Akkoord over verkiezingen in Kosovo

De Joegoslavische regering en het VN-bestuur in Kosovo, UNMIK, hebben gisteren een akkoord getekend dat de Serviërs in Kosovo ertoe moet brengen, bij de parlementsverkiezingen van 17 november in Kosovo naar de stembus te gaan.

Het akkoord markeert een duidelijke verbetering van de doorgaans gespannen verhoudingen tussen het bewind in Belgrado en UNMIK. Kosovo is formeel nog steeds een provincie van Servië en maakt aldus nog altijd deel uit van Joegoslavië. Maar Belgrado heeft er sinds de instelling van het VN-bestuur in de zomer van 1999 niets meer te vertellen.

Belgrado beklaagt zich regelmatig over geweld jegens en discriminatie van de Servische minderheid in Kosovo. Sinds 1999 zijn 200.000 Serviërs uit Kosovo gevlucht of verdreven, enkele tientallen zijn vermoord bij wraakacties van Kosovaren en de 100.000 Serviërs die nog in Kosovo wonen, doen dat in door de vredesmacht KFOR bewaakte enclaves als Mitrovica en Gracanica.

Het akkoord van gisteren bevestigt nog eens de territoriale integriteit van Joegoslavië, waarmee nog eens wordt onderstreept dat Kosovo ook in de ogen van het VN-bestuur deel uitmaakt van Joegoslavië. Het akkoord voorziet in een ,,niet-discriminerende'' behandeling van alle etnische gemeenschappen in Kosovo en in het doel, te streven naar een ,,multi-etnische, multiconfessionele en multiculturele samenleving'' in Kosovo. ,,De rechten van de Serviërs en de andere gemeenschappen'' moeten worden bevorderd, zo stelt het akkoord. UNMIK belooft te blijven zoeken naar de rond vierduizend mensen die sinds de oorlog van 1999 worden vermist (onder wie 1.300 Serviërs) en stelt dat de terugkeer van vluchtelingen een eerste prioriteit is. De Serviërs in Kosovo worden opgeroepen deel te nemen aan de parlementsverkiezingen van 17 november. De dan gekozen assemblee, zo zegt het akkoord, zal niet de bevoegdheid hebben de status van Kosovo te wijzigen.

Tot dusverre verzette het Joegoslavische bewind zich tegen deelname van de Kosovo-Serviërs aan de door UNMIK uitgeschreven verkiezingen, omdat die het VN-bestuur zouden legitimeren. Vorige week ging president Koštunica echter overstag: hij riep de Serviërs op toch naar de stembus te gaan.