Van de Leur ontdekt harde realiteit

Verona van de Leur ondervond gisteren dat de finale turnen op een WK van een andere orde is dan welke wedstrijd ook. De debutante bleek nog niet opgewassen tegen de hardheid van die competitie en werd negende.

Een mooi voorspel garandeert geen vlekkeloze finale, weet sinds gisteren ook Verona van de Leur. De Nederlandse turnster begon, op grond van de plaatsingswedstrijd, als nummer drie aan de eindstrijd van de individuele meerkamp bij de wereldkampioenschappen in Gent, maar kwam er uiteindelijk als nummer negen uit tevoorschijn. De vijftienjarige Waddinxveense scholiere werd ontgroend door twee Russinnen en een Roemeense, die er met de medailles vandoor gingen. De nieuwe wereldkampioene is een oudgediende en heet Svetlana Khorkina.

Een ongeschreven wet in de topsport luidt, dat je eerst een internationaal kampioenschap moet hebben meegemaakt om te kunnen oogsten. Het podium, de schijnwerpers, de media, de toeschouwers, de druk, de intimidaties, de afgunst en de bikkelharde competitie vormen een mallemolen waarin tenminste één keer meegesleept moet worden om te weten, wat er voor komt kijken om op het podium van een WK te belanden.

Van de Leur weet nu dat medailles duur zijn en op het moment suprème de kleinste fout keihard wordt afgestraft. Een analyse van de meerkampfinale leerde, dat twee missers Van de Leur de bronzen medaille hebben gekost. Een van de twee sprongen ging fout, hetgeen een aftrek van tweetiende punt betekende. Een val van de balk kostte haar vervolgens een half punt. Dat is in totaal min zeventiende punt, exact het gat met `brons', waarmee de olympisch kampioene Andreea Raducan aan de haal ging. Het zilver was voor de Russin Natalia Ziganshina.

Haar aangeboren nuchterheid voorkwam dat De Leur met een kater de Gentse turnarena verliet. ,,Ik was weliswaar de nummer drie van de plaatsingwedstrijd, maar ik wist dat veel turnster toen fouten hadden gemaakt. Ik had me vooraf geen illusies gemaakt en was al helemaal niet uitgegaan van een medaille. Ik vond het al prachtig dat ik de oefeningen in een groepje met Khorkina en Raducan mocht afwerken. Dan zie je eens van dichtbij hoe zij zich gedragen op een groot toernooi.''

Van de Leur viel allerminst uit de toon, want met één sprong van 9.400 punten, een vloeruitvoering van 9.350 en een brugoefening van 9.400 liep ze keurig in de pas met top-drie. De Nederlands kampioene moet alleen groeien in stabiliteit. En dat weet ze zelf maar al te goed. Van de Leur na afloop licht geërgerd: ,,Op trainingen kan ik moeiteloos vier toestellen op niveau afwerken, maar in de wedstrijden lukt me dan maar niet.''

Frank Louter maakt zich daar iets minder zorgen over. Het komt wel goed, redeneert de bondscoach en tevens clubtrainer van Van de Leur. Hij wees erop dat zijn talentvolle pupil nog maar vijftien jaar is en gisteren in Gent de jongste van de 32 finalisten was.

Louter: ,,Een WK laat je niet onberoerd. Eenmaal in de hal gebeurde er iets met die meiden, dat voelde je. Ze waren in supervorm en hadden amper een warming-up nodig; er kon eigenlijk niets mis gaan en desondanks maakten ze fouten. Ze moeten gewoon twee of drie van deze wedstrijden per jaar meemaken, dan komt het vanzelf goed.''

Naast het gebrek aan ervaring droeg Van de Leur ook de ballast van haar relatieve onbekendheid. De Khorkina en Raducan hebben het voordeel van reputatie; bij hen werden minder snel punten afgetrokken. Khorkina zag haar vloeroefening bijvoorbeeld beloond met 9.475 punten, terwijl de schoonheidsfoutjes duidelijk waarneembaar waren. Juryleden durven de gevestigde orde pas te bestraffen voor significant zichtbare missers. Hoe onrechtvaardig ook, maar dat is de handicap waarmee debutanten in een jurysport als turnen nu eenmaal worden opgezadeld.

In de schaduw van Van de Leur revancheerde Gabriëlla Wammes zich voor haar matige optreden tijdens de finale van de landenwedstrijd. Een kleine correctie bij haar brugoefening scheelde haar viertiende punt en daarmee een plaats in de top-tien. Op vloer, balk en bij sprong scoorde ze meer dan negen punten. De eveneens vijftienjarige clubgenote van Van de Leur was opgelucht en verliet met opgeheven hoofd de hal in Gent.

Voor Wammes zitten de wereldkampioenschappen erop, omdat zij zich niet heeft geplaatst voor een toestelfinale van vandaag of morgen. Dat geldt niet voor Van de Leur, die vandaag nog moet aantreden op de brug en bij de sprong. Met name aan brug is de Nederlandse een medaillekandidaat, want gisteren was alleen Khorkina een fractie beter. Overigens heeft Nederland met Renske Endel op dat toestel morgen een tweede finaliste, die als specialiste te boek staat en eveneens tot de favorieten moet worden gerekend.

Voor de kittige Heerenveense Rikst Valentijn duurde het toernooi een wedstrijddag te lang. De dochter van de oud-schaatsers Jos Valentijn en Haitske Pijlman had een te grote conditionele achterstand om in de finale tiptop te kunnen turnen. Niet verwonderlijk, want Valentijn werd in de aanloop naar de WK geveld door een bacteriële infectie. Het was al een wonder dat ze Gent present was. Haar trainster Rietje Bijlholt had dan ook vrede met de 28ste plaats van Valentijn. Bijlholt: ,,Ik had nog gehoopt dat de adrenaline haar vermoeidheid zou verdrijven, maar dat bleek al snel niet het geval. Rikst heeft hier gedaan wat ze moest doen: twee dagen goed turnen. En toen was het op.''

    • Henk Stouwdam