Een uittreding bij een parachutesprong

Maarten van Buuren maakte voor Armada, dat als thema heeft `De innerlijke ervaring. Onorthodoxe benaderingen van religie in literatuur' een `Woordenlijst van de innerlijke ervaring'.

Het is een woordenlijst van begrippen die Georges Bataille gebruikt en Van Buuren onderneemt een boeiende en loffelijke poging om er inhoud aan te geven. Bataille is zo extreem dat de neiging om zich van hem en zijn werk af te keren groot is, maar Van Buuren maakt het interessant, vooral omdat hij er blijk van geeft dat hij de moeilijkheden en duisterheden ziet. Dus als hij het heeft over Batailles bewering `Elke ervaring is doodservaring', dan schrijft hij daarbij dat dat `in onverkorte vorm' moeilijk te accepteren is. En dat hij wel Ervaringen wil meemaken, maar ze ook wil kunnen navertellen. Vervolgens doet hij toch pogingen om bij de Ervaring terecht te komen, waardoor we bij het lemma `Het sacrale' Van Buuren met een parachute uit een vliegtuig zien springen. Hij raakt buiten westen en komt pas weer bij als de parachute opengaat. ,,Als elke ervaring een doodservaring is, dan was dit een Ervaring. En als elke Ervaring een uittreding is naar de `Lege Plaats', dan was dat waar ik was, tijdens die vijf seconden black-out.''

De `lege plaats' is de plaats waar vroeger God zat. Wilden de vroegere mystici hun ziel laten opgaan in God, tegenwoordig is daar een leegte, maar dat maakt, aldus Van Buuren, niet eens zoveel verschil. De mystici omschrijven de plaats waarheen hun ziel uittreedt immers ook als een `leegte' en God als het `niets', schrijft hij. Hij heeft een onderwerp bij de kop dat verschillende bijdragen in dit nummer bepaalt.

In zijn stuk over de Perzische dichter al-Hallaadj schrijft de arabist Corné Hanssen over precies hetzelfde verlangen onder islamitische soefi's, die ook wilden dat `het Zelf' op zou gaan in God. ,,Een beeldspraak die wordt gebruikt is die van de vlinder die naar een vlam en vervolgens ín de vlam vliegt om erin op te gaan.'' Dat klinkt, hoewel het om hetzelfde mystieke verlangen gaat, toch al ietsje extremer, en al-Hallaadj ging ook tot het einde. Hij verkondigde luidkeels zijn wens om te sterven door de handen van zijn medegelovigen (,,Dood mij, oh mijn vertrouwelingen!/ want in mijn dood is mijn leven'') en kreeg uiteindelijk zijn zin hij werd op gruwelijke wijze geëxecuteerd. ,,Eindelijk waren de geliefden bij elkaar de vlinder was de vlam in gevlogen om daar nooit meer uit terug te keren.''

In het artikel van Odile Heynders ten slotte, waarin zij de poëzie van Paul Celan en Hans Faverey op overtuigende wijze met elkaar verbindt, komt datzelfde verlangen naar de Ervaring die doodservaring is, en naar de leegte die God is ter sprake. ,,Geloofd zijt gij, Niemand./ Om uwentwille zullen/ wij bloeien.''

Zonder van elke mysticus een Bataille te willen maken, is dat toch opmerkelijk.

Armada, jrg. 7, nr 23, uitg. Wereldbibliotheek, prijs ƒ 24,50

    • Marjoleine de Vos