Een doos nieuwe begrotingstrucs

Italië werd betrapt in 1997, maar alle overheden staat een nieuwe generatie financiële trucs ter hand om hun begrotingscijfers mee te verdoezelen.

De verdedigingslinie was gisteren snel opgetrokken: de Europese Commissie ontkende de aantijging in een rapport over het gebruik van financiële derivaten door overheden, dat een huidig muntunie-land in 1997 met een speciale financiële truc zijn begrotingstekort had gedrukt. Het rapport is geschreven door de Italiaanse hoogleraar Gustavo Piga, in opdracht van de toezichthouder op financiële markten ISMA en de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations.

Dat het voorbeeld dat in het rapport wordt uitgepluisd, Italië betreft, is duidelijk. In 1995 leende het 550 miljard yen in obligaties, waarvan één tranche 200 miljard bedroeg met de ongebruikelijke looptijd van 3 jaar en 3 maanden. Precies zoals het voorbeeld in het rapport. De aangehaalde `fictieve' wisselkoers hoeft enkel te worden gedeeld door tien om de wisselkoers lire/yen te krijgen.

Het is dan ook niet de transactie zelf die wordt ontkend, maar de conclusie dat het hier een oneigenlijk gebruik betreft. Om kort te gaan: Italië genoot een flinke valutawinst op de obligatie. In plaats van die te fixeren en aan het eind van de looptijd te incasseren, gunde Italië de valutawinst aan een tegenpartij op de financiële markten. In ruil daarvoor betaalde die tegenpartij Italië een buitengewoon hoge rente.

Het gevolg was dat Italië de rentewinst kon opvoeren op zijn begroting over 1997. Als de valutawinst was geïncasseerd, zou die slechts in mindering zijn gekomen op de staatsschuld. En het was de begroting 1997 waar deelname aan de muntunie op hing.

Eurostat, het statistische bureau van de EU, waakt over de begrotingsmethodes van de EU-lidstaten. Eurostat zegt, evenals de Europese Commissie, op de hoogte te zijn geweest van de bewuste transactie. Maar onoorbaar was die niet. De auteur van het rapport, Piga, voorspelde die reactie al. Hij haalt in zijn rapport een Europese ambtenaar aan die zegt: ,,..we hebben niets in ESA 95 dat het verbiedt''. ESA 95 is het recentelijk vernieuwde gemeenschappelijke Europese stelsel van regels op het gebied van nationale rekeningen.

Dat, schrijft Piga, is nu juist het punt. Steeds meer Europese overheden bedienen zich bij het managen van hun financiering en schulden van financiële derivaten. Dat zijn opties, termijncontracten, en renteruilcontracten (swaps). Met name swaps worden steeds vaker gebruikt. Dat is in principe een gunstige ontwikkeling, omdat ze helpen bij het optimaliseren van rentebetalingen en beheersen van mogelijke rente- en valutarisico's.

Nadeel is dat dergelijke transacties zo complex en onzichtbaar kunnen zijn, dat zij de lidstaten de mogelijkheid geven om te schuiven met verplichtingen, of die te verhullen. Volgens het rapport zijn de huidige regels daar niet voldoende op toegesneden, en zou het beter zijn naast ESA 95 een apart stelsel van regels op te stellen.

Die boodschap dreigt, te midden van de controverse, verloren te gaan. Bovendien wordt 1997, het jaar waarin alle aspirant eurolanden met alle middelen probeerden hun begrotingstekort onder de drempel van 3 procent te houden, gezien als een speciaal jaar.

Het voorbeeld van de Italiaanse `swap' die destijds 0,02 procentpunt van het tekort heeft afgeschaafd, is daarmee vergeleken bescheiden. Maar het geeft wel aan welke vrijheid de moderne financiële techniek overheden biedt. Juist op dit moment stijgen de begrotingstekorten van veel euro-landen weer, en het is niet denkbeeldig dat sommige van hen de maximaal toegestane 3 procent naderen. Reden te meer om de nieuwe generatie mogelijke begrotingstrucs goed in de gaten te houden.