Verstoorde Rust

De afgelopen jaren was het Westen ondergedompeld in een gemoedelijke sluimertoestand van rust en harmonie. Het ging ons goed. Sinds het einde van de Koude Oorlog groeide het zelfvertrouwen met de dag: het communisme had gefaald, nu resteerde ons slechts de taak onze eigen democratieën tot volle bloei te laten komen. Of niet?

De afgelopen tien jaar woedden er burgeroorlogen, overal braken etnische conflicten uit. Maar de brandhaarden waren ver weg, in Koeweit en Irak, in Rwanda, Somalië en Indonesië.

Met het uiteenvallen van Joegoslavië kwam de oorlog een heel stuk dichterbij. Aan de rand van Europa werden duizenden mensen vermoord. Het schuldgevoel was groot, maar nog steeds waanden we ons veilig. En onze economieën floreerden.

En toen zakten ineens de torens van het World Trade Center ineen. Het Pentagon brandde. Niemand die het voor mogelijk hield dat het financiële, militaire en symbolische hart van de westerse wereld zo kwetsbaar kon zijn. De terroristen die de aanval op de Verenigde Staten hadden uitgevoerd, bleken afkomstig uit het Midden-Oosten. De naam van de Saoedische terrorist Osama bin Laden werd bijna onmiddellijk genoemd. Uit het niets had het Westen ineens een nieuwe vijand. Maar is het wel een vijand? En is hij wel zo nieuw? Hoe moeten wij de haat in de islamitische wereld tegen het Westen begrijpen? M ging vier uur lang in discussie met zes arabisten. Over één ding werden ze het eens: we moeten samen met de moslims de strijd tegen de terreur aanbinden. We hebben geen keus.