Kaap Kont

Er zijn, beweerde ik een week terug, nogal wat uitdrukkingen voor `gaan slapen'. Sommige daarvan bevatten een woordspeling op een geografische naam. Als voorbeelden noemde ik enkele uitdrukkingen met een woordspeling op bed, laken, rust of stro. Het ging om `naar Bethlehem gaan', `naar Laken gaan', `naar Laken-kermis gaan', `naar Betje van Veeren in de Lange Lakenstraat gaan', `naar Lakerveld gaan', `naar Rusland gaan' en `naar Stroobos gaan'. Ik eindigde met de vraag: wie kent er meer?

Ruim zeventig lezers bleken varianten of vergelijkbare uitdrukkingen te kennen. Mijn grootste misser was: `voor Kaap Kont liggen'. Stom natuurlijk, staat gewoon in de Grote Van Dale (wat voor de meeste andere uitdrukkingen overigens niet geldt). `Voor Kaap Kont liggen' is lang populair geweest bij de marine en de koopvaardij. Een voormalig zeeman uit Haarlem schreef: ,,`Voor Kaap Kont liggen' is zeemanstaal. Ik heb de uitdrukking voor het eerst gehoord op de Willem Ruys (omstreeks 1960) en later ook in Katwijk. De betekenis is: thuis slapen, bij moeder de vrouw, of liever achter haar in de lepeltje/lepeltje-positie. `Ik slaap vanavond achter Kaap Kont.' Het was met name een gezegde van getrouwde mannen.'' Van Dale kent de uitdrukking bovendien in de betekenis `met iemand naar bed gaan'. Varianten zijn `ankeren achter Kaap Kont' en `voor anker gaan achter/bij Kaap Kont'.

Ook geliefd bij de marine is of was de uitdrukking `naar Witbaai gaan'. Voorzover bekend is Witbaai geen bestaande plaatsnaam; wit verwijst hier naar de kleur van de lakens, baai naar een bepaald soort flanel. Op sommige marineschepen sliepen ze op een matras dat was omspannen met een blauw-wit geblokt overtrek, vandaar de variant `naar Blauwbaai gaan'. Associatie met witte lakens leverde bovendien de uitdrukkingen `achter de witte bergen gaan' (omstreeks 1960 gehoord in het oosten van het land) en `naar de Witte Doelen gaan' op. Die laatste uitdrukking schijnt typisch Rotterdams te zijn.

Nog een marine-uitdrukking: `Achter Bornholm liggen.' ,,Vooral tijdens de zeilvaart diende het eiland Bornholm'', aldus de Maritieme encyclopedie, ,,voor de schepen vaak als `opper' (bovenwinds gelegen beschutting) bij slecht weer. Hieruit is de zeemansuitdrukking ontstaan `achter Bornholm liggen', in de betekenis van rustig thuis in bed achter de posteriores [het achterwerk] van de vrouw.'' Bornholm is een Deens eiland in de Oostzee. Schepen bleven ook vaak bij fort Pampus voor Amsterdam liggen, maar kennelijk werd daar meer gezopen dan geslapen.

Er zijn nóg een paar slaapuitdrukkingen met een geografisch element erin, zoals `naar de Vierhoeksteeg (of Vierhoekstraat) gaan', `naar Lakenstraatje in Verenburg gaan', `naar Snurkenstein gaan' en `naar Coma City gaan'. In Assen is de uitdrukking `naar Boppeta gaan' opgetekend. Dit gaat ongetwijfeld terug op Fries nei boppe ta 'naar boven (toe)'.

Bij mijn weten zijn de slaapuitdrukkingen met een geografisch element erin hiermee zo'n beetje uitgeput. Wel kom je nog diverse Dekenstraten, (Lange of Witte) Lakenstraten, een Wolstraat en zelfs een Lakenstad tegen in combinatie met `tante Betje', `Betje van Veeren', `Betje de Veren', `Betje Verenburg', `Betje Veringa', `Betje Veerenboes' `Betje Bultzak', `Betje Deken' en `Betje Pluims'. Laatstgenoemde Betje is overigens hoogbejaard: zij is al te vinden in het begin van de 17de eeuw in een gedicht van Vossius (,,Laestmael was ick moe van blocken,/ En ick had' myn peyl ghedaen:/ Doen wierd' ick door vaeck getrocken/ Om naer Betje-pluyms te gaen.'')

Het wordt me wat al te opsommerig om ook nog al die andere, algemene slaapuitdrukkingen op te noemen, maar ik kan geen weerstand bieden aan `naar koesje de mieren in het Lakenstraatje gaan'. Vanwaar in hemelsnaam dat `koesje de mieren'?

Dit werd me pas duidelijk door de varianten die lezers toezonden. In de Zaanstreek zei men vroeger `vooruit, nou koesie doremi', en in de Jordaan zei men omstreeks 1920 `ga maar lekker koesjedemiere'. Koesje de mieren, koesie doremi, koesjedemiere – het zijn verbasteringen van `(se) coucher et dormir', Frans voor `naar bed gaan, gaan slapen'. Diezelfde afleiding komen we tegen in koets in de betekenis `bed'. `De koets induiken' heeft natuurlijk niet te maken met het gelijknamige rijtuig, maar met het Franse couche(r). Zo zijn er ook mensen die oliën gebruiken in de betekens `gaan slapen', naar het Franse au lit `naar bed'.

Vraag: In 1949 meldde het tijdschrift Onze Taal: ,,Van de hand van prof. Henry Roskam Brunner [] is een boekje verschenen over het boevenjargon, waarin ook een zeer groot aantal woorden zijn opgenomen, die in den zwarten handel worden gebruikt. Dat is voor rechters, advocaten, politie, pers, (niet voor u en ons).'' Alles overhoop gehaald om dit in de vakliteratuur onbekende werkje boekje te vinden, maar vooralsnog zonder succes. Wie weet een exemplaar te staan?

(sanders@nrc.nl)

    • Ewoud Sanders