Die ene grote liefde: paarden

Je ponytijd is je mooiste tijd, heb ik de moeder van een ponykind eens horen zuchten. Als je begint met paardrijden is het nog leuk, bedoelde ze. Dan heb je het gevoel dat je vooruit gaat, dat je ooit een goede ruiter wordt. Later kom je er achter dat paardrijden iets is dat je nooit zult leren. Een automobilist kan autorijden, een fietser kan fietsen, maar een ruiter kan niet paardrijden.

In Deurne, op de Nederlandse Hippische Beroepsopleiding, weten ze daar alles van. Vanavond zendt de RVU het eerste deel uit van Ingeborg Jansens tweedelige documentaire Tussen Paardenmeisjes en Paardenmensen. Jansen volgt drie eerstejaarsleerlingen, die hun hele twintigjarige leven al verlangden naar een toekomst tussen de paarden. `Op Deurne' krijgen ze hun opleiding, als ze de school tenminste niet voortijdig verlaten, omdat de paardenwereld te hoog en onbereikbaar voor hun bleek.

Ze weten dat die kans bestaat, ze verbeelden zich niks.

,,Ik zou de paardensport wel in willen'', zegt een meisje aarzelend, ,,maar dat is heel duur en iedereen blinkt daar uit. Misschien lukt het me instructrice te worden.''

,,Ik heb hier altijd van gedroomd'', zucht een ander paardenmeisje, ,,maar ik weet dat het een moeilijke opleiding is. Heel streng ook. Ze zeiden dat het een soort meisjeslegerkamp was.''

De vergelijking is niet eens zo slecht getroffen. Onder de speelse beelden van ernstige jongemensen-gezichten die de verrichtingen van een paard en een ruiter volgen klinkt de snerpende stem van de instructeur: ,,Je bent wéér niet geconcentreerd, je zit wéér in de spiegel te kijken, dat is heel typerend voor jouw rijden. Dat kakelen hebben jullie al vroeg mee, maar luisteren, dat is weer iets heel anders.'' Ze verduren de genadeloze opmerkingen, de lange werkdagen en de onzekerheid of ze hun droom ooit kunnen verwezenlijken vanwege die ene grote liefde: paarden. Hun paard.

Het staat onbekommerd stro te knabbelen, terwijl de eigenaar voor de box probeert uit te leggen wat dat toch is, die paardenliefde. Het is een verliefdheid en misschien ook het gevoel van macht over zo'n groot dier, dat je kunt laten doen wat jij wilt. Je geeft veel liefde en je krijgt ook veel terug.

Het zijn niet alleen meisjes die naar Deurne gaan. In de film komt ook een jongen aan het woord. Jongens houden doorgaans niet van paarden en pony's. Dat komt doordat paardrijden zoveel offers vraagt en zo weinig eclatante successen oplevert. Je moet goed kunnen lijden en afwachten als je je leven met paarden wilt doorbrengen. Daar hebben jongens meestal geen aanleg voor. Die willen dat alles meteen lukt.

,,Ik hoop dat ik naam kan maken in de paardenwereld'', zegt de jongen schuchter. ,,Dat ze na mijn pensioen nog weten wie ik ben. Dat ik een goede indruk achterlaat.''

Hij weet niet hoe bepalend de indruk is die hij in de introductieweek van de Nederlandse Hippische Beroepsopleiding al heeft gemaakt. De directeur heeft op een afstandje staan kijken terwijl de meisjes en jongens 's ochtends om zes uur aan het vegen waren.

,,Het lot wordt eigenlijk op de eerste dag al beslist'', zegt hij met een meedogenloze glimlach. ,,Ik zie ze dan werken en dan weet ik het al: die zie ik niet meer terug in het vierde jaar en die wel. Daar vergis ik me niet vaak in.''

Volgende week wordt het slot uitgezonden, dat over de vierdejaars gaat. Ik hou mijn hart vast.

Werken aan werk: Tussen paardenmeisjes, RVU, Ned.3, 21.00-21.30u.

    • Yvonne Kroonenberg