Europa assertief met landbouw en milieu

Europa is optimistisch over de WTO-handelsronde in Qatar. De top, later deze week, moet ook slagen. `We buigen niet voor de wens van terroristen.' Maar tegelijkertijd is Europa met zijn landbouwpolitiek verrassend assertief.

Zelden viel in de Europese Unie voor een bijeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zoveel optimisme te horen. Brusselse diplomaten spreken van een ,,nieuwe dynamiek'. Optimisme of pessimisme zijn bij handelsrondes veelal deel van de tactiek, maar nu zijn de positieve geluiden wel erg stellig.

De Belgische minister van Handel en EU-voorzitter Neyts zei dat de ,,veranderde atmosfeer' een gevolg is van de aanslagen op 11 september in de Verenigde Staten. Zo dringt Frankrijk niet langer aan op uitstel van de WTO-bijeenkomst. Eurocommissaris (en EU-onderhandelaar) Lamy zei in het Europees Parlement: ,,De WTO-landen moeten niet buigen voor de wens van de terroristen de handel te destabiliseren.' Ook moet volgens hem juist nu een ,,positief signaal' aan de armste landen worden gegeven.

Het klimaat was al vóór 11 september verbeterd. Commissaris Lamy wees op de Amerikaanse inspanningen om China lid van de WTO te maken. ,,Dat zegt veel over de Amerikaanse instelling', aldus Lamy. Bilaterale handelsconflicten tussen Europese Unie (EU) en VS lijken niet van invloed. Volgens een hoge Brusselse functionaris is de handelsrelatie met de regering-Bush beter dan met z'n Democratische voorganger Clinton. Deze paaide bij de vorige WTO-top in Seattle om electorale redenen de vakbonden met een pleidooi arbeidsnormen op de agenda te zetten, waardoor ontwikkelingslanden werden gebruuskeerd.

Ook Washington ziet volgens Brussel het nut in van een `brede' handelsagenda, waarbij de relatie tussen handel en kwesties als milieu, voedselveiligheid en mededinging aan de orde komen. Toch blijven de Europese landbouwsubsidies een belangrijk geschilpunt, niet alleen met de VS. Bij de EU valt de assertieve houding op. Zij verdedigt de `multifunctionaliteit' van de landbouw, waarin familiebedrijven een belangrijke rol krijgen in landschaps- en milieubehoud.

Meer dan vroeger wijst Brussel op de Amerikaanse landbouwsubsidies, die niet buiten schot mogen blijven. Bovendien hervormde de EU na de vorige wereldhandelsronde het beleid, waardoor zij volgens landbouwcommissaris Fischler niet meer ,,met de rug tegen de muur' onderhandelt.

Zo ging in 1989-1991 nog 90,7 procent van het Europese landbouwbudget naar marktinterventie en exportsubsidies – door de WTO beschouwd als marktverstorend – terwijl 9,3 procent als directe inkomenssteun naar boeren ging. In 2006 zal 78,7 procent van het budget naar directe inkomenssteun gaan, die afhangt van criteria als milieu- en landschapsbehoud. Ook heeft de EU met `Agenda 2000' het landbouwbudget tot 2006 bevroren op circa 41 miljard euro (37 miljoen dollar) per jaar.

De EU wijst er in het document `Mythe en realiteit' van het Europese landbouwbeleid op dat Washington de directe landbouwsteun sinds 1997 met ruim 400 procent verhoogde tot 32,2 miljard dollar. De EU-landbouwuitgaven kwamen vorig jaar uit op 0,5 procent van het bbp, terwijl het landbouwministerie in de VS 0,7 procent van het bbp (76 miljard dollar) uitgaf. Ook importeert de EU veel meer landbouwproducten dan de VS van producentenlanden uit de Cairnsgroep (onder andere Brazilië) en arme landen.

Volgens de ontwerptekst voor Qatar moeten exportsubsidies in de landbouw worden ,,uitgefaseerd'. Maar Brussel vindt dit ,,onacceptabel' omdat dan een voorschot wordt genomen op de uitkomst van een handelsronde die pas na de ministersconferentie in Qatar begint. Brussel noemt nog twee ,,cliffhangers': handel-milieu en de positie van ontwikkelingslanden.

De EU wil ,,verduidelijking' van de milieu-impact van WTO-regels. Welke milieu-eisen mag een land aan importproducten stellen? Vooral ontwikkelingslanden zien dit als vermomd protectionisme. De EU betrekt er bovendien kwesties bij als voedselveiligheid en genetische manipulatie, wat in de VS met scepsis wordt bekeken. Toch verwacht Brussel dat opponenten bezwaren zullen laten vallen om de EU elders te laten ,,betalen'.

De EU wil vergaand tegemoetkomen aan klachten van ontwikkelingslanden over hun te geringe capaciteit om alle ingewikkelde WTO-regels (bijvoorbeeld douane- en administratieve procedures) uit te voeren en de hoge kosten (soms 10 procent van de handelswaarde). Daarom wil de EU meer technische steun en versimpeling van import- en exportregels. De EU wil voorts andere industrielanden ,,overtuigen' haar te volgen door alle goederen uit de armste landen zonder tarieven of quota's toe te laten. Brussel ziet zich volgens een hoge functionaris ook als ,,bemiddelaar' in het probleem van patenten op medicijnen. Door ,,flexibiliteit' moeten ontwikkelingslanden bij epidemieën gemakkelijker over goedkopere medicijnen, bijvoorbeeld tegen aids, kunnen beschikken.

De EU verwacht mededingings- en investeringsbeleid op de agenda van een nieuwe handelsronde te krijgen: voorkomen dat mededingings- en investeringsregels door landen worden misbruikt om concurrentie buiten te houden. Als tegemoetkoming aan ontwikkelingslanden denkt Brussel aan de mogelijkheid van `opt-out' (niet meedoen).

De EU-strategie is er net als in Seattle sterk op gericht door coalitievorming met ontwikkelingslanden de eigen `brede' handelsagenda te bevorderen. Want, zo onderstreept men in Brussel, handelsliberalisering gaat al lang niet meer louter om lagere importtarieven.

Dit zijn de delen vijf en zes in een serie voorafgaand aan de WTO-conferentie in Qatar die later deze week begint. Eerdere delen verschenen op 24 en 26 oktober en 1 en 5 november.

    • Hans Buddingh'