John de Mol `ruikt, eet, proeft en ademt televisie'

Ooit werkte hij zich als assistent-assistent-producer omhoog bij de TROS waar hij op z'n 23ste de Showbizzquiz produceerde. Inmiddels is John de Mol de belichaming van een van Nederlands populairste exportartikelen: televisieprogramma's.

Wie je ook spreekt over John de Mol, iedereen roemt zijn unieke combinatie van zakelijkheid en creativiteit. Dick van der Graaf, directeur van de Holland Media Groep (HMG) zegt: ,,Hij heeft een perfect gevoel voor timing. Hij haalt de sterkste punten uit de beste ideeën.'' SBS-directeur Fons van Westerloo: ,,Hij combineert een onvoorstelbare energie met een onvoorstelbare behoefte aan scoren.''

John de Mol, president-directeur van een bedrijf met 21 buitenlandse vestigingen, is de belichaming van een steeds populairder exportproduct: televisieprogramma's. Het omroepblad Broadcast benoemde hem tot Omroepman van 1999; vorig jaar noemde Business Week hem als enige Nederlander een van de vijftig `Sterren van Europa'; Quote zette hem in 2000 in de lijst van rijkste Nederlanders op de negende plaats, met een geschat vermogen van 3 miljard gulden.

Maar er is ook kritiek: zijn gebrekkige communicatieve vaardigheden, de grote inzet die hij van zijn medewerkers eist, het gebrek aan inspraak (Endemol kent geen ondernemingsraad) en zijn wisselende stemmingen. Hij zou zich volgens sceptici verrijken door argeloze burgers in realityshows te kijk te zetten, en zo, aldus SP-Kamerlid Harry van Bommel, ,,de voosheid en de afbladderende beschaving etaleren als het hoogste goed''.

KRO's Reporter belichtte onlangs kritisch zijn zakelijke handel en wandel. Endemol werd ervan beschuldigd een deel van de bij het NOB bedongen kortingen op technische faciliteiten in eigen zak te steken. De Mol ontstak in razernij na de uitzending. ,,Ik ben erg geschrokken'', verklaarde de inmiddels gekalmeerde Endemol-topman vrijdag in het VARA-programma De leugen regeert. ,,Misschien moeten we eens heel goed naar onszelf kijken. Want feelings are facts, op het moment dat klanten zo over ons praten.''

John de Mol groeide op in een degelijk maar niet bemiddeld Goois gezin. De kinderen moesten hun zakgeld aanvullen met een krantenwijk of winkelbaantje. ,,Wij deden daardoor al heel jong contacten op'', zegt Johns tien jaar jongere zuster Linda. ,,Onze vader stond op het standpunt: het maakt niet uit wat je doet, als je het maar goed doet.''

De voorliefde voor de lichte muze kregen Johnny en Linda van huis uit mee. Grootvader De Mol trad op met Eddy Christiani, zijn vader verwierf bekendheid als `de Nederlandse Frank Sinatra'. Als directeur van de stichting Conamus werd De Mol sr. later promotor van het Nederlandse lied. Johnny, begonnen op het gymnasium, had meer talent voor voetbal. Na zijn havo-examen hoopte hij aanvankelijk op een carrière als profvoetballer. ,,Op het moment dat ik naar de bal ging en de ander ook'', zei hij in 1993 tegen Ischa Meijer, ,,was het bikkelhard van: hij of ik en dan bestond er voor mij geen grens, dan haalde ik dóór.'' Zes jaar later werd De Mol commissaris bij Ajax, waar hij nog regelmatig op de tribune is te vinden.

Toen zijn vader directeur van de piratenzender Radio Noordzee werd, verlegde John de Mol echter zijn belangstelling van het voetbal naar de platenindustrie. Hij werd technicus bij diskjockey Joost den Draaier en mocht niet veel later zelf platen aan elkaar praten. De basis voor zijn televisieloopbaan werd gelegd bij Studio Sport, waar De Mol als parttimer de hoogtepunten uit voetbalwedstrijden aan elkaar monteerde. Bij de TROS begon hij ondertussen als assistent-assistent-producer, maar door het snelle vertrek van zijn superieuren produceerde hij op zijn 23-ste zelf grote spelshows als De Showbizzquiz.

Hij trouwde met de zangeres Willeke Alberti, waaruit een vierde generatie John de Mol voortkwam. De jonge tv-producent raakte in de loop van die jaren van twee dingen overtuigd: geen uitgestippelde toekomst in loondienst bij een omroep en niet langer door het leven gaan als `meneer Alberti'.

