Pakistani zoeken asiel onder valse vlag

Veel Pakistani proberen dezer dagen als `Afghaan' asiel te krijgen in Europa. Lukt het niet in het ene land, dan proberen ze het in een ander.

,,Welke kleur hebben de nummerborden in uw land?'' De asielzoeker friemelt lang met zijn vingers. ,,Ummm'', zegt hij dan, ,,zwarte letters.'' Hij kijkt de kamer rond waarin een medewerkster van het Belgische Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) hem al een uur ondervraagt over zijn asielaanvraag. Kaarten van Afghanistan, een vetplant, grijze archiefkast, derdewereldkalender. Ineens roept de jongen sweatshirt, spijkerbroek, diepliggende ogen – die zegt dat hij vanuit zijn Afghaanse dorp met hulp van smokkelaars naar België is gevlucht uit angst voor vervolging door de Talibaan: ,,Eh nee, het nummerbord is zwart en de letters zijn wit.''

Omdat zijn asielaanvraag bij de Belgische vreemdelingendienst is afgewezen, is de jongen bij het CGVS in beroep gegaan. Maar na anderhalf uur heeft de medewerkster ook hier al het vermoeden: deze twintiger is geen Pathaan uit Afghanistan, maar uit Pakistan. Hij zegt dat hij appels teelde en verkocht, maar kan de prijs niet noemen. Hij kan zijn dorp niet beschrijven, weet niet wanneer de Talibaan het veroverden, waar het hoofdkwartier was, hoe het dorpsleven sindsdien is veranderd of wat voor tulbanden ze droegen.

Veel Pakistani vragen nu in de Europese Unie asiel aan om te proberen als `Afghaan' de vluchtelingenstatus te krijgen. Smokkelaars regelen tegen betaling de reis en bepalen zo blijkt dikwijls ook het land van bestemming. Oostenrijk en Engeland krijgen de bulk, maar ook in België komen er steeds meer. Ze hebben zelden papieren en proberen het vaak in meer landen tegelijk. ,,Een op de vijf asielaanvragen die wij krijgen'', schat Pascal Smet, die het CGVS leidt, ,,is een dubbele aanvraag.''

Volgens de Dublinconventie, die door vijftien Europese landen is ondertekend en in 1997 inging, mag een asielzoeker maar in één van deze landen een aanvraag indienen. Wordt hij afgewezen, dan heeft het geen zin het in de veertien andere te proberen. De praktijk, zegt Smet, is anders. EU-lidstaten wisselen spaarzaam informatie uit. ,,Er is geen centraal registratiesysteem. Als wij iemand afwijzen, kan hij morgen in Nederland een nieuwe poging doen.''

Vorig jaar besloten de Europese landen een databank aan te leggen met vingerafdrukken van elke asielzoeker. Het idee voor dit zogenoemde Eurodac-systeem dateert al van 1990, maar de invoering stagneerde omdat vingerafdrukken voor sommige landen `roken' naar `criminaliteit' of haaks stonden op de privacyregels.

Nu zit Eurodac wéér vast, ditmaal op een technisch probleem: moet de afdruk plat worden gemaakt, of door de vinger te rollen? Frankrijk, dat graag ziet dat zijn eigen roltechniek het wint, maakt er een principekwestie van. Bij de CGVS plukken ze dagelijks de zure vruchten van dit oponthoud. België maakt vingerafdrukken, maar met veel landen valt er niets uit te wisselen.

De Europese landen zijn al jaren bezig om hun asielregelingen op elkaar af te stemmen onder meer om te voorkomen dat asielzoekers gaan `shoppen', of massaal naar landen gaan waar de wet het soepelst is. ,,Praat me niet van harmonisatie'', zegt Smet. ,,Ik merk dagelijks hoe weinig ervan terecht komt.'' [Vervolg ASIEL: pagina 4]

ASIEL

'Je wordt gefopt waar je bij staat'

[Vervolg van pagina 1] In de Dublin-conventie staat óók dat het land dat iemand van buiten de EU een visum geeft, de asielaanvraag moet afhandelen. Het CGVS krijgt vaak Aziaten of Afrikanen die op een toeristenvisum zijn binnengekomen, en in België asiel aanvragen.

Het is niet altijd mogelijk om erachter te komen welk land dat toeristenvisum heeft verstrekt. Smokkelaars regelen vaak visa voor migranten, die zelf van niets weten. Asielzoekers worden soms voor de deur van het CGVS gedumpt, zonder dat ze weten in welk land ze zijn.

Smet: ,,Dus moeten we binnen de Unie vragen wie welke visa aan wie uitgeeft. Sommige landen zeggen keihard: jullie mogen onze lijst zien, op voorwaarde dat jullie `Dublin' niet toepassen. Ofwel: handel die aanvraag zelf maar af.'' Frankrijk zet zelfs vaak geen stempel meer in de paspoorten van mensen die op een toeristenvisum op Charles de Gaulle landen uit angst dat ze, als ze in een andere lidstaat asiel aanvragen, worden teruggestuurd naar Frankrijk.

