Muizengaatje

In het justitiële vakjargon staat het bekend als `het muizengat'. Dit is het juridische equivalent van het politieke adagium dat men nooit `nooit' moet zeggen. Er zijn bijzondere opsporingsmethoden die weliswaar handig zijn, doch in principe geen toepassing behoren te vinden. Het inzetten van een criminele infiltrant valt in deze categorie. De parlementaire enquêtecommissie-Van Traa gaf de stoot tot een algeheel verbod omdat het middel erger dan de kwaal was uitgepakt. Infiltratie was dekmantel geworden voor grootschalige drugssmokkel. Toch zijn er uitzonderlijke gevallen denkbaar waarin criminele infiltratie niet valt uit te sluiten als laatste redmiddel.

De toenmalige minister van Justitie Sorgdrager vond het muizengaatje uit. Alleen, hoe valt deze nooduitgang te bewaken? Deze vraag heeft een nieuw belang gekregen na de elfde september. Minister Korthals (Justitie) suggereert dat de terrorismebestrijding om een versoepeling van het verbod vraagt. De noodzaak valt moeilijk te betwisten. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat een middel dat voor deze uitzonderlijke dreiging van het terrorisme is bedoeld, al gauw toch weer uitdraait op iets anders.

Nu is er op het gebied van de drugsbestrijding wel iets veranderd. De criminele infiltratie die door de commissie-Van Traa werd afgekeurd, hield verband met een tactiek van diepte-infiltratie die er op was gericht door te stoten tot de top van de drugsnetwerken. Dat is per definitie een kwestie van lange adem met een verhoogd risico van misbruik. De ambitieuze aanpak is inmiddels vervangen door een wel zo praktische tactiek van `korte klappen', het verstoren van criminele netwerken waar men ze tegenkomt. Dat maakt de risico's overzichtelijker. Toch blijft het gevaar dat een bijzondere opsporingsmethode met de speurders aan de haal gaat.

De gedachten gaan dan al gauw naar een strikte controle door de rechter. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In Groot-Brittannië is de rechterlijke controle op de terrorismewetgeving uit 1974 serieus gehandicapt door `justitiële aversie' om zich in dit soort kwesties te verdiepen, signaleerde professor Walker van de Universiteit van Leeds in 1997. Dichter bij huis heeft uitgerekend de laatste tijd het plaatsen van een infiltrant bij een verdachte in zijn cel vragen opgeroepen.

Als Korthals het muizengaatje wil verruimen, moet hij wel met een goed antwoord op deze vragen komen.