De Mols brandende ambitie kwam in conflict met zijn persoonlijk leven. ,,Ik was helemaal kapot'', zei hij over de onvermijdelijke echtscheiding in zijn enige openhartige vraaggesprek, met Ischa Meijer (Het Parool, 1993), ,,en het heeft mij tien, elf jaar gekost om die ellende helemaal te verwerken. (...)In wezen was het de allereerste keer in mijn leven, dat ik iets buitenissigs meemaakte.''

De bv `Disco Alberti', opgericht ten behoeve van twee platenzaken die hij met zijn vrouw bestierde, werd omgedoopt tot John de Mol Produkties. In 1979 nam hij zijn ontslag bij de Tros, om zich als zelfstandig producent te vestigen. ,,Een volledig onverantwoorde stap'', zei hij daarover later. Hij produceerde muziekspecials, gefinancierd door een reisbureau en de platenmaatschappij van de — op bezienswaardige locaties — optredende sterren. ,,In 1981 ging hij failliet'', herinnert zich zijn oude mentor Joost den Draaijer, ofwel Willem van Kooten. ,,Hij had geen huis, stond voor mijn deur. Toen heb ik een belang van 50 procent in zijn zaak genomen.'' Bij de Engelse zender Sky Channel, destijds in Nederland via de kabel te ontvangen, kreeg hij zijn eerste langetermijncontract voor een serie popprogramma's. ,,Tijdens een etentje zeurde John dat hij geen geschikte presentatrice kon vinden'', vertelt Linda de Mol. ,,Ik heb mezelf aangeboden. Ik studeerde toen nog rechten, maar wilde wel wat bijverdienen. Vanaf dat moment gingen we samenwerken en is onze band heel hecht geworden.''

Halverwege de jaren tachtig kwam het succes, met onder meer Peter Jan Rens' De Meneer Kaktus Show, de dramaserie Medisch Centrum West en Vijf tegen vijf met Willem Ruis, al volgde de werkelijke doorbraak in 1989 toen commerciële televisie in Nederland mogelijk werd. ,,Een beetje volkse jongen ben ik wel'', verklaarde De Mol in 1992 zijn eerste `kijkcijferklappers'. ,,En om te weten of een programma gaat scoren, moet je toch `van de straat' zijn. Televisie is simpel: het medium voor de massa.''

Jaren later ontstak De Mol in woede, toen zijn compagnon Van den Ende bij zijn afscheid van Endemol in de Volkskrant kritiek leverde op het schamele niveau van het Nederlandse tv-amusement. De Mol gelooft heilig in zijn producten en verwerpt alle bezwaren uit het kamp waar de volksjongen pur sang geen boodschap aan heeft. Als hem gevraagd wordt hoe ethisch amusement van controversiële programma's als Big Brother is, antwoordt De Mol: ,,Ik heb daar totaal geen moeite mee, omdat wij de grenzen bepalen. Die zijn niet vooraf te stellen; die worden bepaald tijdens het project. De ervaring leert dat als je mensen bij elkaar zet, er chemische reacties komen die je nooit 100 procent kunt voorspellen. Dat is juist zo spannend, dat levert intrigerende televisie op. Maar daar zit geen morele overschrijding in.'' Fons van Westerloo van SBS zegt hierover: ,,John heeft een ingehouden woede bij het soort kritiek als destijds van Van den Ende. Hij stampt een bedrijf van wereldformaat uit de grond, en staat toch steeds voor paal in Nederland, waar ze niet van succes houden.''

Voor het formaat productiemaatschappij dat hem voor ogen stond, besefte De Mol al begin jaren negentig, was Nederland te klein. ,,Adverteerders willen in toenemende mate internationaal opereren'', zei hij destijds. ,,Hun boodschappen zijn de basis voor commerciële stations, die op zoek zijn naar programma's waarmee de ruimte tussen de reclameblokken kan worden opgevuld. Dat is ons brood.''

Voor de internationale doorbraak besloot hij de krachten te bundelen met concurrent Joop van den Ende. Deze laatste vond in De Mol de gewiekste, internationaal georiënteerde zakenman naar wie hij zocht; De Mol rook aan de zijde van de nestor van het Nederlandse tv-amusement zijn kans buitenlandse ambities te verwezenlijken. Samen konden zij bovendien investeren in apparatuur en mensen, om in eigen huis kant-en-klare tv-programma's te fabriceren.