In België is het aantal asielzoekers gedaald sinds zij sinds 1 januari geen geld meer krijgen, maar opvang-in-natura. Ze zitten nu in centra, waar bedden staan en eten is. Dat is gebeurd om economische migranten, voor wie geld belangrijker is dan opvang (85 tot 90 procent van alle aanvragers is geen vluchteling, volgens Smet), te ontmoedigen. En hoewel er een enorme achterstand is in het verwerken van asieldossiers, behandelt het CVGS sinds kort nieuwkomers eerst last in, first out, noemen zij dat. Een asielzoeker weet nu na zeven weken of hij kans maakt op de vluchtelingenstatus. Vroeger vroegen veel mensen asiel aan omdat de procedure jaren duurde en je intussen toch niet kon worden uitgezet. De maatregelen hebben effect: tijdens de eerste negen maanden van 2000 kreeg België 28.356 asielaanvragen, in dezelfde periode van dit jaar 18.671.

De nieuwe Belgische asielregeling heeft zeker gevolgen voor de aantallen asielzoekers die andere Europese landen krijgen. Iedereen blijft afhankelijk van wat andere landen doen. Zo komt er bij de CGVS net een Algerijn binnen – een oudere heer, die Arabisch spreekt – die nog wat papieren brengt. Hij zegt dat hij door het FIS is vervolgd, de verboden fundamentalistische oppositie. In Frankrijk en Duitsland kun je alleen asiel aanvragen als je door de overheid wordt vervolgd; België erkent ook vervolging door het FIS. Gevolg: een hoos aan asielzoekers, nu, uit Algerije. ,,Sommige landen'', zegt Pascal Smet, ,,houden hun regels streng, zodat asielzoekers elders heengaan.''

De Europese Commissie heeft voorstellen gedaan om de asielprocedures en -opvang te harmoniseren. Volgens Smet lost dat weinig op: ,,Die voorstellen gaan naar het hakbijlcomité van de Europese ministers. Er wordt hard onderhandeld, tot er een uitgehold compromis uitkomt waar ze zich allemaal in kunnen vinden. Die bestaat vrijwel altijd uit minimum-normen: `Elk land moet minstens zus en zo'. Zo blíjven er landen die strenger zijn dan andere, en blijft het water naar het laagste punt stromen. Volgens mij is het zinniger om allemaal dezelfde definitie van vluchteling te hanteren.''

De mensen die asielzoekers ondervragen, moeten het land van herkomst goed kennen. ,,Het klinkt lullig, maar ik wil zeker weten dat iemand mij de waarheid vertelt'', zegt een medewerker van het CGVS, die net twee uur lang een Servisch zigeunermeisje heeft geïnterviewd. ,,Je wordt gefopt waar je bij staat.'' Als je twee keer een Afghaan toelaat die zegt dat de Talibaan hem vervolgden omdat hij muzikant is of Engelse les aan meisjes gaf, beaamt een collega, komen ze binnen een week allemáál met dit verhaal. ,,De échte muzikant wordt hier de dupe van, want op den duur geloof je hem ook niet meer.''

Dus worden deze medewerkers gevoed door een leger van documentalisten. Die knippen kranten, scannen internet, zoeken informanten en sturen er soms iemand op uit om de geur `in het veld' op te snuiven. Elk Europees land heeft zo'n dienst de een beter dan de ander. Systematische uitwisseling van informatie is er niet. Daarover wordt al sinds 1992 onderhandeld, om te voorkomen dat elk land hetzelfde wiel blijft uitvinden, en om elkaar tips door te geven (over personen, maar ook over hits, zoals de Iraniërs die een tijdlang allen zeiden dat ze in hun land niet veilig waren omdat ze boeken van Rushdie in huis hadden). Maar dat is politiek gevoelig: sommige bronnen zijn vertrouwelijk, sommige EU-landen willen hun belangen beschermen in een voormalige kolonie.

Informeel werkt het uitwisselen wel, vertelt het hoofd van de documentatie, die maar één kluis zegt te hebben met geheime informatie en die is nagenoeg leeg: ,,We hebben soms congressen waar je collega's ontmoet, en dan bel je elkaar als je wat nodig hebt. Deze maand komen hier Nederlanders op bezoek. Maar wat zou ik het fijn vinden als er een Europees systeem bestond! We zitten hier toch met 58 man, voor veel geld, te doen wat anderen ook doen.''

En zo stuit je op elke afdeling van het CGVS steeds op het euvel dat er van een gemeenschappelijk Europese aanpak van het asielprobleem geen sprake is. Dat gaat zo door tot het eind van de dag, als de Afghaan en het Servische zigeunermeisje allang naar huis zijn. In de hal, bij de liften, hangt behalve een UNHCR-poster met Einstein `die ook vluchteling was', ook een affiche van het IOM, de VN-organisatie die uitgeprocedeerde asielzoekers helpt naar hun land terug te keren.

Het Belgische uitzettingsbeleid is niet je-dat: er worden weinig mensen uitgezet wier asielverzoek is afgewezen (10 tot 15 procent van de aanvragen wordt gehonoreerd). Het kost geld en het is een hoop gedoe. Maar, zegt Smet, uitzetting wordt ook bemoeilijkt doordat veel landen van herkomst uitgeprocedeerde asielzoekers niet terugwillen. ,,Derdewereldlanden sluiten soms een terugname-verdrag met een paar Europese landen als ze onder druk staan, maar met de andere niet. Migranten en mensensmokkelaars weten dat, en gaan naar landen waarmee hun eigen land geen verdrag heeft. We zouden in Europees verband verdragen moeten sluiten met landen van herkomst. Met zijn allen hebben we meer gewicht. Wat kan het kleine België nu alleen, met een kolos als India? Ze zien ons aankomen, in Delhi.''

    • Caroline de Gruyter