In Washington doet `23' wonderen

Voor het eerst sinds mensenheugenis liep Washington DC zaterdag uit om een basketbalwedstrijd te bekijken. En hoewel hij niet meer kan vliegen, bezorgt Michael Jordan de inwoners van de Amerikaanse hoofstad de afleiding die ze sinds 11 september zo nodig hebben.

Gekleed in een spierwit overhemd en een zwarte pantalon schrijdt Michael Jordan zaterdag voor zijn thuisdebuut in Washington de kleedkamer van de Wizards binnen. Iedere beweging die hij over het zwarte tapijt op weg naar locker 23 maakt, wordt door drie camera's minutieus vastgelegd. Jordan gaat op zijn stoel zitten en doet zijn gele stropdas af. Jordan maakt het eerste knoopje van zijn shirt los en kijkt uitdagend in de camera's. ,,Enough'', zegt de 38-jarige basketballer dan. Eerbiedig vertrekt de pers. Jordan blijft met zijn ploeggenoten in de kleedkamer achter.

Drie kwartier later zijn de spotlights op de `beste basketballer ooit' gericht. ,,Ladies and gentlemen with number 23: Michael Jordan'', schreeuwt de speaker in het MCI Center. Door de zaal schalt het nummer In the air tonight van Phil Collins. Twintigduizend toeschouwers begroeten de speler voor het duel met de Philadelphia 76'ers als een volksheld. Nog geen minuut later maakt Jordan zijn eerste punten in Washington. Baltovenaar Jordan is teruggekeerd als Wizard.

Jordan is voor veel inwoners van de op 11 september wreed ontwaakte Amerikaanse hoofdstad de afleiding die ze zochten. Als hij twee weken na de aanslag op het Pentagon eindelijk de al maanden rondzingende geruchten over een rentree bevestigt, wordt Washington omgedoopt tot Jordantown. Sindsdien gaan de basketballers van de Wizards niet meer als de losers van de NBA door het leven. Aan de hand van de meester wil de club zolang mogelijk meestrijden om de NBA-titel. Voor het eerst in de geschiedenis zijn ook alle thuisduels uitverkocht voordat de competitie goed en wel is begonnen. En overal in de straten van Washington lopen de laatste weken volwassenen en kinderen in shirts met nummer 23 op de rug. Jordan heeft de Washington Wizards tot leven gewekt.

Toen Jordan in januari 1999 voor de tweede keer in zijn loopbaan zijn afscheid aankondigde, verwachtte niemand dat hij ook voor de tweede keer zijn comeback zou maken. Niet in het minst Jordan zelf. ,,Het is voor 99,9 procent zeker dat ik niet terugkeer'', zei de speler, die na zijn eerste comeback in 1995 drie NBA-titels op rij won, destijds. In januari vorig jaar liet Jordan zich door miljonair Ted Leonsis overhalen om terug te keren in het basketbal. Niet als speler, maar als voorzitter en mede-eigenaar van de Wizards. Een succes werd het voorzitterschap van Jordan niet.

Gestoken in maatkostuums moest het `competitiebeest' vanaf de kant knarsetandend toezien hoe zijn ploeg door de tegenstanders als speelbal werd gebruikt. Met 63 nederlagen en 19 overwinningen eindigden de Wizards het seizoen als nummer zeven en laatste van de Atlantic division. De tien kilo zwaarder geworden Jordan besloot om af en toe met de ploeg mee te trainen. Geruchten over een terugkeer staken direct de kop op, maar Jordan probeerde die te ontkrachten door te zeggen dat hij wilde afvallen. Geïnspireerd door de succesvolle comeback van ijshockeyer Mario Lemieux – die na ruim drie jaar terugkeerde bij de Penguins – was Jordan wel degelijk bezig zijn terugkeer te plannen.

Als voorzitter haalde hij Doug Collins, zijn voormalige coach bij de Chicago Bulls, naar Washington. In de aanloop naar het nieuwe seizoen legde hij de talentvolle Richard Hamilton voor lange tijd vast en pikte hij de 19-jarige High School-speler Kwame Brown als eerste uit de draft. De nieuwe ploeg van de Wizards kreeg zo langzaam vorm. Maar het allerbeste besluit dat Jordan als voorzitter nam, was zijn laatste besluit. Op 25 september zei hij het voorzitterschap vaarwel en tekende His Royal Airness voor het minimum salaris van een miljoen dollar een spelerscontract. Dat geld schonk Jordan aan een fonds voor de slachtoffers van 11 september.

