Onbezonnen

M, het maandelijkse magazine van NRC Handelsblad, bevatte zaterdag een rondetafelgesprek met zes arabisten over de staat, de heilige oorlog en de islam. Het artikel was geïllustreerd met foto's van koranteksten, schitterende reproducties die blijk geven van verfijnde artisticiteit, maar ook inhoudelijk iets te vertellen hebben. Op het omslag van M was een koran uit Beiroet afgebeeld. De drie teksten daarop luidden `Dit is de edele koran', `De edele koran' en `In een verborgen boek'. Een aantal abonnees in Amsterdam heeft M zaterdag niet in de bus gekregen. Islamitische krantenbezorgers weigerden het blad rond te brengen, omdat hun geloof zegt dat afbeeldingen van koranteksten net zo heilig zijn als het heilige boek van de moslims zelf. Die teksten mogen niet bij het oud papier belanden. De betrokken bezorgers schoten tekort in hun werk; abonnees en lezers misten datgene waarop zij recht hadden.

Een krant die over zichzelf schrijft moet oppassen dat haar toon niet verongelijkt is en dat de gebeurtenis niet groter wordt gemaakt dan zij in wezen is. Maar dit incident raakt een principiële zaak, waarbij wel degelijk de vrijheid van pers en die van meningsuiting in het geding zijn. Redactie en lezers zijn getroffen op de gevoeligste plek die denkbaar is: het overdragen van informatie en het kennis nemen daarvan. Met hun daad hebben de bezorgers inbreuk gepleegd op de essentiële plicht van de redactie om na zorgvuldige afweging af te drukken wat zij van belang acht.

Het gaat in totaal om vier- à vijfduizend getroffen abonnees. Maar dit betrekkelijk geringe aantal doet niets af aan het onbezonnen karakter van de actie. Deze krant heeft met het rondetafelgesprek en de daarbij afgedrukte illustraties een vorm van journalistiek onderzoek gepleegd. Religieuze motieven om dat te onderdrukken achten wij verwerpelijk. Met instemming halen wij nog eens enkele belangrijke zinnen uit het hoofdartikel `Onze beginselen' aan, het eerste commentaar dat werd afgedrukt na de totstandkoming van NRC Handelsblad in oktober 1970. ,,De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, verdraagt zich niet met geloof in enig dogma, aanvaardt niet bij voorbaat enig gezag. (...) De vrijheidsgedachte die wij voorstaan, betekent ook verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden. (...) De grens van die verdraagzaamheid ligt evenwel daar waar anderen onze vrijheid dreigen aan te tasten''.