Al te machtige inspectie baart scholen zorgen

De Tweede Kamer buigt zich deze week over nieuwe taken en bevoegdheden voor de Onderwijsinspectie. De direct betrokkenen zijn beducht voor te veel macht van de Inspectie.

Meer en meer moet de Inspectie van het Onderwijs scholen ,,flink achter de broek zitten'', zei de nieuwe inspecteur-generaal Kete Kervezee onlangs in deze krant. ,,Het is wennen voor de scholen, maar de tijd dat de leraar baas was in eigen klaslokaal is echt voorbij.''

Het zijn geluiden die een meerderheid in de Tweede Kamer graag hoort. Hte Kamerlid C. Cornielje (VVD): ,,Als de ene school goede resultaten behaalt met bijvoorbeeld een effectieve taalmethode en de andere school achterblijft met een andere lesmethoden, moet de inspectie die school daarop kunnen aanspreken. Daar heeft de inspectie alleen wel meer macht en verantwoordelijkheid voor nodig.''

Die extra macht en verantwoordelijkheid lijken er nu te komen. De nieuwe Wet op het Onderwijstoezicht, die vanavond door de Tweede Kamer behandeld wordt, heeft als doel verdergaande bevoegdheden en machtsmiddelen bij de Onderwijsinspectie neer te leggen.

Volgens het wetsvoorstel van minister Hermans (VVD, Onderwijs) krijgt de inspectie meer te zeggen en zal haar oordeel zwaar gaan wegen. De rapporten van de inspecteurs die scholen hebben bezocht, worden openbaar en ze worden ook op internet gepubliceerd, waardoor scholen meer belang hebben bij een goede beoordeling. Ouders, in de ogen van Hermans kritische consumenten, zullen voor de school kiezen die het `best getest' is.

Maar volgens het voorstel van Hermans zal ook het oordeel van de inspecteur veranderen. Waar nu, volgens de minister, een ,,kwaliteitskaart met bolletjes'' wordt afgevinkt (zijn de resultaten van de Cito-toets goed, wordt de computer in de les gebruikt), moet straks ook een oordeel worden gegeven over de manier van lesgeven en over de sfeer op school, oftewel het pedagogisch-didactisch klimaat.

Dat is verstandig, vindt Cornielje. ,,De maatschappij vraagt resultaten en verantwoording van de minister. Als hij die wil geven, moet hij wel zoveel mogelijk informatie hebben.''

De christelijke fracties (CDA, ChristenUnie en SGP) en de meeste christelijke onderwijsorganisaties zijn echter bijzonder kritisch over Hermans' voorstel, die de door hen zo gekoesterde vrijheid van onderwijs zou aantasten.

Zo is voorzitter H. Strietman van de protestants-christelijke Besturenraad, waaraan vrijwel alle protestantse scholen zijn verbonden, bang voor willekeur als de inspecteur de sfeer op school gaat beoordelen. ,,De waan van de dag wordt het criterium'', zegt Strietman.

De publicatie op internet van de schoolresultaten is evenmin goed voor het beter laten presteren van een school, vindt Strietman. ,,Dat is een publieke aangifte in plaats van constructief mee te denken met de problemen die op een school spelen.''

Het wetsvoorstel van Hermans gaat volgens vice-voorzitter W.Dresscher van de Algemene Onderwijsbond (AOb) volledig tegen diens beleid van deregulering in. ,,De minister wil met één hand geven en met de andere terugnemen'', zegt hij. ,,Aan de ene kant zegt hij scholen de vrijheid te geven om zelf te bepalen wat zij goed vinden, maar ondertussen wordt de controle op de scholen strenger en strenger.''

Volgens Dresscher zal de Onderwijsinspectie zich steeds meer als een cunsumentenbond gaan gedragen. ,,Prima dat ouders als kritische consumenten bepalen welke school bij hun kind past, maar de Onderwijsinspectie moet niet de rol van Consumentenbond gaan spelen, dat past niet bij een overheidsinstelling. De staat bepaalt immers ook niet wat bijvoorbeeld een goed televisietoestel is.''

Evenals de Besturenraad is voorzitter E. Veldhuis van de Protestants-Christelijke Schoolleiders Organisatie (PCSO) bang voor willekeur als de inspecteur een wettelijke basis krijgt om het pedagogisch-didactisch klimaat op scholen te mogen beoordelen. Veldhuis: ,,Kwaliteit is nu eenmaal een subjectief begrip. Ik vind persoonlijk een school erg goed als zij met minimale middelen een redelijk resultaat behaalt, maar de inspectie heeft heel andere normen.''

Hoe zal de inspectie omgaan met haar nieuwe taken?

Volgens inspecteur-generaal Kervezee is er geen sprake van dat de inspecteur zich plotseling overal mee zal gaan bemoeien. ,,Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Wij vragen alleen: komen jullie wel in Rome terecht?''