Slachtoffer misdrijf gebaat bij mediation

Op deze pagina signaleerde F. Kuitenbrouwer (1 november) ,,een identiteitscrisis over het slachtoffer in het strafproces'' en vroeg zich af op welke wijze het slachtoffer kan worden erkend als een zelfstandige `actor' binnen de strafrechtelijke procedure.

Met Kuitenbrouwer ben ik van mening dat het slachtoffer binnen het strafproces een volwaardige positie moet krijgen. Om die reden bepleit ik het wettelijk mogelijk te maken dat de rechter hangende het onderzoek ter rechtszitting naar de mediator kan verwijzen. Zo krijgt het slachtoffer de erkenning die hij verdient en kan de uitkomst van de bemiddeling meewerken bij de straftoemeting.

Ook de Raad van Europa bepleit de ontwikkeling en verbreding van mediation. De daarop van toepassing zijnde wetgeving moet voldoen aan de fundamentele procedurele waarborgen zoals artikel 6 EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) eist.

Het door het Nederlands Mediation Instituut (NMI) opgestelde reglement en de gedragscode komen overeen met deze waarborgen, waarmee naar mijn mening het optreden van de mediator in strafzaken is gelegitimeerd. Dit instituut staat tevens garant voor de kwaliteit van de mediators.

Mediation is een goed alternatief voor het toekennen van een spreekrecht aan het slachtoffer tijdens het onderzoek ter rechtszitting. Bij een verwijzing naar een mediator wordt voorkomen dat de sfeer tijdens het onderzoek ter rechtszitting afhankelijk is van een al dan niet aanwezig (geëmotioneerd) slachtoffer. Het is een illusie te denken dat het toekennen van een spreekrecht aan het slachtoffer tijdens het onderzoek ter rechtszitting de garantie biedt dat een verwerking plaatsvindt van gevoelens van wraak, boosheid, pijn en verdriet veroorzaakt door het strafbare feit.

Bij de mediation is het wel mogelijk om, met het oog op de toekomst, de belangen van verdachte en slachtoffer uit de verf te laten komen. Niet voor niets is een NMI-mediator erin getraind te voorkomen dat een confrontatie tussen slachtoffer en dader en het daarbij uiten van emoties gaat werken als een ongeleid projectiel.

Indien nodig, zal hij doorverwijzen naar een therapeut of naar andere hulpverleners. Hij bewaakt aldus de grens tussen de juridische en therapeutische hulp aan het slachtoffer.

Niet onbelangrijk is dat de verdachte hangende het onderzoek ter rechtszitting nog steeds verdachte is en het toekennen van het spreekrecht aan een slachtoffer gedurende de zitting een onaanvaardbare emotionele belasting kan zijn voor de verdachte die wellicht wordt vrijgesproken of ontslagen van alle rechtsvervolging. Het onderzoek ter rechtszitting in strafzaken behoort mijns inziens in het teken van de waarheidsvinding en de berechting van de verdachte te blijven staan.

ARTIKEL F. KUITENBROUWER: www.nrc.nl

Mr. I.A.H.M. Stijns-Schepers is universitair docente strafrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en mediator bij het Nederlands Mediation Instituut.

    • I.A.H.M. Stijns-Schepers