Halacha

,,Halachische joden hebben een joodse moeder of zijn toegetreden bij een orthodox rabbinaat. De overigen zijn uitgekomen bij een liberaal rabbinaat of hebben alleen een joodse vader.'' Zo is een hardnekkig misverstand op 25 oktober ook doorgedrongen tot de kolommen van NRC Handelsblad. Een misverstand dat helaas ook, zij het slechts in een voetnoot, het vorige week gepresenteerde boekwerk met de resultaten van het onderzoek `De Joden in Nederland anno 2000' ontsiert (pag. 256, noot 7 bij hst.10).

Het misverstand is daarin gelegen dat de overgang naar het jodendom volgens de Halacha de joodse wet zou zijn voorbehouden aan orthodoxe rabbijnen. Dat is weliswaar de opvatting binnen het orthodoxe jodendom, maar de overgrote meerderheid van religieus georganiseerde joden in de wereld denkt daar anders over.

Die meerderheid maakt deel uit van de stromingen van het niet-orthodoxe jodendom. Ook door de rabbinaten van deze niet-orthodoxe gemeenschappen wordt bij de acceptatie van proselieten de Halacha toegepast.

Maar zij leggen die op een aantal punten anders uit dan hun orthodoxe ambtgenoten, hetgeen de laatsten, die de Halacha in pacht menen te hebben, als een beletsel voor de erkenning van die toetredingen zien. Alleen door de overheid in Israël worden elders door niet-orthodoxe rabbijnen verrichte toetredingen erkend. Het assimilatiegevaar dat van de hierdoor teweeggebrachte tweedeling binnen het joodse volk uitgaat kan niet worden overschat. Er zal een wereldwijde oplossing voor gevonden moeten worden. De tijd dringt, zoals ook de uitkomsten van het demografisch onderzoek in dit land pijnlijk uitwijzen.

    • Mr. E.J. Numann