Drie polder-Senegalezen samen op Music Meeting

Wie in Nederland een wereldmuziekfestival organiseert, hoeft niet per se een fortuin uit te geven aan vliegtickets. Een aanzienlijk aantal topmuzikanten uit den vreemde heeft hier immers een tweede thuis gevonden. Ook de organisatie van de Nijmeegse Music Meeting weet hen te vinden en gaf bij de zeventiende editie van het festival drie polder-Senegalezen een gezamelijke compositie-opdracht. Onder de naam N'Dadje — Wolof voor 'ontmoeting' — balden meesterdrummer Aly N'Diaye Rose en zangers Mola Sylla en Omar Ka hun krachten samen.

Het resultaat was helaas minder overtuigend dan de combinatie van klinkende namen vooraf had doen hopen. De etnische grenzen overschrijdende fusie tussen Sylla's met kopstem gezongen Wolof en Ka's nasalere Fulani-teksten bleef uit.

Storender was dat de gelegenheidsband achter de twee zangers erg vlak klonk. De nummers kabbelden maar voort. Meer dan een serie repetetieve patroontjes met weinig geïnspireerde solo's had het componeren blijkbaar niet opgeleverd. Pas na een uitgebreide drumexercitie onder leiding van N'Diaye Rose kwam het gezelschap wat op stoom en liet het publiek zich verleiden tot een lauwe reactie.

Maar misschien leden de luisteraars inmiddels aan Afrika-moeheid. Het zondagse optreden van N'Dadje kwam bovenop twee festivaldagen waarop West-Afrikaanse muzikanten al buitengewoon goed vertegenwoordigd waren. Op de openingsavond liet het Kaap-Verdiaanse sextet Ferro Gaita het publiek kennis maken met funana, een sensueel mengsel van matrozenliedjes op de accordeon en jachtige ritmes. Een dag later trad de zoetgevooisde Malinese zanger Kassé Mady op en liet Alioune Mbaye Nder, aanvoeder van Dakars kan-me-niets-schelen-generatie', horen dat Senegalese pop eigenlijk bijzonder weinig verschilt van Westerse.

Dagsluiter Lágbájá deed wat er van de kroonprins van de Nigeriaanse Afrobeat verwacht werd en zette een hyperenergieke en oorverdovende show neer.

De keuze voor een thematische nadruk op West-Afrika leverde de organisatie een hechter maar tegelijk minder avontuurlijk programma op dan voorgaande jaren. Het telkens terugkeren van hetzelfde clubje Senegalezen op ieder podium kwam de diversiteit niet ten goede.

Opvallend was ook dat de opmerkelijkste festivalacts juist niet afkomstig waren uit de uitgelichte regio. Zo wist Orkestar Braká Kadrievi, het Macedonische zigeunerorkest uit de films van Emir Kusturica, te charmeren met een uitgelezen combinatie van fanfarebombast en weemoed. En het van eigen bodem afkomstige Oriënt Express vond feilloos de juiste mix tussen westerse jazz en maqam, het toonreeksensysteem van de klassieke Arabische muziek.

Maar het spannendste was zonder meer het optreden van het Finse accordeonmonster Kimmo Pohjonen. Ruw rukkend aan de trekzak en ratelend langs de knoppen schilderde hij een woest klankschap. Zijn compagnon, de stoicijnse elektronica-whizzard Samuli Kosminen, haalde Pohjonens accordeon en woordloze zang door de sampler en kaatste ze via de touchpads weer terug. Het geluid vervormend tot een voortdenderende stoomlocomotief, een troep krijsende meeuwen of druppelend water joeg Kosminen zijn collega op tot theatrale ontladingen van Wagneriaanse proporties.

Van dat elektronisch meesterschap had Dhafer Youssef nog wat kunnen leren. De Tunesiër goochelde bij zijn middagoptreden in de Paduakerk met loops van zijn jodelende Soefizang en ud-spel maar liep vast in slordige timing en gemakzuchtige herhalingen.

Gelukkig werd Dhafer Youssef gevolgd door Jasper van 't Hof, die drie kwartier lang het kerkorgel deed klinken zoals het nooit eerder heeft geklonken en waarschijnlijk ook nooit meer zal klinken. Van `t Hof tracteerde het publiek op loeiende dissonanten, nerveus van kleur verschietende loopjes en zelfs een paar flarden funk. Van 't Hof verpersoonlijkte de geest van de Music Meeting zoals die in andere jaren breder te beluisteren was: avontuurlijk en zonder concessies.

Music Meeting. Gehoord: 2, 3, 4 november. Radio 4: 20/1, 17/2, 17/3, december en januari-uitzendingen van Is dit nog wel jazz?

    • Edo Dijksterhuis