Woede heerst in monoloog over Arafat

Een Palestijnse acteur in Nederland, beslist ontheemd, moet in een provinciale schouwburg de rol van Shylock spelen, de joodse geldwoekeraar uit Shakespeare's De koopman van Venetië. De speler (Sabri Saad El Hamus) heeft echter één andere passie: de rol spelen van de Palestijnse terrorist dan wel vrijheidsstrijder Jasser Arafat.

In zijn hoofd botsen die personages met elkaar. De jood en de Palestijn zijn onverenigbaar. Toch probeert hij hen beiden met elkaar te verzoenen, want is het pond vlees dat Shylock uit iemands lijf wil snijden niet het spiegelbeeld van Arafats eis van land in ruil voor vrede? Het toneelstuk Yasser is aangekondigd als een explosieve, politieke voorstelling over de niet aflatende strijd in het Midden-Oosten. Schrijver Abdelkader Benali heeft allesbehalve een vrijblijvende monoloog willen schrijven, en daarmee verdient hij alle lof. Hij en acteur Sabri Saad El Hamus geven een uitbeelding van de schizofrenie die het Midden-Oosten beheerst. Als onderliggende, emotionele lijn is er nog de voorbije liefde die de toneelspeler obsedeert. Zijn geliefde is bij hem weggelopen.

Het politieke en het persoonlijke: sinds eind jaren zestig komen die twee uitersten weer eens samen. In het troosteloze decor van een kleedkamer begint de toneelspeler zonder enige aanleiding te vertellen. Hij barst los in een mitrailleurvuur van woorden, beelden, metaforen, herinneringen, verlangens, twijfels. Op een gegeven ogenblik slaat hij in een woedeuitbarsting het hele decor aan gruzelementen, alsmede de intercom die hem met de buitenwereld verbindt. De betekenis is duidelijk: hij gaat Shylock niet spelen, hij kiest voor Arafat.

Sabri Saad El Hamus bezit een groot acteervermogen. Overgangen maakt hij razendsnel, hij weet met grote vanzelfsprekendheid stiltes te creëren en energie op te bouwen. In dat opzicht is hij de ideale vertolker van het werk van Benali, dat even grillig is, veelkleurig, telkens wisselend van register. Maar dit kameleontische vertoon bezit voor mij het nadeel dat ik op een gegeven ogenblik de pointe van de voorstelling miste. Wat wilden schrijver en acteur mij vertellen? Dat Jasser Arafat een intrigerende man is, een held die in interviews ongrijpbaar is? Dat een Palestijn tot in de kleinste vezel van zijn lichaam politiek is?

Een duidelijk standpunt nemen de makers niet in, behalve dan in het slotbeeld, waarin Sabri Saad El Hamus driemaal oproept tot `wraak'. Het pikante is dat de Palestijnse acteur de tekst van de jood Shylock neemt om tot die wraakzucht te komen. Terwijl eerder in de voorstelling juist de onverenigbaarheid van Israël en Palestina de dragende kracht vormde. Benali's omcirkelende stijl kan het beste begrepen worden door de uitvoering niet streng politiek te duiden, niet zozeer op zoek te gaan naar een hogere missie of een ver reikende strekking, maar eerder de kracht van het spel te ondergaan.

Dan blijft uiteindelijk over de woede die van begin tot einde de toon is, die heerst in elk woord en elk gebaar. En die woede, ongericht als een projectiel, maakt de voorstelling krachtig en compact. Het is de juiste woede die Sabri Saad El Hamus uitbeeldt, namelijk een die voortkomt uit aangedaan onrecht. Welke gevolgen dat laatste heeft op het karakter van deze Palestijnse acteur is onontkoombaar en vooral nooit meer uit te wissen. Hij zal voor altijd zijn wraak koesteren, wat uiteindelijk een deprimerend slotbeeld is van een onevenwichtige, soms uit zijn voegen barstende voorstelling.

Voorstelling: Yasser van Abdelkader Benali. Spel: Sabri Saad El Hamus. Regie: Ernst Braches. Gezien 1/11 Frascati, Amsterdam. Aldaar t/m 10/11. Tournee t/m 8/12. Inl. (023) 531 2439 of www.toneelschuur.nl.