Jan van Aken over Rebetika

Vanavond speelt Eleftherios, de virtuoos uit Thessaloniki. Hij was toch in de buurt en wilde wel een avondje muziek maken met zijn oude vrienden. Zijn vingers dartelen over de hals van zijn instrument; waar een ander een loopje in vijf stappen zou nemen, maakt hij tientallen tussensprongetjes, en is hij met het oog niet meer te volgen.

Kyriakos komt naar ons toe en neemt een paar grote halen van een joint. Dan loopt hij rustig terug naar zijn stoeltje, pakt zijn eigen bouzouki en valt in met een strakke begeleiding. Hij zingt het lied over de twee zakkenrollers die gearresteerd werden op de Citroenenmarkt en een bastonnade ontvingen van de politie. Een Milo Manara-meisje buikdanst, het lijkt wel of er horentjes schemeren tussen haar krullen. Eleftherios eindigt een passage met een solo. Zijn over de frets razende vingers doen mij denken aan het schilderij Nude Descending a Staircase van Duchamps. Hier worden geen borden stukgegooid, dat staat vast. Er zijn immers geen toeristen die daarvoor betalen.

De camping heeft veel weg van een vuilnisbelt of een oorlogsgebied. Een Poseidontempeltje waarvan de opgraving lang geleden is gestaakt, ligt vlak buiten het terrein naast een laat-twintigste-eeuws dansvloertje-met-uitgebrande-bar dat is volgestort met puin en groenteafval. Vreemdelingen komen hier niet, het is de favoriete stek van de Thessalonicenzer studenten en, in de oudere ingestorte gedeelten, van zwervers die de hitte van de stad zijn ontvlucht.

'Bij de kop van mijn waterpijp zweer ik, dat ik van geen ander houd'

Af en toe speelt ook Kyriakos een solo, bij hem geen parelende loopjes, zijn tonen klinken metalig en langgerekt. Soms herhaalt hij vele malen dezelfde noot. Hij zingt, met schelle en doordringende stem, in de traditie van rebetika. Deze Griekse underground ontstond tachtig jaar geleden in de sloppen en gevangenissen van Athene en Piraeus. Na het bloedbad van Smyrna waren een miljoen etnische Grieken Turkije ontvlucht en neergestreken rond de grote steden. Daar woonden ze in tenten of hutten en ontstonden téké's, de hasjkitten waar de derwisjen - zoals de rokers zichzelf noemden - aan hun waterpijpen lurkten en de muziek speelden die ze hadden meegenomen. Hun eenvoudige teksten handelden over liefde, dood en hasj en al vrij snel vermengde deze muziek zich met de populaire caféstijl waar de burgers in die jaren naar luisterden.

'Wat kan die Eleftherios spelen', zeg ik tegen mijn vrienden. 'Ja, hij is heel virtuoos', antwoorden zij beleefd. Maar in hun ogen heeft Eleftherios niet de ware geest.

Later die nacht barst er een wolkbreuk los. Wij schuilen onder de gaanderij van een verlaten winkeltje, en kijken naar de spelende kinderen die af en toe naakt en met modder besmeurd opdoemen uit de regen. Een iglotentje komt op vier benen langswaggelen, als een schildpad zonder kop, op zoek naar een hogergelegen droog gedeelte.

Kyriakos heeft zijn matras die onder een boom lag, op het droge gesleept, daar zit hij nu op. Zijn tentje konden wij niet redden, het verdween als een grauwe vleermuis in de nacht.

Eleftherios is al uren geleden weggegleden in zijn bmw, morgenmiddag moet hij weer spelen in de stad.

Als we de open galerij met een groot stuk plastic hebben afgeschermd, haalt Kyriakos zijn instrument uit de koffer en begint te spelen. De moeders wrijven hun kinderen droog en leggen ze op een rijtje op een matras, zodat ze kunnen luisteren. Thanasis pakt zijn viool; een onbekende komt aanrennen met een trommeltje.

Nu is het tijd voor het echte werk. Mijn vrienden roken, drinken retsina en zingen de ene klassieker na de andere.

Thuis heb ik mijn eigen rebetika-cd's: zwevende, krakende, spetterende opnamen uit de braadpan van de geschiedenis. Vamvakaris, de vroege Sotiria Bellou, Yovan Tsaouss. Ik hoef maar een paar noten voor te zingen en mijn vrienden herkennen het en zetten in. Drie derwisjen zitten in een téké en zingen een schel, eentonig lied over een ontmoeting met de Dood. Buiten is niets dan regen, puin en duisternis. M

Jan van Aken is schrijver. Zijn roman De valse dageraad verscheen eerder dit jaar bij uitgeverij Bert Bakker.

De cd Tragoudia tou Ypokosmou is uitgebracht door The Greek Archives, Ta tragoudia tou téké door Minos - EMI

    • Jan van Aken