Turnsters?

De Nederlandse turnsters behaalden deze week een historische vijfde plaats op het WK voor landenploegen in Gent. Wat betekent deze internationale doorbraak voor het vrouwenturnen?

Elvira Becks, oud-turnster: ,,Misschien kan dit succes bepaalde poorten openen voor de turnsters. Toen ik in 1992 stopte, is het vrouwenturnen een beetje in verval geraakt. Er was geen aanwas meer, de doorstroming van talent bleef uit. Na mij is geen enkele turnster meer naar de Olympische Spelen gegaan. Dat was jammer, want door gebrek aan succes komt elke sport in een negatieve spiraal terecht. Het mondiale niveau van het turnen is alleen maar hoger geworden, het wordt voor Nederland elk jaar moeilijker om aan te klampen bij de wereldtop. Nu de vrouwen zo goed hebben gepresteerd in Gent komen er misschien meer sponsors af op de sport. Die meiden zijn natuurlijk gebaat bij betere faciliteiten en een betere opleiding. Daar is flink wat geld voor nodig. Er zijn nu meer talentvolle turnsters dan in mijn tijd, het zou geweldig zijn als dat tot meer successen leidt. Van Russen en Amerikanen win je nooit, maar alles wat daaronder zit is te verslaan.''

Fieke Willems, met negentien jaar de oudste turnster van de ploeg: ,,De doorbraak verrast mij in die zin dat tijdens de wedstrijd alle oefeningen perfect zijn uitgevoerd. Dat we daarin zijn geslaagd, betekent dat de lichting met Verona van de Leur, Gabriëlla Wammes en Rikst Valentijn ook mentaal sterk is. Dat moet een goede basis zijn voor de toekomst, want die meiden zijn nog jong. Misschien dat de vijfde plaats over twee jaar niet te evenaren is, maar een achtste plek moet er wel inzitten. De concurrentie neemt ons nu serieus: de Roemenen, Russen en Amerikanen werden tijdens de wedstrijd zenuwachtig van ons.''

Christian Selk, oud-turner: ,,Het is fantastisch wat die meiden hebben gepresteerd, er is sprake van een ongekend succes. Ik weet hoe hard je ervoor moet werken om goed te kunnen turnen. De Nederlandse turners kunnen in ieder geval nog veel leren van de inzet en de motivatie van de vrouwen. Turnen is geen volkssport, er gaat natuurlijk lang niet zo veel geld in om als bij voetbal of volleybal. Turnen komt weinig op televisie, waardoor het bedrijfsleven snel afhaakt. Door de successen in Gent zal de turnploeg waarschijnlijk de A-status van het NOC*NSF krijgen. Wellicht dat er dan in de toekomst meer successen in het verschiet liggen. Ach, de turnsport moet het vooral hebben van sportdebielen: mensen die bergen werk willen verzetten voor weinig geld. De turnsters hoeven weinig te verwachten van de gymnastiekbond, daar ligt het geld toch niet voor het opscheppen. Het is hopen op de grote vis die voorbij komt zwemmen. Als dat gebeurt, kunnen de successen van Gent gecontinueerd worden.''

Bart Conner, tweevoudig olympisch kampioen in 1984 en echtgenoot van oud-turnster Nadia Comaneci: ,,De Nederlandse turnsters imponeren me. Dat ze goed zijn, weet ik al sinds het EK van 1998 in Parijs. Normaal gesproken verwacht je dat een Roemeense of Russische trainer schuilgaat achter dat succes, maar in dit geval gaat het om Nederlandse coaches. Dat betekent dat er in jullie hand zeer goed wordt gewerkt, want jullie turnsters zijn technisch zeer sterk. Naar mijn mening is er dan ook een basis gelegd voor blijvend succes. Bij het WK over twee jaar in Los Angeles zal Nederland het moeilijker hebben, maar op de Spelen van Athene in 2004 zal de ploeg er absoluut bij zijn.''

Jaap Wals, topsportcoördinator van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie: ,,Die vijfde plaats in de landenwedstrijd overtrof mijn verwachtingen. Ik had stilletjes gehoopt op een finaleplaats, maar een vijfde plek is echt ongelooflijk. Heel onwezenlijk vooral. Misschien zijn we beter dan we zelf dachten. Ik verwacht dat dit succes geld genereert, waardoor we de weg omhoog kunnen vervolgen. Wat mij betreft wordt de staf rond het team uitgebreid met medische en paramedische begeleiders. We kunnen niet blijven stilzitten. Onze doelstelling om de Spelen in Athene van 2004 te bereiken, moet haalbaar zijn. De kwalificatie-eis van een plaats bij de eerste twaalf zal over twee jaar geen probleem zijn, dunkt me.''

    • Marcel Abrahams