Een leerzame verkrachting

Het nieuwbouwpaviljoen van het Natuurmuseum Rotterdam mag dan een architectonisch hoogstandje zijn, voor de vogels van het Museumpark is het spiegelende glazen omhulsel doodsoorzaak nummer één. Vooral jonge, onervaren vogels of doortrekkers die het gebouw niet kennen, vliegen zich tegen het glas te pletter. Het effect van de bekende zelfklevende roofvogelsilhouetten is nihil.

Als conservator kan ik de vogelcollectie moeiteloos uitbreiden met onze eigen raamslachtoffers. Na elke bons daal ik een verdieping af om op parkniveau te kijken of opname in de collectie gewenst is. Soms levert dat een verrassing of een ornithologisch nieuwtje op.

Bijvoorbeeld collectienummer NMR 9997-00232, een Wilde eend (Anas platyrhynchos) die zijn dood met een ongeëvenaarde harde dreun aankondigde. Ik dacht zelfs dat er glasschade was en stond binnen de minuut beneden in de Parkzaal.

Daar lag hij, een ruiende woerd, dood op zijn buik in het zand twee meter uit de gevel. Naast hem liep een ander, nog springlevend mannetje dat een volledig prachtkleed droeg. Hij pikte zijn soortgenoot wat in de rug en op de kop, besteeg het nog warme lijk en begon krachtig te copuleren. Omdat het tafereel verdacht veel op homoseksuele necrofilie leek, observeerde ik het met buitengewone aandacht en noteerde – zoals mij dat ooit tijdens ethologie-practica was geleerd – alle pik-wip bewegingen en de duur ervan.

Na 35 minuten leek er een einde te komen aan de brute verkrachting, maar er was slechts sprake van een pauze waarin de woerd een rondje om zijn slachtoffer liep en er vervolgens weer vrolijk op los ragde. Een kwartier later (ik was inmiddels verbijsterd op een suppoostenstoel gaan zitten) volgde een tweede pauze en na een totale paringsduur van bijna 75 minuten, hield ik het wel voor gezien. Om verdere schade aan het toekomstige museumstuk te voorkomen, liep ik naar buiten om de dode eend veilig te stellen. De nog steeds hitsige woerd steeg schoorvoetend af, waggelde weg en riep `raeb-raeb, raeb-raeb'. Zelfs nadat zijn maat al lang en breed in de vriezer lag, bleef hij gefrustreerd onder de ruit rondscharrelen.

Welke omstandigheden leidden tot dit curieuze drama? NMR 9997-00232 moet, achternagezeten door zijn verkrachter, in volle vlucht tegen de glazen gevel gevlogen zijn. Zo'n achtervolgingsvlucht is een gangbaar gedragspatroon bij heteroseksuele eenden: het begint met een plotselinge verkrachtingspoging op het water waarbij de vrouwtjeseend – om te ontsnappen – onderduikt (en nogal eens verdrinkt) of op de wieken gaat, waarna haar belager en soms een groeiend aantal andere verhitte woerden de achtervolging inzetten. Meestal komt het vrouwtje vliegend met de schrik vrij, hoewel het slachtoffer ook tot landen gedwongen kan worden en er een (serie)verkrachting volgt.

Dit agressieve voortplantingsgedrag heeft de Wilde eend als soort geen windeieren gelegd. Zo schrijft professor K.H. Voous (de nestor van de Nederlandse vogelkunde) in het laatste nummer van Het Vogeljaar dat de Wilde eend in Noord-Amerika twee nauwverwante soorten, de Zwarte eend (Anas rubripes) en de Mexicaanse eend (Anas diazi), door bastaardering genetisch aan het opslokken is. Alle Mexicaanse eenden zijn al bastaarden, en zuivere Zwarte eenden komen steeds minder voor. De vrouwtjes van beide verdwijnende soorten lijken sterk op die van de Wilde eend, met als gevolg dat hitsige Wilde eend-woerden zich regelmatig vergissen.

Maar hoe zit dat bij woerden onderling? De oude eendenliteratuur draait om de hete brij heen met geleuter als ,,Bij Wilde eenden komen ook wel eens hechte vriendschappen tussen mannetjes voor.'' Nee, wie echt iets wil weten over homoseksualiteit in het dierenrijk raadplege Bruce Bagemihl's 750 pagina's dikke Biological Exuberance - Animal Homosexuality and Natural Diversity (Profile books, 1999). Tussen niets verhullende plaatjes van kontneukende walrusmannetjes en beffende egelvrouwtjes, spreekt hij in het hoofdstuk over eenden in klare taal: ,,In populaties van de Wilde eend varieert het aandeel mannelijke homoseksuele paren tussen de 2 en 19 procent, hoewel homoparen zelden copulatiepogingen ondernemen.''

Volgens Bagemihl komen buitenechtelijke homoseksuele verkrachtingen juist wel voor, en dat zal het geval geweest zijn met NMR 9997-00232. Nieuw voor de wetenschap is het feit dat de verkrachter zich vergreep aan een vers kadaver: bij de Wilde eend was een geval van homoseksuele necrofilie nog niet beschreven.