Ongestraft maar aanrotzooien in het onderwijs

Basisvorming. Studiehuis. Vmbo. Op de Nederlandse middelbare scholen wordt wat afgeëxperimenteerd. En niet met onverdeeld succes. De basisvorming, het verplichte lesprogramma voor scholieren in de laagste klassen, moet vanaf 2004 grondig worden herzien, adviseerde de Onderwijsraad met instemming van de staatssecretaris. Leerlingen, leerkrachten en ouders begrijpen het niet meer. `Waar blijven de excuses van de PvdA?'

Nog geen drie weken geleden heeft de Onderwijsraad de basisvorming failliet verklaard en verantwoordelijk staatssecretaris Karin Adelmund was het daar direct mee eens. In december doet de PvdA-bewindsvrouw uit de doeken wat er vanaf 2004 moet gebeuren met het verplichte lesprogramma in de laagste klassen van de middelbare school.

Nu probeer ik nieuws over het falen van onze overheid zoveel mogelijk te negeren, maar dit bericht blijft onverteerbaar voor een oude onderwijsrot als ik. Ik heb nog even gehoopt dat uit onderwijskringen een felle reactie zou komen, maar in die murw geslagen sector is het al jaren de gewoonte om niet meer in de openbaarheid te reageren op wat Zoetermeer nu weer beweert. In deze krant heb ik alleen een bitter, maar juist commentaar van Ton van Haperen gelezen.

Van 1961 tot 1999 heb ik in het voortgezet onderwijs mogen werken, waarvan 12 jaren als conrector en 21 jaren als rector. Nog steeds denk ik dat onderwijs geven als docent, als schoolleider, als ondersteunend medewerker een prachtig beroep is. Maar terugkijkend realiseer ik me dat deze mening vooral gebaseerd is op mijn ervaring in de jaren zestig en zeventig. In de twee decennia daarna maakte de overheid, de PvdA-bewindslieden op Onderwijs in het bijzonder, onderwijsgevenden het leven aan één stuk door zuur.

Allereerst werd er bezuinigd en bezuinigd en daarna tot op het merg doorbezuinigd. Het is dom, vindt men tegenwoordig, om te beknibbelen op zorg en onderwijs. Maar in de jaren tachtig en negentig was er weinig alternatief, omdat knabbelen aan maatschappelijke zorg en daaraan gepaarde uitkeringen voor een partij als de PvdA en andere regeringspartijen synoniem was met zetelverlies. Dus schrapten we werkweken, stelden we invoering van nieuwe lesmethodes uit, schoven we reparatie van het lekke dak op de lange baan, lieten we de wc's niet meer schoonmaken gedurende de dag. Tegelijkertijd hoorden onderwijsgevenden dat van hun salaris en van hun werkomstandigheden nog wel wat af kon.

Nooit zal ik de grootste slachter van het onderwijs vergeten, Wim Deetman, nu gevierd burgemeester van Den Haag. Door pers en politiek werd de CDA-minister geroemd als kampioen-bezuiniger. Maar met zijn beruchte HOS-akkoord heeft hij de leraren de scholen uitgejaagd en de basis gelegd voor het tekort van vandaag. Docenten die na 1985 in dienst traden, moesten genoegen nemen met een paar honderd guldens per maand minder dan hun eerder aangestelde vakbroeders. Me dunkt, met vooruitzicht op zo'n hongerloontje maak je het mooie vak van leraar geloofwaardig en aantrekkelijk.

Ten tweede, en voor echte onderwijsmensen erger, vergrijpt de politiek zich al een kwart eeuw vanuit ideologische motieven aan de inhoud van het onderwijs. Vanaf halverwege de jaren zeventig tot en met de invoering van studiehuis en voorbereidend middelbaar onderwijs (vmbo, de samensmelting van mavo en vbo) hebben leraren op middelbare scholen geen schooljaar gekend waarin ze gewoon hun werk konden doen zonder daarnaast uren te vergaderen over onderwijsvernieuwingen, lessentabellen en lesroosters, zonder conferenties bij te wonen, zonder gedwongen bijscholingen te volgen.