Jordan, die in de loop der jaren een fortuin van circa een miljard gulden heeft opgebouwd, is niet teruggekeerd voor het geld. Na dertien seizoenen NBA waarin hij zes titels met de Bulls won en twee gouden olympische medailles veroverde, hoeft hij ook aan niemand meer te bewijzen dat hij de beste speler ooit is. Jordan heeft zijn rentree gemaakt omdat hij `gewoon' niet zonder basketbal kan. ,,Ik houd ontzettend veel van basketbal. Ik heb nog altijd honger naar succes. En die honger is ook hier in Washington heel sterk'', zei Jordan zaterdag na de met 90-76 gewonnen wedstrijd tegen de Philadelphia 76'ers tegen journalisten uit alle delen van de wereld.

Sinds zijn eerste officiële training met de Wizards in september heeft hij de NBA van het post-Jordan tijdperk verlost. Na zijn vertrek bij de Bulls drie jaar geleden streden spelers als Kobe Briant, Vince Carter en Allen Iverson om de erfenis van Jordan. Maar uit de schaduw treden van Jordan kan niemand. Laat staan zijn rol overnemen. Met het stoppen van Jordan vervloog ook een deel van het commerciële succes van het Amerikaanse basketbal. De NBA overwoog zelfs even om het reguliere seizoen in te korten.

Met zijn rentree heeft Jordan een einde aan die discussie gemaakt. Tv-stations verhoogden het advertentietarief rondom uitzendingen van de NBA met 25 procent. Na dit seizoen moeten de contracten voor de uitzendrechten van de NBA worden vernieuwd. Als de return of the legend ook maar enigszins een succes wordt – en daar ziet het na vier wedstrijden wel naar uit bedraagt de waarde van een nieuwe 4-jarige overeenkomst ongeveer 4,25 miljard gulden. Het mag Jordan dan zelf niets kunnen schelen of hij nog een cent met basketbal verdient, degenen die meevaren op zijn succes denken daar anders over.

Toch is niet iedereen louter positief over het besluit van Jordan om zijn `Airs' weer aan te trekken. De manier waarop hij in 1998 met een driepunter de Chicago Bulls de titel bezorgde en vervolgens het basketbal verliet, wordt door velen gezien als de ultieme manier om afscheid te nemen. Alles wat hij nu nog doet zou alleen maar afbreuk aan de legende kunnen doen.

In Madison Square Garden tegen de New York Knicks maakte Jordan vorige week zijn rentree in de NBA. Zijn spel was niet buitenaards. Hij maakte slechts negentien punten en `vliegen' deed hij niet. Direct volgde de kritiek. Maar nog geen twee dagen later liet Jordan tegen de Atlanta Hawks zien dat hij ondanks zijn leeftijd nog kan domineren. De Wizards wonnen met tien punten verschil. Jordan maakte er 31. He was back.

En hij is terug. Washington loopt zaterdag voor het eerst sinds mensenheugenis warm voor een basketbalwedstrijd. Op de zwarte markt zijn, voor honderden dollars, nog enkele kaartjes te koop. Voor het MCI Center, de thuishaven van de Wizards, schilderen kinderen met verf `23' op hun gezicht. In de souvenirshop gaan Jordan-producten als warme broodjes over de toonbank. Jordan is van Washington.

De Wizard-fans zien Jordan in de 38 minuten die hij tegen Philadelphia speelt bij vlagen excelleren. Maar met twintig punten heeft hij niet echt zijn dag. In de rust staan de Wizards zelfs achter. Een zanger zingt I believe I can fly. Ook na de pauze daagt Jordan de zwaartekracht echter niet uit; wel werpt hij zich op als leider van de ploeg. Hij is niet uit op persoonlijk succes.

In het derde kwart nemen de Wizards in een mum van tijd een voorsprong tegen Philadelphia. Jordan mag dan niet in supervorm zijn, hij laat zijn ploeggenoten beter spelen. In het laatste kwart bouwen de Wizards de voorsprong uit. De eerste thuiszege is een feit, het geloof in eigen kunnen bevestigd. Daar doet de nederlaag van vannacht in Detroit tegen de Pistons niets aan af.

Jordan heeft kort na het duel tegen Philadelphia zijn maatkostuum aan en zijn zijden stropdas om. In zijn rechteroor schittert een oorbel. Geduldig wendt hij zich tot de pers: ,,Ik schoot niet goed. Maar er waren andere dingen die ik kon doen om de ploeg beter te maken.'' Jordan is op zijn 38ste misschien niet meer de speler die meters door de lucht vliegt en de bal van de ene hand in de andere laat gaan. De oud-supersolist is voor de Wizards de ideale teamspeler geworden.

    • Koen Greven