Topdrie top

Kon onlangs in Gent nog enigszins het Europese gezicht worden gered, Blairs aanvankelijk exclusieve diner gisteren in Londen was zonder meer een vertoning. Europa's Grote Drie zoeken samen de intimiteit. In Gent konden ze nog tot de orde worden geroepen. In Londen deed zich een merkwaardige variant van het zwaan-kleef-aan voor.

De ene na de andere lidstaat van de Europese Unie kreeg lucht van Blairs selectieve theekransje en haastte zich om zichzelf daarbij uit te nodigen. Premier Kok als hekkensluiter. Portugal bleef pruilend buiten staan, samen met Luxemburgers, Ieren, Oostenrijkers, Grieken en Skandinaviërs. Zij mochten zich vertegenwoordigd achten door het op het nippertje geïnviteerde Belgische voorzitterschap en de onverwachts weer opgedoken Solana, de man die voor de Unie de telefoon met de buitenwereld beantwoordt. De Europese Commissie, anker van de kleine landen, was afwezig.

Het trio is na Gent verontschuldigd met een verwijzing naar het `technische' karakter van zijn beraad. Maar het drietal acht zich meer dan de rest van de Europese Unie betrokken bij Amerika's `war on terrorism' en meent daarom recht te hebben op buitengewoon overleg in kleine kring. De andere regeringsleiders ervaren die onderonsjes als een vorm van diplomatiek vreemdgaan en voelen zich achteruitgezet in hun kwaliteit van lid van de Europese Raad, het hoogste bestuurscollege dat de Unie kent.

Vergelijking met de vroegere as Parijs-Bonn gaat niet op. Frans-Duitse plannenmakerij ging gebruikelijk vooraf aan Europees topoverleg. De gedachtewisseling van de drie staat er geheel buiten, zoals in Londen de bedoeling bleek te zijn.

Terecht voelde premier Kok zich tekortgedaan. Zijn beslissing alsnog aan te zitten verdient respect. Mokkend thuisblijven zou op de partners geen enkele indruk hebben gemaakt. Maar de kwestie is er niet mee uit de wereld geholpen. De Europese Unie heeft een Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheids Beleid of zij heeft dat niet. Zoals het beleid zich nu voordoet, blijft het beperkt tot het regelmatig doen van weinig verplichtende uitspraken over exotische thema's. Zodra er in de wereld werkelijk iets aan de hand is dat bovendien de Unie rechtstreeks raakt, heerst vaagheid.

Het onderliggende probleem is wellicht de manier waarop Europa zich georganiseerd heeft. Aan de ene kant is er de NAVO, aan de andere kant bestaat de Europese Unie, een mengsel van NAVO-leden en landen die altijd buiten de Atlantische organisatie zijn gebleven. De Europese Unie verdraagt het niet dat de lidstaten van die organisatie zich binnen de Unie als `harde militaire kern' manifesteren. De vrijblijvendheid van de onlangs gekozen toepassing van artikel 5 van het NAVO-verdrag (één voor allen, allen voor één, zij het tot op zekere hoogte) kwam de Unie eigenlijk wel goed van pas. Maar er is een prijs. De Europese Grote Drie, die zich in `de oorlog tegen het terrorisme' minder vrijblijvend willen opstellen, kunnen niet uit de voeten met het beraad over dit onderwerp zoals dat binnen de Europese Unie wordt gevoerd. Dat moet dan maar eens openlijk worden vastgesteld. Dan kan daarna worden gesproken over de vraag of het de moeite waard is om voor die exclusiviteit de eenheid van de Europese Unie op het spel te zetten.