`Buiten Nederland is hockey een dode sport'

Heeft hockey behoefte aan speltechnische aanpassingen en, zo ja, waarom? Die vragen staan centraal bij coaches en cursisten die dezer dagen toekijken bij het toernooi om de Champions Trophy.

Wel of geen doelpunt? Dat was zaterdag de vraag toen Mudassar Ali Khan de bal na een welgemikte scoop (lob) achter doelman Guus Vogels sloeg. Nee, oordeelde scheidsrechter Santiago Deo, om zijn vonnis later die dag te herroepen. Na een kleine rondvraag en bestudering van het spelregelboek kwam de Spaanse arbiter tot de conclusie dat van gevaar geen sprake was, en hij de treffer ten onrechte had afgekeurd.

Het is slechts een van de vele voorbeelden die het hockey rijk is. Ontelbaar zijn immers de voorvallen waarbij het oordeel van de scheidsrechter zoals in voornoemd geval Nederland-Pakistan (1-1) op de openingsdag van het toernooi om de Champions Trophy in Rotterdam van grote en vaak zelfs beslissende invloed is op het wedstrijdverloop. Tot ergernis van spelers, coaches en begeleiders, die één voor één constateren dat de huidige spelregels te veel ruimte laten voor discussie en interpretatie. Hetgeen de begrijpelijkheid, en daarmee de sport, niet ten goede komt.

In een poging meer duidelijkheid te verschaffen organiseerden oud-bondscoaches Maurits Hendriks (Nederland) en Terry Walsh (Australië), in Rotterdam actief als docenten van een internationale coachingcursus, afgelopen vrijdag een forumgesprek voor de dertig leerlingen. Met als inzet de vraag: wat zijn de uitgangspunten in de discussie over de zin en onzin van spelregelwijzigingen en/of -aanpassingen? En: heeft de sport behoefte aan ingrijpende veranderingen, om zo de gunst van het grote publiek te winnen?

Over één punt waren de meeste betrokkenen het snel eens: van de strafcorner, het gevreesde (snelheden tot 150 kilometer per uur) en mede daarom omstreden wapen vanaf de rand van de cirkel, moet de spelregelcommissie van de internationale hockeyfederatie (FIH) afblijven. Walsh: ,,Want het is een prachtig en wezenlijk onderdeel van het spel. Met daarbij één, zeker niet onbelangrijke kanttekening: het brengt risico's met zich mee.''

Maar juist dat laatste weegt zwaar voor Paul Lissek, de voormalige Teamchef van Europees kampioen Duitsland. ,,Zoals het spel tegenwoordig gespeeld wordt, met spelers die de bal snoeihard een overvolle cirkel inslaan en verdedigers die zich met gevaar voor eigen leven in de baan van een strafcorner werpen dat is wachten op het eerste ongeluk'', voorspelt de huidige bondscoach van Maleisië. ,,Vraag is of de sport daarbij gebaat is. Mijn antwoord luidt: nee, en dus moet de FIH paal en perk stellen aan de gevaren en de risico's.''

Hendriks, tegenwoordig technisch directeur van de Spaanse hockeybond, deelt die mening niet. ,,Hoezo gevaar? Als er al sprake zou zijn van toenemend letsel, dan wil ik graag feiten horen, geen veronderstellingen. Het gaat mij te ver om op basis van een enkele kamikazepiloot de regels aan te passen. Sterker nog: wat mij betreft mogen die zelfs verder worden versoepeld. We zijn geen watjes per slot van rekening. Bovendien: het publiek zit niet te wachten op nog meer spelonderbrekingen of nog meer aanpassingen.''

Maar de vernieuwingsdrift van de FIH lijkt ditmaal voorbij te gaan aan de korte hoekslag, jarenlang een gewilde prooi van de spelregelcommissie. Wereldwijd worden drie nieuwe regels tegen het licht gehouden. Een van de suggesties, het schieten vanaf de 23-meterlijn, maakt gelet op de gevaren geen schijn van kans.

In Australië werd de afgelopen maanden al driftig geëxperimenteerd met minder spelers, om zo een einde te maken aan de vaak overbevolkte doelmond. Bij een gelijke stand moest elk team na de reguliere speeltijd één speler inleveren, net zolang totdat een beslissing was geforceerd. Volgens Walsh waren de reacties in zijn vaderland overwegend positief. ,,Het publiek vond het prachtig. Het leidde immers tot spektakel en daarvoor komen ze naar het hockeyveld.''

Hendriks keurt de huidige experimenten niet af, maar hecht meer aan aanscherping van de bestaande voorschriften. Hockey telt in zijn ogen immers nog te veel inconsequente regels. ,,Een voorbeeld: een lijnstopper mag zijn stick niet boven zijn schouder brengen om een doelpunt te voorkomen. Te gevaarlijk, zo staat in de boeken geschreven. Daarmee is hockey bij mijn weten de enige sport waarbij een speler veroordeeld is tot passiviteit, terwijl van gevaar beslist geen sprake is.''

Actie is volgens Lissek geboden, want: ,,Buiten Nederland is hockey een dode sport. In Duitsland bijvoorbeeld trekt het nauwelijks pers en publiek. Van groei is al jaren geen sprake meer. Dat stemt tot nadenken. Het kost mij moeite om toe te geven, want ik ben gek van deze sport. Maar kennelijk is hockey voor anderen niet interessant genoeg.''

Walsh kan daarover meepraten. ,,In Australië spelen veel kinderen weliswaar hockey, maar voor volwassenen is het een anonieme sport, die eens in de vier jaar tot leven komt zodra de Olympische Spelen beginnen. In Nederland geldt dat niet, omdat hier de bestaande kennis en expertise worden aangewend om de sport onder de aandacht te brengen, zowel bij sponsors, pers als publiek. In Australië zijn we daar jaloers op.''

Niettemin waakt de oud-international voor overhaaste maatregelen. Een knieval voor de commercie wenst hij sowieso niet te maken. ,,We moeten realistisch zijn en beseffen dat we de concurrentie met sporten als voetbal en rugby nooit kunnen winnen. Dat moeten we ook niet willen. We moeten de sterke kanten van onze sport benadrukken: een in mijn ogen unieke en fascinerende combinatie van kracht, snelheid en techniek. Hockey heeft veel te bieden. Alleen is een heldere regelgeving daarbij van essentieel belang.''

    • Mark Hoogstad