Wat is terrorisme?

Nooit heb ik minister-president Kok zo ongelooflijk sip zien kijken als op die foto met tulband. Alsof hij zojuist een uitbrander had gekregen van de Oeteldonkse carnavalsvereniging wegens overtreding van hun verbod op Bin Laden-grappen. Maar het was geen carnaval in Peshawar.

Of je Kok met zo'n tulband bespottelijk vindt, is een kwestie van smaak en cultuur(relativisme).

Als Kok een reden had om ongelukkig te kijken, dan was dat niet zijn pittoreske hoofdbedekking, maar zijn Pakistaanse gastheer Musharaf. Die draagt geen tulband, maar een generaalsuniform of een scherp gesneden maatpak naar westerse snit. Toch is hij in de strijd voor democratie en mensenrechten geen voor de hand liggende partner. Het lijkt me niet fijn voor Kok om een hand te schudden waar nogal wat bloed aan kleeft. ,,Dat meneer Musharraf op een bijzondere wijze aan de macht gekomen is, weten we'', zei de premier omfloerst. Je hebt je vrienden niet voor het uitkiezen in sommige situaties, zal hij daarbij hebben gedacht. Pakistan maakt deel uit van de internationale coalitie tegen het terrorisme, speelt daarin zelfs een cruciale rol, en dat moest `realpolitisch' worden gehonoreerd.

Het is een coalitie van `strange bedfellows' waar zelfs het Syrië van Assad junior toe behoort, bij uitstek een sponsor en beschermheer van het internationale terrorisme. Met Beëlzebub de duivel uitdrijven: daar hebben de Verenigde Staten, zoals alle grote mogendheden, nooit veel problemen mee gehad en die hebben zij nu al helemaal niet. Onbegrijpelijk is dit niet, pijnlijk is het zeker. Vooral omdat de deelnemers aan die internationale coalitie er zeer uiteenlopende denkbeelden op nahouden over de vraag wat eigenlijk onder terrorisme moet worden verstaan.

Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, op de spreekwoordelijke steenworp afstand van Ground Zero in New York, werd weliswaar unisono een veroordeling uitgesproken van politiek gemotiveerde gewelddaden tegen `onschuldige burgers', maar daar hield de eensgezindheid op. Iedereen verstond onder terrorisme het zijne. De vertegenwoordiger van Pakistan betoogde dat het terrorisme een protest van de armen is dat ,,ons zal blijven achtervolgen als de voedingsbodem, namelijk de ongelijkheid in de wereld, de uitbuiting van de verworpenen, de ontkenning van fundamentele rechten en het gevoel van onrechtvaardigheid, niet wordt weggenomen''. Helaas hebben Pakistaanse regeringen, inclusief de huidige van Musharaf, nooit iets in praktijk gebracht van deze hooggestemde woorden.

Over de godsdienstwaanzin, de geloofsverdwazing, het religieuze fanatisme van de waarschijnlijke organisatoren van de aanval op de Verenigde Staten werd door Pakistan noch door vertegenwoordigers van andere islamitische landen gerept. Wel beschuldigden al deze landen Israël van terrorisme jegens de Palestijnen, terwijl het Palestijnse terrorisme als legitiem verzet tegen een bezettende macht werd voorgesteld.

In deze tegenstelling ligt de kern van het probleem besloten, de reden waarom voor het begrip terrorisme geen algemeen aanvaarde definitie bestaat. De meeste machthebbers beschouwen hun tegenstanders als terroristen. De nazi's deden dat al. In hun visie was de bekende verzetsstrijdster Hannie Schaft een beruchte Nederlandse terroriste: zij knalde hoge nazi's en gevaarlijke collaborateurs neer. Volgens de normen van de Nederlandse rechtsstaat was dergelijk geweld gerechtvaardigd en volgens het overgrote deel van de bevolking waren het heldendaden.

Om bruikbaar te zijn, moet een omschrijving van terrorisme dus ten minste duidelijk maken dat het gaat om politiek gemotiveerd geweld tegen willekeurige mensen, zonder aanzien des persoons, met de bedoeling angst en ontwrichting teweeg te brengen. Een wettelijke omschrijving is in Nederland niet nodig, omdat het altijd zal gaan om feiten die onder moord, doodslag, bedreiging en andere zware misdrijven vallen. Er zijn, ook in Europees verband, inmiddels zulke brede definities van het terrorisme in omloop, dat overheden in de verleiding kunnen komen er misbruik van te maken voor repressie van politiek activisme of de inperking van de burgerlijke vrijheden en de rechtsbescherming.

In historische beschouwingen over deze kwestie wordt het terrorisme herleid tot de Franse revolutie, toen Robespierre de Terreur introduceerde als machtsmiddel van de staat. Noam Chomsky definieert terrorisme op die grond als instrument van regeringen om gehoorzaamheid van de burgers af te dwingen. Mij lijkt staatsterrorisme ouder dan de Franse revolutie, namelijk zo oud als de staat zelf. Toch beschouw ik geweld van de overheid, ook als daarbij op grote schaal onschuldige slachtoffers vallen, niet als terrorisme. Het zou alleen maar afbreuk doen aan het streven naar een internationale rechtsorde wanneer men oorlogsmisdaden, genocide en alle andere misdaden tegen de menselijkheid onder de noemer terrorisme gaat brengen.

Dit is geen academische discussie. Veel tegenstanders van militaire actie tegen Bin Laden en de Talibaan beschouwen de Amerikaans-Britse bombardementen op Afghanistan als terrorisme, maar deze uitbreiding van het begrip leidt hoogstens tot spraakverwarring. Mocht worden bewezen dat de bombardementen in strijd zijn met het humanitaire oorlogsrecht, dan is er sprake van oorlogsmisdaden. Niet van terrorisme. Dit onderscheid is van belang, omdat in oorlogen volkenrechtelijke regels gelden, terwijl terroristen geen enkel recht respecteren. Erken je dat verschil niet, dan is alleen al de gedachte aan bestrijding van het terrorisme onzinnig. In dat geval is iedereen, mannen, vrouwen, kinderen vogelvrij verklaard, uitgeleverd aan het nietsontziende fanatisme van de hedendaagse Assasijnen.

Sta je, als je dat zegt, te juichen over bombardementen waarbij ook slachtoffers onder de burgerbevolking vallen? Ik heb nogal wat brieven ontvangen waarin ik daarvan word beticht. Maar ik sta helemaal niet te juichen, eerder te janken. Ik begrijp ook wel dat vergeldingsacties als zodanig de bedreiging van het terrorisme niet wegnemen. Ook het probleem van de ongelijkheid en de armoede in de wereld wordt met militaire acties niet opgelost. Allemaal waar. Wie maakt zich geen zorgen over geweld? Welke gek hoopt op bloedvergieten zonder aanzien des persoons? Welk onmens heeft geen medelijden met de vluchtelingen uit Afghanistan?

Ik beschouw mezelf als anti-militarist in hart en nieren. Maar wie elke militaire tegenactie kwalificeert als een vorm van staatsterrorisme, ontzegt staten in het algemeen en de VS in het bijzonder het recht op zelfverdediging, dat hun krachtens artikel 51 van het VN-handvest toekomt.

    • Elsbeth Etty