Herfsttaart

Bij het recept Taart van Lila (recept 16 augustus) schreef ik dat het deeg 12-24 uur moest rusten. Door die lange rusttijd verdween bij veel geïnteresseerden het animo (zo is mij ter ore gekomen). Dat vond men te ingewikkeld. Maar ik gaf juist die lange rusttijd om de gehaast koker te leren dat er 's avonds in een verloren moment taartdeeg kan worden gemaakt dat de volgende dag moeiteloos ter beschikking staat. Het deeg kan zelfs een aantal dagen worden bewaard in de ijskast. Deeg dat heeft gerust verliest zijn elasticiteit waardoor het beter uitrolt en mooier bakt. Een tot twee uur rust is al voldoende.

Bereiding: Maak het korstdeeg op de gebruikelijke wijze, wikkel het in plasticfolie en laat rusten in de ijskast. Laat de kou eruit trekken alvorens het tussen twee met bloem bestoven vellen plasticfolie uit te rollen. Vet de taartvorm dun met boter in, stuif er een waasje bloem over, bekleed de vorm met deeg en zet even terug in de ijskast. Laat de abrikozen uitlekken (bewaar het weekvocht), snijd ze als een kadetje open en laat beide helften vastzitten. Snijd de dadels overlangs open, verwijder de pit en vul de holte met een reepje appel. Leg de dadels als een kralenketting (kop aan staart) langs de rand van de taartbodem. Leg de opengesneden abrikozen in concentrische cirkels dicht tegen elkaar aan op het deeg. Leg in iedere abrikoos een amandel. Vermeng de suiker met de kardemom en bestrooi hiermee de vruchten. Bak de taart 15 minuten in een voorverwarmde oven op 220° C en nog eens 15 minuten op 200° C . Breng 1 dl abrikozenweekvocht aan de kook, voeg geleisuiker toe, laat 1 minuut koken en dan afkoelen. Roer de marasquin erdoor en zet het mengsel in de ijskast tot het stroperig wordt. Lepel de stroperige glazuur spaarzaam over de vruchten zodra de taart is afgekoeld.

    • Florine Boucher