Middenschool. Basisvorming. Studiehuis. Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Niet doceren maar leren leren. Fuseren. Dereguleren. Decentraliseren. En niet te vergeten: bijscholen voor nieuwe vakken als techniek, Arabisch, informatica, verzorging, algemene natuurwetenschappen, culturele en kunstzinnige vorming, klassieke culturele vorming, management en organisatie en de nooit van de grond gekomen veilig verkeerslessen – zonde van alle vergadertijd. Het was altijd de PvdA, het waren mensen als Van Kemenade, Wallage, Netelenbos die de onderwijsvernieuwingen doordreven. Zij geloofden – terecht – dat onderwijs je de sociale ladder op helpt. Maar zij gaan nog een stap verder: ze vinden dat de school een katalysator is van de gelijke-kansenmaatschappij. Door onderwijs kan je de maatschappelijke ongelijkheid oplossen. En daarbij verbleekt elk punt van kritiek, zeker als het komt van onderwijsgevenden zelf.

Intussen veranderden de scholen door maatschappelijke ontwikkelingen die niet waren voorzien. Er kwamen witte en zwarte scholen. Vwo- en havo-afdelingen kalven almaar af. En het imago van de leraar is vanaf begin jaren tachtig zo verslechterd dat de lerarenopleidingen van alle niveaus leeg zijn gelopen. Waar blijven de hemelbestormers van de PvdA? Negeren is de natuurlijke reactie van veel mensen. Het allervervelendst aan dit soort problemen is dat ze meestal verergeren als ze genegeerd worden.

Het was 1988, ik was op een conferentie van schoolleiders en ambtenaren, waarin de leeftijdsstatistieken van onderwijsgevenden en de teruglopende inschrijvingen bij lerarenopleidingen gecombineerd werden. Zelfs de meest tot feitenverdoezeling in staat zijnde ambtenaren concludeerden dat het eind jaren negentig flink mis ging lopen.

Maar geld beschikbaar stellen voor hogere salarissen kwam de overheid niet goed uit. Onder leiding van PvdA-bestuurders (Wallage, Netelenbos, Ritzen) werden tandeloze maatregelen getroffen, zoals een propagandacircus (Forum Vitaal Leraarschap), en procesmanagers aangesteld. En nu het schip van het voortgezet onderwijs op de klippen loopt, weet PvdA-staatssecretaris Adelmund niet meer te verzinnen dan het werven van neveninstromers. Dat is mooipraat en vaagpraat. Over twee of drie jaren zullen, net als in begin jaren '60, zelfs in examenklassen vele lessen niet of onbevoegd worden gegeven. En welke politicus zal dan de schuld op zich nemen?

De afgelopen jaren heb ik onze ministers nogal eens excuses zien maken. Het waren altijd excuses voor zaken die zover in het verleden lagen (kolonialisme, slavernij) dat de slachtoffers uitgestorven waren. Wat zou het mij goed gedaan hebben als de PvdA aan haar verkiezingsprogramma excuses had toegevoegd voor haar onderwijsgedram gedurende de afgelopen kwart eeuw en de gevolgen daarvan voor duizenden onderwijsgevenden. In plaats daarvan belonen de sociaal-democraten Tineke Netelenbos, verantwoordelijk voor basisvorming en het studiehuisgedoe (het volgende faillissement in het voortgezet onderwijs!?), met een toppositie op de kandidatenlijst. Wat heeft ze als minister van Verkeer en Waterstaat voor geweldigs gedaan dat de onderwijsdebacles goed maakt? En mevrouw Adelmund kan zomaar de basisvorming ten grave dragen en krijgt daarvoor nog complimentjes ook, zonder dat iemand de PvdA en betrokken bewindslieden aan de schandpaal nagelt.

Bah, dit mooie land kent te veel overheidsfalen waar nooit rekenschap voor wordt afgelegd.

    • Matthé Sjamaar