Grenzen dicht!

FC Kopenhagen, Grasshoppers, Galatasaray, het zijn niet wat je ronkende namen van het internationale voetbal noemt. Mocht Tob Swelheim nog van het wereldje zijn, zou hij spreken van FC Uddel. En dat staat doordeweeks voor parochialisme op de breedte van een handkar en op zondag voor gehuchtenvoetbal. In Andorra zijn ze wereldser, ook op het veld.

De ontluisterende afgang van het Nederlandse voetbal is deze week op een dieptepunt gekomen. PSV weggeblazen, Ajax onderuit, FC Twente strijdend ten onder. Tegen wie? Tegen Janneke en Mieke van de Champions League en de UEFA-Cup. In landen met een beetje krachtdadig bestuur dat nog over de nationale trots wil waken, zouden deze clubs, vierentwintig uur na de catastrofe, uit competitie zijn genomen en naar de opvoedingskampen van Ruud Lubbers zijn gestuurd. Maar hier gaat het leven gewoon door.

Ook Harry van Raaij gaat vrolijk door. Ik zag de PSV-preses de trap van het vliegtuig afdalen. Onder de arm droeg hij een grote doos, verpakt in bloemetjespapier. Een cadeau van de Turken. Het moet een geweldig geschenk zijn geweest want de heer Van Raaij hield het stevig tegen de rechterheup aangedrukt. Alsof hij bang was dat het weg zou waaien, zo organisch ontfermde hij zich over het presentje. Misschien was het wel een porseleinen olifant want toen de verslaggever van Studio Sport de voorzitter op het winderige vliegveld zijn gemoedstoestand peilde, hield Van Raaij de doos nog steeds in een soort wurggreep geklemd. Hij vertrouwde de tarmac van zijn eigen Eindhoven niet.

Voorzitter met doos na een smadelijke nederlaag: in dat beeld ligt de karakterloosheid van het Nederlandse voetbal bestorven. Voetbal als toeristische attractie, meer hebben de Nederlandse topclubs niet in de aanbieding. Mentaal, technisch en tactisch laten ze zich afdrogen door holbewoners. Een land met een beetje krachtdadig bestuur zou nu de grenzen sluiten. Want Europa mag dan vooral een constructie van de verbeelding zijn, er is een nationale onderkant aan schaamte en vernedering die niet wil gezien worden.

De Europese ontrafeling van Ajax is zo mogelijk nog dramatischer dan het gezichtsverlies van de concurrentie. Juist omdat de Amsterdamse club, na een paar succesjes in de polder, zich alweer een wereldformaat begon toe te dichten. Coach Co Adriaanse voorop. Co die in het eeuwige krijtpak steeds meer Luns-achtige trekjes gaat vertonen, is niet erg diplomatiek in de kennis van zichzelf en zijn omgeving. Hij slaagt er moeiteloos in iedereen op scherp te zetten, behalve zijn spelers. De Ajax-coach heeft een uniek probleem: hij is te groots van gedachten. Altijd bezig met democratie, vrije meningsuiting, de toekomst van het Vaticaan, de existentiële eenzaamheid van het duo Haselhoef-Fortuyn, and all that jazz, maar Machlas leren tacklen en Ibrahimovic leren kaatsen: ho maar. Co is op zijn minst Atlantisch en dan kom je met Europa niet toe.

Het miserabilisme van een grote bek: Co Adriaanse heeft er een patent op. Zoals hij nu weer Marco van Basten afserveerde. ,,Van Basten bij Ajax? Over mijn lijk!'' Zo ging hij destijds ook te keer tegen Frank Rijkaard. Co kan veel hebben, maar de schaduw van een wereldvoetballer in zijn kielzog mee laten dansen is een aanslag op zijn nekspier. En aan die ene, armzalige spier ontleent de heer Adriaanse – helaas voor hem – zijn gehele identiteit.

Het Nederlandse voetbal is uitgeteld en dus moeten er draconische maatregelen worden genomen. Als daar zijn: collectief ontslag van de KNVB-directie, van de besturen en trainers van de kroonjuwelen Ajax en PSV, wellicht ook van de sponsors KPN, Philips en ABN Amro die niet tijdig hebben ingezien dat elke verwantschap met voetbal in Nederland getaxeerd hoort te worden als wanbeleid.

Alleen Feyenoord mag in de ouwe, vertrouwde plooien blijven liggen. Met Bert van Marwijk als de kampioen van no-nonsense, van hartstocht en zelfvertrouwen, van geluk en bijgeloof. Het laatste heeft-ie meer aan de supporters dan aan zichzelf te danken. Ik heb nooit willen geloven dat legioenen een wedstrijd kunnen beslissen. De magie van de twaalfde man leek mij een hersenspinsel van ketters en pseudo-filosofen. Deze week ben ik, in De Kuip, tegen een academische bekering aangelopen. En tegen een droom. Ik droom nu dat de legioenen van Rotterdam ooit, op de dag van Allerzielen, bij mijn graf langs zullen komen met een witte chrysant in de hand.