Het land M

Actief schatkistbeheer heet het in financiële kringen. Het is de wijze waarop geldbeheerders omgaan met schulden en kasgeld beleggen om een zo gunstig mogelijk rendement te behalen. Ondernemingen doen hieraan volop mee, en ook overheden hebben de weg naar de financiële markten gevonden. Meestal gaat dat goed, soms gaat het faliekant mis. Een voorbeeld van een financiële strop in Nederland was, enkele jaren geleden, de belegging van de provincie Zuid-Holland in het beursfonds Ceteco. Nooit meer doen, was de conclusie.

Een onderzoeksrapport van de International Securities Market Association, een zelfregulerende toezichthouder van de financiële instellingen, kwam deze week met een opmerkelijke onthulling. Een niet nader gespecificeerd `land M' zou midden jaren negentig financiële trucs hebben toegepast om zich te kwalificeren voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU), de club landen die in 1999 is overgegaan op de euro. Uit de details het ging om een staatslening van 200 miljard yen (rond 4 miljard gulden) in 1995 was duidelijk dat het om Italië ging. Een vernuftige constructie maakte gebruik van de lage Japanse rente en de dalende koers van de yen, zodat de Italiaanse schatkistbeheerder er in slaagde om een aanzienlijk financieel voordeel uit deze staatslening te slaan. Dat voordeel droeg bij aan de daling van het Italiaanse overheidstekort, zodat dit in 1998 op het nippertje voldeed aan de toelatingscriteria voor de EMU.

Heilige verontwaardiging in Rome, natuurlijk, omdat Italië te kijk wordt gezet als speculant, en verlegenheid in Brussel, omdat men indertijd met deze Italiaanse constructie akkoord was gegaan. De praktische betekenis van de onthulling is klein: Italië is inmiddels lid van de EMU en hoewel de staatsschuld nog steeds exorbitant is, ligt het financieringstekort binnen de toegestane marges van de EMU. Hooguit zag minister Zalm, indertijd berucht als hardnekkige criticaster van de Italiaanse overheidsfinanciën, alsnog zijn gelijk bevestigd dat er in Rome gesjoemeld werd met de tekorten.

De publicatie van het rapport onderstreept nog eens dat Italië midden jaren negentig met zijn rug tegen de muur stond om zijn overheidsfinanciën op te poetsen. De lire was in 1992 uit het toenmalige Europese Monetaire Stelsel gegooid, waardoor de rente op Italiaanse staatsleningen door het wisselkoersrisico veel hoger was dan in andere Europese landen. Het noopte de Italiaanse overheid tot uitzonderlijke financiële creativiteit. Zo had de Banca d'Italia, de centrale bank, 250 miljoen dollar belegd in Long Term Capital Management (LTCM), een zeer risicovol beleggingsfonds dat in september 1998 spectaculair bankroet ging. Het was de ironie ten top, want LTCM gokte op rentedalingen in landen die zouden toetreden tot de EMU. De Italiaanse centrale bank speculeerde als het ware met zichzelf.

Het was een gevaarlijke strategie, die in het ene geval (LTCM) voor Italië slecht uitpakte en in het andere (de yen-lening) gunstig. Hieruit vallen twee conclusies te trekken. Ten eerste was het land M in financiële zin tot alles bereid om te voldoen aan de toelatingscriteria voor de EMU. En ten tweede moeten overheden openbaarheid geven over de wijze van schatkistbeheer. Speculeren voor risico van de belastingbetaler mag niet verhuld worden.