In 1994 was Endemol Entertainment in Nederland, met een omzet van ruim 500 miljoen gulden, de grootste tv-producent van het land en, volgens het vakblad Television Business International van april 1994, eveneens van Europa. Samen met Van den Ende - beiden hadden een belang van 47,5 procent voerde De Mol de directie, maar niet geheel van harte. ,,Ik heb nooit geleerd hoe je een bedrijf met 200 man personeel moet runnen'', aldus de ondernemer in 1992, ,,ik heb een havo-diplomaatje, that's it. Ik ben programmamaker, ik denk en voel in het vervaardigen van programma's, spelshows, comedy, drama. Als ik iets kan, is 't dat.''

Om ook de buitenlandse uitvoering van Endemol-`formats' in eigen hand te houden werden zelfstandige productie-eenheden in Europese hoofdsteden opgezet. Nederland fungeerde behalve als thuisbasis ook als laboratorium. Slaat een programmaformule hier aan, luidt een ijzeren Endemol-wet, dan kan men er met redelijk vertrouwen in Europa de boer mee op. Over een paar jaar, stelde het leidende duo vol vertrouwen, zijn de Verenigde Staten en Latijns Amerika aan de beurt.

Twee keer was De Mol betrokken bij de opzet van een commercieel station. Eerst toen Veronica eind 1994 uit het bestel stapte en met Endemol een zender wilde oprichten. De constructie vond een klein jaar later geen genade bij de Europese Commissie, die oordeelde dat Endemol een te dominante positie op de Nederlandse tv-markt zou krijgen. In 1996 waagden Van den Ende en De Mol nog een poging, met een belang in Sport 7, dat met de KNVB een alleenvertoningsrecht op voetbalwedstrijden was overeengekomen. Ook dit mislukte. Sport 7 werd een flop.

Als eind 1998 Joop van den Ende zich richt op de uit het bedrijf getreden theatertak, wordt De Mol de enige bestuursvoorzitter. ,,In feite raakten we 'm kwijt'', zegt regisseur Jos Budie, die jarenlang nauw met John de Mol te maken had. ,,Hij werkte ongelofelijk goed in teams, zocht altijd naar het laatste toefje slagroom. Dat oppeppen dat hij kon, dat tot het gaatje gaan, missen we. Aan dat rare charisma van die jongen hebben we veel gehad.'' Als `genreproducent' werkt Paul Römer nog wel geregeld met De Mol samen: ,,Hij ruikt, eet, proeft, ademt televisie. Wat hij ook hoort, leest, ziet; altijd is hij met televisie bezig. Hij begrijpt niet dat anderen dat niet in die mate hebben. Televisie is voor hem niet vrijblijvend. Hij verlangt diezelfde bezetenheid van anderen.''

Toch ziet Fons van Westerloo in De Mol bovenal de koopman, die hem na een informeel etentje weer mee naar kantoor neemt om een programmaformule aan de man te brengen. ,,Toen heb ik een keer gezegd: als ik je honderd gulden geef, mag ik dan naar huis?''

Ook Willem van Kooten prijst vooral het commerciële succes van De Mol, dat hij heeft zien aankomen: ,,John voldoet aan de vier T's van de Wet van Van Kooten: Talent, Toewijding, Tijgeren en Timing. Het enige dat ik echt kan is talentscouting, en zijn talent herkende ik meteen.''

De Mol voelde met een aanpalende Big Brother-website haarscherp aan waar de jongere - kijkers te vinden zijn. Juist die verbinding met nieuwe media maakte het bedrijf in maart 2000, op het hoogtepunt van de internethype, interessant voor het Spaanse telecomconcern Telefónica. Deze eigenaar van de internetprovider Terra en tv-zenders in Latijns Amerika zag in Endemol de ideale `content-leverancier' en betaalde een bedrag van ruim twaalf miljard gulden. De Mol verbond zich voor vijf jaar aan het bedrijf, maar al is hij chief creative officer, toch hield hij zich naar zijn smaak nog te veel bezig met zaken waarvoor hij `niet heeft doorgeleerd'. Daarom droeg hij per 1 juli 2001 een groot deel van zijn zakelijke besognes over aan collega-bestuurder Aat Schouwenaar.

Hij kocht een privé-jet om zich al sigarettenrokend van de ene vestiging naar de andere te kunnen verplaatsen - en zich meer met de programma's te bemoeien. ,,Ik moet er niet aan denken dat ik op mijn 48-ste onder een parasol op Hawaï zit'', zei hij in Quote. ,,Als de aandeelhouders tegen die tijd niet roepen `zorg dat die man wegblijft', ben ik niet van plan om te stoppen. Maar dan doe ik het wel iets kalmer aan. Niet meer 48 weken per jaar, tachtig uur in de week. Maar lekker rustig, zestig uur in de week.''

    • Tom Rooduijn