Tekstdichter

Van Ivo de Wijs kregen we dezer dagen twee zeer verschillende kanten te zien: een grimmige en een waar hij meer om bekendstaat – vrolijke.

Als spreekstalmeester bij de uitreiking van de prijzen van het Prins Bernhard Cultuurfonds ontpopte hij zich als een cultuurpessimist, die de teloorgang van het Nederlandse chanson betreurde. Dat genre waarin Nederland ooit uitblonk dankzij schrijvers als Koos Speenhoff, Jules de Corte, Jan Boerstoel, Guus Vleugel, drs. P. en Lennaert Nijgh (De Wijs noemde zichzelf niet, maar hij hoort ook thuis in dergelijke rijtjes).

De tekstdichter krijgt nauwelijks bestellingen meer, aldus De Wijs. Radio en tv laten het afweten, cabaretiers vertellen liever hun eigen verhaal, de musical wordt steeds buitenlandser.

In tegenstelling tot Nederland koesteren andere landen hun liedcultuur. De Wijs vertelde het verhaal van een groepje toeristen van verschillende nationaliteit. Ieder moest enkele liedjes van het eigen land zingen. De Nederlanders zwegen eerst, ze wisten niets. Toen barstten ze maar in het Wilhelmus los.

Geen wonder dat die ontwikkeling juist Ivo de Wijs aan het hart gaat. Hij is een gepassioneerd taalgenieter en tekstdichter. Een kleine twintig jaar geleden zat ik in de redactie van een tv-jeugdprogramma van de Ikon waarvan hij de presentator was. Daarin kwamen serieuze onderwerpen aan bod, maar ik verdenk Ivo er nog altijd van dat hij het maken van de liedjes veruit het leukst vond. Elke keer weer verbaasde hij ons met een haarscherp liedje dat hij binnen een week bij het afgesproken thema had geschreven.

Zaterdag ontving hij in de Rotterdamse Doelen op het congres van het genootschap Onze Taal de Groenman-taalprijs, een prijs voor een bekende radio- of tv-persoonlijkheid uit Nederland of België die zorgvuldig met onze taal omgaat. (Kees van Kooten was de vorige winnaar.) De Wijs hield een even grappig als leerzaam dankwoord.

Hij vond dat we ons niet kwaad moeten maken op taalgebruikers met weinig opleiding of oefening, maar op `de gemakzuchtigen'. Op hen die zeggen: ,,Nou, dan heb ik zoiets van... heb ik zoiets van...'' Of: ,,Is het wel goed gecommuniceerd?'' Of die zich opeens ,,een betrokken burger'' noemen. De Wijs: ,,Betrokken! In mijn jeugd waren de luchten betrokken, nu de mensen.''

Maar hij betoonde zich geen purist daarvoor hield hij te veel van sommige fouten. Hij maakt ze soms opzettelijk, als een soort verbale plaagstootjes. Zo verblijdde hij zijn zus, die onderwijzeres is, met dit versje: Ik heb een prijs van Onze Taal gekregen/ Dus ik ben onbedaarlijk blij/ Ik weet niet waar ik het aan verdiend heb/ Maar dat weten hun beter als mij.

Wat overheerst nu in de mensch Ivo de Wijs? Optimisme of pessimisme? Zelf zei hij er dit over: ,,Ga nooit met een pessimist in debat, want de pessimisten hebben gelijk: het is hier op aarde een verbazend soepzootje en dood gaan we allemaal. Met dat gelijk kan ik echter niet leven. Ik probeer er met mijn werkkracht en mijn talent iets tegenover te stellen: humor, engagement en, als het lukken wil, eh... schoonheid.''

Dat is hem eh... aardig gelukt.