    • Martin Steenbeeke