Arabische wereld moet zich hervormen

De aanslagen op New York en Washington van 11 september zijn in wezen nog traumatischer voor de Arabische en islamitische volken dan voor het Westen, vindt Tahar Ben Jelloun.

De waan is het droombeeld van de mislukking, de behoefte om de werkelijkheid te vervalsen en om te weigeren de geschiedenis te lezen wanneer die vertelt dat een samenleving er desastreus aan toe is. Men wil alleen maar slogans horen die geruststellen, zelfs en vooral als ze banaal en stompzinnig zijn. Men neemt niet de tijd even stil te staan en na te denken, dat wil zeggen over zichzelf te reflecteren, over de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van datgene wat plaatsvindt. Men kiest de gemakkelijkste weg, beschuldigt de anderen, belast zichzelf niet met vragen waar de samenleving door geplaagd wordt. Men vraagt niet aan het publiek om genuanceerd te zijn, niet aan de politici om oprecht te zijn. Men verlangt niet van de intellectuelen dat ze permanent dissidenten zijn of hun leven wagen om te voldoen aan het beeld dat sommigen van hen hebben.

Het wordt tijd dat de Arabische intellectuelen eens echt kritisch de complexe werkelijkheid onderzoeken waar ze nu deel van uitmaken maar waaraan ze geen vragen stellen en die ze onvoldoende nederig en helder bekijken. Zodat ze eindelijk ontwaken uit een lange en onaangename slaperigheid. Een werkelijkheid waarin regeerders van twijfelachtige legitimiteit het denken en de vrijheid beteugelen, tribunalen instellen om schrijvers te veroordelen die hun werk als schrijver doen, dat wil zeggen vrij en onbeschaamd.

Zo is een Egyptische schrijver, Salah Eddine Mohsen, in januari tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld omdat hij in zijn romans zou hebben ,,opgeroepen tot afvalligheid en aangezet tot atheïsme''. Een van zijn personages zegt: , ,,niet in God te geloven''.

Het wordt tijd een einde te maken aan de heerschappij van de hypocrisie, om zichzelf te zien zoals men is en om te besluiten eenvoudigweg waardig te zijn.

Het religieus extremisme, met zijn gevolg van bloedig fanatisme, van pathologische onverdraagzaamheid en van vervorming van de wezenlijke in de teksten vervatte waarden, is een ziekte.

De gebeurtenissen van 11 september zijn in wezen nog traumatischer voor de Arabische en islamitische volken dan voor het Westen. Deze gewelddaad, aangedreven door een onmetelijke hoeveelheid haat, heeft zich gevormd, uitgebreid en gevestigd in een ruimte en een tijd die men zou kunnen aanduiden als het front van de weigering, de weigering tot dialoog, de weigering tot samenleven, de weigering tot de rechtsstaat, een front waar de liefde voor het leven is vervangen door de mystieke liefde voor de dood, de dood voor zichzelf en voor een zo groot mogelijk aantal vijanden, een front dat rancune en vaste zekerheden heeft gecultiveerd.

Natuurlijk is de geschiedenis niet rechtvaardig geweest jegens de volken die altijd maar weer de ondraaglijkheid moeten ondervinden van de gewoon geworden praktijken van het systeem dat met twee maten meet. Ze begrijpen niet waarom Saddam er nog steeds is, terwijl het Iraakse volk de bommen op zich krijgt die de Amerikaanse vliegtuigen afwerpen. Ze zien hoe Palestina door tanks wordt platgewalst en hoe de dood van een Israëliër wordt gewroken met de dood van tien, vijftien Palestijnen.

Maar ook al is het belangrijk deze pijnlijke waarheden te herhalen, het is ook dringend geboden bij zichzelf te rade te gaan en na te gaan waar deze gewelddaad, deze werkelijke ,,misdaad tegen de mensheid'' (Arafat) vandaan komt. Waarom transformeert het lichaam van deze maatschappijen, verwond en vernederd, niet erkend en verlaten, bedrogen en vergeten, zich in blinde en juichende dood en geeft het zich over aan de dronkenschap van een enorme moordpartij? Waarom en hoe is het zover gekomen?

Ik wil weten waarom jonge mensen, die kennelijk in goede gezondheid verkeren, gestudeerd hebben en redelijk welvarend leven, het verschrikkelijke idee opvatten dat ze hun leven moeten opofferen, maar dan ook zoveel mogelijk levens van andere mensen mee moeten nemen. Waar komt deze mystiek van de dood vandaan, deze redeloze liefde voor gewelddadige zelfvernietiging? Het antwoord zal niet te vinden zijn in de islam en ook niet in de Arabische cultuur. In die beschaving is geen spoor van een traditie van zichzelf offeren in de dood van de anderen.

De verklaring zou gevonden kunnen worden door de kwestie sociologisch te bezien: de Arabische en islamitische samenleving erkent het individu niet. Het individu als unieke en bijzondere entiteit heeft geen plaats in een gemeenschap waarin het vooral draait om de clan, de stam, de familie. Dat individu is een idee, niet een persoon. Het heeft geen bestaan, geen subjectiviteit waar rekening mee moet worden gehouden, geen recht zijn ik uit te drukken tegenover de gesloten massa van de anderen die verbonden zijn door een existentiële solidariteit.

Zoals Mahmoud Hussein schreef: ,,Het fundamentalisme biedt zo geïsoleerde en gedesoriënteerde individuen de steun van een geloof dat hen samenbindt en binnenleidt in een religieuze en morele ruimte en dat hun angstig bewustzijn vult en hen tegelijkertijd ontlast van een wil die op hen drukt, hun veiligheid geeft door hun persoon te verdoven, hun verlangens en ambities opslokt, kortom hen bij de hand neemt.'' Het is veel makkelijker de notie van het individu te vernietigen bij een wezen dat behoort tot een in clans geordende werkelijkheid, dan bij een Europeaan die in alle vrijheid zijn bestaan bezit (tenminste sinds de Franse revolutie), die rechten en verplichtingen heeft, en wiens lot deel uitmaakt van een democratische rechtsstaat.

Als nu tegen de politiek verantwoordelijken in de Arabisch-islamitische wereld gezegd wordt dat ze, om het terrorisme te bestrijden, een begin moeten maken met in hun samenleving het individu een kans te geven zich te ontwikkelen, dan zeggen ze dat dáár het probleem niet zit. Maar helaas bevindt de oorzaak van de ziekte, van alle ziektes in de Arabische samenlevingen, zich juist wél daar.

Vervolgens moet er een echte democratie in het leven worden geroepen, en een cultuur van recht en vrijheid, van algemeen kiesrecht en van politieke en historische legitimiteit. Dan komt het afschaffen van de schandalige en achterhaalde oligarchieën. Dan moeten alle schoolboeken worden gezuiverd, herzien, opnieuw geschreven om het onderliggende racisme te laten verdwijnen, de ideologische propaganda, de tendentieuze religieuze betogen, de voorbeelden die kinderen het idee geven dat de vrouw inferieur is, die kinderen minachting voor de rede bijbrengen.

Tahar Ben Jelloun is schrijver. Hij is afkomstig uit Marokko en emigreerde in 1961 naar Frankrijk.

© Le Monde.

    • Tahar Ben Jelloun