Schumann

De lyrische tenor Christoph Prégardien is al jaren een van de meest opmerkelijke en gelauwerde liedzangers van zijn stemtype. Zijn meest recente opname met Schumanns Liederkreis op. 24 en diens Kerner-Lieder op. 35 bestendigt die reputatie met momenten van haast onwereldse tederheid. Prégardien, groot geworden in de authentieke uitvoeringspraktijk, is op zijn liedopnames geen uitmuntend zanger die lied zingt, maar een liedzanger pur sang. Dat dat onderscheid een wereld van verschil behelst, bewijst Prégardien met de zorgvuldigheid van zijn fraseringen en tekstbehandeling. Bladstil invoelingsvermogen is er in `Ich wanderte under den Bäumen', een oergenoeglijke `vader-vertelt'-charme in de ballade `Belsazar'. Het geheim van Prégardiens liedstijl is daarbij dat hij te allen tijde vasthoudt aan een `authentiek' aandoende, kamermuzikale intimiteit. Muzikale vertelkracht prevaleert boven vocaal vertoon, verstaanbaarheid boven drama.

Dat wil geenszins zeggen dat stemschoonheid bij Prégardien een ondergeschikt streven is. Integendeel; de avondrode elasticiteit van zijn stem zorgt voor maagtoeknijpende kwetsbaarheid in nooit vervelende liederen als `Mit Myrten und Rosen'. In Michael Gees vond Prégardien een pianist die, Schumanns liederen waardig, in noten kan spreken. Zijn spel is soms op het randje van extreem, maar de `uitbundig' pianistisch becommentariërende passages voegen hier alleen maar een laag toe aan het geheel der delen. Met die ingrediënten laat het dansende `Wanderlied' ook een rechtgeaard stadsmens even in montere vervoering dromen van een ferme wandeling langs glooiende hellingen en bonte blommen.

R. Schumann, liederen. Door Christoph Pregardien (tenor) en Michael Gees (piano). (RCA 74321 73235 2)

    • Mischa Spel