`Stop gesoebat bij schadeclaim'

De ene gebroken pols levert een schadevergoeding op van 6.500 gulden, de andere 65.000. Advocaat R. Sleeuw wil daarom stichtingen waarin advocaten samenwerken met letselschade-experts van verzekeraars. D66 ziet er wel wat in.

Toen hij in 1983 begon, was de praktijk volgens arts en letselschade-advocaat R. Sleeuw uit Makkum nog gemoedelijk. Te goeder trouw schoven advocaten met letselschade-specialisten van verzekeraars aan tafel om samen het bedrag te bepalen van de schade die een slachtoffer door andermans schuld had opgelopen.

Maar met de toename van het claimbewustzijn aan de ene kant en de inschakeling van agressief opererende commerciële schadebureaus door verzekeraars aan de andere kant, is de vriendelijke sfeer volgens Sleeuw gaandeweg verdwenen. Goed werk leveren betekent voor een commercieel schadebureau: bedragen omlaag brengen. Goed werk leveren voor de belangenbehartiger van een slachtoffer betekent: het maximale eruit slepen.

De juridische vraag wat de schade voor de slachtoffers werkelijk bedraagt, is volgens Sleeuw steeds meer een kwestie geworden van keihard onderhandelen. Bij iedere zaak opnieuw. Sleeuw heeft genoeg van de ,,oeverloze herhaling van conflicten die zijn vak op dit moment met zich meebrengt''. ,,Door eraan mee te doen, laat ik de problemen voortbestaan, zegt hij.

Hij wil de vicieuze cirkel doorbreken met een constructie waarin de belangen van verzekeraars en slachtoffers weliswaar tegengesteld blijven, maar wel onder één dak komen. Schade-experts van verzekeraars moeten in een door Sleeuw bedachte Stichting Collectieve Regeling Personenschade samenwerken met advocaten die een vast salaris krijgen van de stichting. Dat salaris moet worden betaald uit het geld dat verzekeraars aan de stichting overmaken, zodra een slachtoffer dat van hen een schadevergoeding eist, de stichting inschakelt. Overal in het land zouden dergelijke kantoren moeten worden opgericht. Het Kamerlid B. Dittrich (D66), die zich ergert aan de jarenlange procedures waar slachtoffers vaak doorheen moeten voor ze het geld krijgen dat hun toekomt, zegt het plan van Sleeuw boeiend genoeg te vinden om deze week aan de orde te stellen tijdens de behandeling van de Justitiebegroting.

Uw stichting wordt betaald door de verzekeraars. Is de kans dan niet groot dat zij hun stempel zullen drukken op hoe de stichting werkt?

,,De advocaten in de stichting komen op voor niemand anders dan hun cliënten. In de huidige situatie moeten verzekeraars de advocaten van slachtoffers ook al betalen. Voordeel van mijn plan is dat dit niet meer direct gebeurt, maar via de stichting. Daarmee is het gesoebat tussen advocaten en verzekeraars over rekeningen ook opgelost.''

Wat verdienen die advocaten?

,,Een vast salaris, gerelateerd aan de salarissen van rechters, ongeveer 330 gulden per uur. Ik heb laten uitrekenen dat verzekeraars een standaardbedrag van 13.000 gulden per zaak moeten betalen om de jaarsalarissen van vier advocaten te bekostigen die 650 zaken behandelen.

Gaat uw plan niet in tegen de aard van de beroepsgroep? Advocaten zijn zakenmannen, geen ambtenaren.

,,Niet alle letselschade-advocaten zullen ervoor voelen. Dat hoeft ook niet. Maar veel advocaten zullen het volgens mij aantrekkelijk vinden om te kijken naar wat er écht is gebeurd, in plaats van listen verzinnen, gedraai van de tegenpartij en elke keer weer opnieuw het wiel uitvinden. Met redelijke argumenten boek je in de huidige situatie soms nauwelijks resultaten. Een jongetje van negen krijgt na een ongeluk een dwarslaesie. Aansprakelijkheid is duidelijk, alles is evident en tóch moet ik gaan procederen om een voorschot te krijgen voor de verbouwing van zijn ouderlijke woning. Het doel van de stichting zou moeten zijn om de bedragen die zijn uitgekeerd te rubriceren zodat een overzicht ontstaat van wat gebruikelijk is.

Van advocaten die iedere middag met letselschade-experts van verzekeraars aan dezelfde lunchtafel zitten, hoef je geen baanbrekend werk te verwachten.

,,Waarom niet? Het zou zeker een doel moeten zijn van de stichting om daar waar het kan, de grenzen van de rechten van slachtoffers op te rekken. Advocaten van de stichting moeten proefprocessen gaan voeren als ze mogelijkheden zien.

Dan komt er onmiddellijk een telefoontje van de verzekeraar: `Zeg, waar is onze stichting nú mee bezig?'

,,Nee hoor. De advocaten zijn gewoon onafhankelijk, de setting waarin ze werken verandert daar niets aan.

Slachtoffers die weten hoe ze hun belangen moeten (laten) verdedigen, krijgen het onderste uit de kan, zij die dat niet weten, krijgen weinig of niks. Is dat niet een soort `survival of the fittest' die je maar moet accepteren?

,,Ik weiger te accepteren dat iemand die geen goede belangenbehartiger heeft, genoegen neemt met 4.500 gulden terwijl hij recht heeft op 25.000 gulden.

Waarom dan geen norm opstellen voor de uit te keren bedragen?

,,Normering kan niet omdat voor het ene individu letsel meer consequenties heeft dan voor het andere. Letselschade is maatwerk. Maar het proces eromhéen kun je wel normeren en dat is wat ik met de stichting beoog.

Zien de verzekeraars wat in uw plan?

,,Ze staan niet te trappelen. De rechtspositie van slachtoffers zou erdoor versterkt worden. Maar ik zeg: het is in het voordeel van de verzekeraars als de situatie overzichtelijker wordt. Met de gegevens van de stichtingen kunnen verzekeraars de hoogte van hun premies afstemmen. Ze hoeven minder in het luchtledig te opereren dan nu het geval is.

    • Daniela Hooghiemstra